vrijdag 5 december 2014

Public Libraries 2020 Tour wijst Europarlementariërs op belang bibliotheek (Bibliotheekblad)

Met het programma Public Libraries 2020 wil de Reading & Writing Foundation (Stichting Lezen & Schrijven) de bibliotheek prominenter in beeld krijgen bij Europese politici. Dat lukt beter dan vroeger, zegt EP-lid Marietje Schaake, maar er is nog altijd een wereld te winnen.

Om te zeggen dat Europese politici het belang en het nut van de bibliotheek voor de samenleving kennen – nou, nee. Europarlementariërs zijn in hun jeugd lid van de lokale bibliotheek geweest, maar hebben zich daarna nauwelijks meer verdiept in de instelling. 'Hun bespiegelingen nu zijn nog altijd gebaseerd op hun ervaringen als kind', zegt Erik Boekesteijn van Doklab. 'De bibliotheek als uitleenfabriek, verplicht stil zijn, boetes omdat boeken nooit op tijd terug waren. Dat de bibliotheek tegenwoordig allerlei manieren heeft om terugbrengen te vergemakkelijk, om maar wat te noemen, daarvan hebben ze geen benul. Laat staan dat ze een goed idee hebben van hoe de bibliotheek bij kan dragen op gebieden als social inclusion en digital inclusion.'
Hoe verander je dat verouderde beeld? Dat is de uitdaging van de Reading & Writing Foundation, zoals Prinses Laurentiens Stichting Lezen & Schrijven in het Engels heet. Deze organisatie heeft voor drie jaar geld gekregen van de Bill & Melinda Gates Foundation om de awareness van Europese politici over bibliotheken te vergroten. Via CPNB-directeur Eppo van Nispen tot Sevenaer, oud-directeur van DOK Delft, kwamen ze terecht bij Erik Boekesteijn en Jaap van de Geer om ideeën voor het programma Public Libraries 2020 te bedenken en uit te voeren.

Library Avengers
'Wij hebben een Europese denktank opgericht', vertelt Boekesteijn. 'Ik heb die de Library Avengers genoemd – naar de Marvel-strip, ik hou wel van dat soort namen. Er zit niemand van bibliotheekverenigingen in, met uitzondering van Fiona Bradley van het IFLA, omdat die vaak hun eigen verhaal richting Europa hebben. Het zijn mensen uit het veld zelf, die weten wat er op de vloer speelt, en in hun eigen bibliotheek lokaal het verschil maken – mensen als Katie Pecakar (UK), Jan Holmquist (Denemarken), Jukka Pennanen (Finland), Julia Bergman (Duitsland), Ilona Kish (Stichting Lezen & Schrijven) en ikzelf. Een keer per maand overleggen we per Skype of Google Hangout.'
In mei volgend jaar worden de ideeën van de Library Avengers zichtbaar in de Europese hoofdstad. Op het plein voor het Europees Parlement zal een dag of vijf een pop-upbibliotheek worden neergezet, waar getoond wordt wat de bibliotheek zoal te bieden heeft aan diensten: 3D-printers, laptops met apps, informatie over cursussen et cetera. 'We willen het Europees Parlement met de neus op de feiten drukken'. Tegelijk verschijnt er een boek met ervaringen uit vijftien lidstaten en een foto-expositie in de straten van Brussel, waarin gebruikers kort vertellen waarom de bibliotheek voor hen belangrijk is. 'Via QR-codes in het boek kun je ook filmpjes zien die we maken.'

Het idee groeit
In september is Boekesteijn begonnen met de bezoeken aan vijftien landen. Naar iedere lidstaat neemt hij een Europarlementariër uit dat land mee en maakt hij met zijn eigen cameraman drie korte video's. In de eerste vertelt een gebruiker in twee minuten over de manier waarop de bibliotheek zijn of haar leven heeft veranderd. In de tweede vertelt de bibliothecaris over een lokaal belangrijk project. En in de derde vertelt de Europarlementariër in kwestie wat hij heeft geleerd tijdens het bezoek en hoe hij nu denkt over de manier waarop bibliotheken kunnen worden ingezet.
'Vaak zie je een Europarlementariër tijdens zo'n bezoek draaien', vertelt Boekesteijn. 'Al vertel je alleen al hoeveel mensen er jaarlijks in de bibliotheek komen. 100 miljoen per jaar in Europa. Dat is voor hen best een nieuw inzicht. En als je dan spreekt over jeugdwerkloosheid – in sommige landen een enorm probleem en dus hoog op de agenda in Europa – kun je goed laten zien hoe de bibliotheek bijdraagt aan de bestrijding ervan met online cursussen of werkzoekprojecten. Dan zie je dat ze gaan beseffen hoe nuttig de bibliotheek kan worden ingezet bij het bereiken van Europese doelstellingen op een aantal sociale thema's.'

Kennismakerij
Drie bezoeken zijn er inmiddels afgelegd tijdens de Public Libraries 2020 Tour. De Litouwer Antanas Gouga en de Duitse parlementsvoorzitter Martin Schulz gingen naar de bibliotheek in hun regio. Schulz bezocht de openbare bibliotheek in Keulen op de zogeheten 'Makersdag', waar nieuwe uitvindingen als de Occulus Rift, Google Glass en programmeerbare robots werden getoond. En de Nederlandse Marietje Schaake (D66) bezocht op 31 oktober in Tilburg de Kennismakerij van bibliotheek Midden-Brabant, de proeftuinbibliotheek in de Spoorzone.
De liberale Europarlementariër is niet onbekend met de bibliotheekwereld. Ze bezoekt regelmatig bibliotheken tijdens werkbezoeken en leest studies over de veranderende rol van bibliotheken, laat Schaake per e-mail weten. 'Toch ben ik na elk bezoek [aan een bibliotheek] weer verrast over de diversiteit aan activiteiten. Het bezoek aan de bibliotheek in Tilburg was met name interessant omdat er daar, samen met buurtbewoners, opnieuw wordt nagedacht over de rol die de bibliotheek moet vervullen. Zo een vorm van “crowdsourcing” geeft op een eigentijdse manier betekenis aan de bieb, en helpt om het een plek te maken van mensen zelf.'

Toegang tot kennis en informatie
De Public Libraries 2020 Tour vindt Schaake zeker nuttig. 'Wat mij betreft zouden meer leden van het Europees Parlement kennis moeten nemen van wat bibliotheken doen en van de functie die ze hebben in onze open samenlevingen. We horen veel klachten over de buitenproportionele rol die bedrijven spelen in het digitaliseren en vindbaar maken van informatie. Ook ik maak me zorgen over de publieke rol die het internet speelt. Toegang tot kennis en informatie moet ook in een omgeving zonder commerciële boodschappen mogelijk zijn. Ik denk dat bibliotheken een zeldzame plek zijn die dit nog waarborgen.'
En bibliotheken zijn volgens Schaake niet alleen hierom van belang. 'Verder zijn de ontmoeting tussen verschillende mensen, het bijbrengen van vaardigheden, en het online kunnen gaan, het zien van tentoonstellingen, het snuffelen in archieven allemaal interessante dingen die een bibliotheek waardevol maakt, naast het lenen van boeken of het lezen van een tijdschrift. Ook dat blijft natuurlijk leuk,' aldus Schaake.

Belangen behartigen
Ze looft de bibliotheken ook omdat ze nu actief Europese politici benaderen. 'Een van de eerste conferenties die ik bijwoonde was die van de wereldwijde organisatie van bibliotheken [de IFLA, red.]. In de eerste plaats was ik uitgenodigd om iets over auteursrechten en digitalisering te vertellen. Maar al snel ging de discussie over de zichtbaarheid of juist de onzichtbaarheid van bibliotheken in Brussel. Lobbyen heeft soms een beetje een bijsmaak, maar is niets meer dan een belang behartigen. Ik heb de bibliotheken toen van harte aangeraden om hun belangen ook bij de EU-instellingen en bij Europarlementariërs kenbaar te maken. Sindsdien heb ik veel meer gehoord van de bibliotheken, al denk ik dat er ook nog een wereld te winnen is.'
'In het Europees Parlement zitten volksvertegenwoordigers,' beantwoordt ze de vraag wat het EP de bibliotheken te bieden heeft. 'Zij vertegenwoordigen allemaal steden, regio's, dorpen en gemeenschappen waar ongetwijfeld verschillende bibliotheken gevestigd zullen zijn. Om ervoor te zorgen dat beleid wordt gemaakt dat de maatschappelijke functie van bibliotheken optimaal ondersteunt, is kennis van zaken nodig. In samenwerking tussen bibliotheken en politici kan slim beleid worden gemaakt waarbinnen bibliotheken ook in de toekomst grote toegevoegde waarde kunnen bieden in Europa.'

Beurzen
Terwijl Boekesteijn een druk programma af te werken heeft – 28 november Letland, 5 december Bulgarije, 12 december Estland – probeert Stichting Lezen & Schrijven op nog een manier de bewustwording over het belang en nut van bibliotheken te vergroten: met beurzen. In drie rondes, waarvan voor de eerste de inschrijftermijn inmiddels is verstreken, kunnen bibliotheken en bibliotheekorganisaties maximaal 15.000 euro krijgen voor een project dat de overheid (lokaal, nationaal of Europees) attendeert op de betekenis van bibliotheken voor het bereiken van de Europese doelstellingen op het gebied van social inclusion, digital inclusion en lifelong learning.
(Eerder gepubliceerd op Bibliotheekblad.nl, 24 nov)

Zie ook:

donderdag 4 december 2014

De nalatenschap van boekendokter Thomas Blondeau (De Standaard)

In De boekendokter bedde Roderik Six de beste literair-medische adviezen van Thomas Blondeau (1978-2013) in een doorlopend verhaal. Daardoor besef je pas goed dat het de boekendokter menens was.

U denkt aan zelfmoord, maar wil er vanaf gehouden worden. Hoe? Na enig googlen vindt u het advies dat Thomas Blondeau in augustus 2010 op Cobra.be gaf. Doe het niet, maar lees het gedicht The Laughing Heart van Charles Bukowski. Het is 'een gedicht dat niets oplost maar een klein beetje [helpt] de neus net boven de drab te houden. Een paar millimeters kunnen genoeg zijn.' Het had hem zelf ook geholpen om de twintig regels tellende tekst uit het hoofd te leren.
De romancier Blondeau – een jaar geleden, amper 35 jaar oud, plotseling overleden aan een hartslagaderbreuk – bedacht De Boekendokter een jaar of vijf geleden. Hij schreef, gekleed in een witte doktersjas, literaire medicijnen voor aan ieder die zich in zijn ouderwets dokterskabinet meldde op de Boekenbeurs of andere literaire festivals. Hij gaf op thomasblondaeu.cobra.be gerichte leesadviezen aan al die het volgens hem nodig had. Maar werd hij ook serieus genomen?
Waarschijnlijk niet. Er zijn maar heel weinig mensen die bij overgewicht, weerzin om belastingformulieren in te vullen of na een scheiding denken aan literatuur ter demping van hun leed – al helemaal niet wanneer hun pijn en twijfel zo groot is dat zelfdoding een optie is geworden. De bibliotherapie die Blondeau op internet praktiseerde, was toch niets meer dan een mooie aanleiding tot het schrijven van een prikkelende en lezenswaardige column?

Uit de pas verschenen bundeling van zijn beste recepten blijkt echter hoe serieus Blondeau zijn werk als Boekendokter nam. Dat is te danken aan Roderik Six, die de adviezen in een context plaatste. Hij schreef een bombastische in- en uitleiding waarin met veel omhaal weinig origineels wordt gezegd – sla die teksten gerust over. Maar hij bedacht ook een uitvoerig en fraai verhaal over streekgenoot en mislukte auteur Victor Watt, die door Blondeau wordt ingehuurd als assistent.
Six schetst een beeld van de schrijver als een strenge man met een licht sardonische inslag die zijn taak zeer serieus neemt. In een half-Dickensiaans, half-modern Amsterdam waar nog diligences rondrijden, ontvangt hij op zijn drukbezochte praktijk aan de chique gracht de hele dag patiënten die hij, minzaam wrijvend over zijn baard, probeert te helpen door zich zo goed mogelijk in hen in te leven. 's Nachts brengt hij studerend en schrijvend in stilte door.
Als je dán, goed uitgekiend in het verhaal, Blondeau's literair-medische adviezen herleest, denk je werkelijk: ja, die vriend bij wie de kilo's eraan blijven komen, moet ik De geheugenloper van Ron McLarty cadeau doen. Als ik geld aan de belasting overmaak, heb ik The Electric Kool-Aid Acid Test van Thomas Wolfe bij de hand. En voor mijn vrouw mij onverhoopt verlaat, haal ik alvast Leven in eenzaamheid van Petrarca in huis. Voor de zekerheid leer ik zelfs Bukowski uit mijn hoofd.

Door deze originele aanpak besef je ook hoe belangrijk Blondeau is geweest voor de promotie van bibliotherapie. In de tijd dat hij zijn praktijk opende, maakte het begrip alleen opgang in medische kring. Wie een serieus zelfhulpboek las over zijn psychische kwaal, voelde zich beter dan wanneer een huisarts hem doorverwees naar een psychotherapeut, zo bleek uit allerlei onderzoeken. Maar je beter in je vel voelen door romans of poëzie te lezen? Die goede raad hoorde je nooit.
Geïnspireerd door Blondeau zijn inmiddels meerdere boekendokters actief in het Nederlandse taalgebied – zij het dit jaar niet meer op de Boekenbeurs. De boekendok­ter is ook niet de eerste literair-medische encyclopedie. Vorig jaar verscheen De boekenapotheek van Susan Elderkin en Ella Berthoud, verbonden aan Alain de Bottons The School of Life in Londen, waarvoor ondergetekende pillen en balsems uit de Nederlandse en Vlaamse literatuur heeft aangedragen.
In essentie gaan de recepten in beide boeken uit van dezelfde principes. Of een patiënt herkent zich in een personage en wordt zo een uitweg gewezen. Wie liefdesverdriet heeft, zo suggereert Blondeau, leze een boek waarin iedereen aan de problemen des levens leidt. Of een patiënt krijgt een uitvergroting van zijn kwaal te lezen, waardoor hij in één keer wakker schrikt. Blondeau verwoordt het alleen stelliger. Hij is 'aanhanger van de methode om een probleem op te lossen door het te vergroten.'
Een nadeel van De boekendokter is wel dat Blondeau de zieke medeburgers vaak specifiek benoemt en daarbij heeft geput uit actualiteit. Jan-Luc Dehaene, Evy Gruyaert en Lernout & Hauspie – de boekendokter heeft hen allen getracht te genezen. Anderen op zoek naar verlichting zullen zelf moeten bedenken waar deze personen symbool staan. Zo moet niet alleen Evy Gruyaert Factotum van Charles Bukowksi – weer hij – lezen, maar iedereen met een 'onstuimige can do-mentaliteit'.
(Eerder gepubliceerd in De Standaard, 28 nov)

THOMAS BLONDEAU & RODERIK SIX
De boekendokter
De Bezige Bij, 240 blz., € 17,90

zondag 30 november 2014

Des romans français: Christophe Ono-Dit-Biot, 'Plonger'

Met Plonger trakteer Christophe Ono-Dit-Biot de lezer op een veelzijdige roman. In de eerste plaats gaat het om de liefde tussen een man en een vrouw, tussen de César en Paz. Een liefde die begint bij een toevallige ontmoeting in een buurtsupermarktje en min of meer eindigt bij de geboorte van hun zoon, Hector.
César is journalist en heeft in die hoedanigheid veel van de wereld gezien. En dan vooral ellende, zoals toen hij verslag deed van de oorlog in Libanon of de Tsunami die enkele jaren geleden een groot deel van Azië op z’n kop zette. Hij verkiest daarom nu het veilige Europa, waar meer dan genoeg cultuur en kunst is voor een mensenleven. Oude kunst, dat wel. En daar botst het met Paz, een energieke, jonge, sanguinische kunstfotografe die de wereld in wil, op ontdekking, het liefst met gevaar. Maar hij weigert met haar te gaan reizen, met als argument allerhande statistieken over mogelijk ongeluk dat een reiziger kan treffen buiten de grenzen van Europa. Hij wil niet, de kans dat haar iets overkomt wil hij uitsluiten, al zegt het dat niet met zoveel woorden. Wel laat hij zien dat hij dol is op haar, dat hij haar aanbidt. Als het mocht, zou hij dagelijks een offer voor haar willen brengen.

Je n’aime pas la phrase de Moravia: <Plus qu’on est heureux et moins on prête attention à son bonheur.>  Je ne l’aime pas car elle est fausse. En tout cas pour moi elle est fausse. J’y prêtais attention tous les jours, en remerciant les dieux d’avoir créé cet être. Si cela n’avait pas été réprimé par les lois européennes, j’aurai volontiers fait un sacrifice chaque jour à ce bonheur.

Ze spelen het spel van aantrekken en afstoten, waarbij zij vaker het voortouw lijkt te nemen en hij achter haar aan gaat. Ze is wispelturig, humeurig, eigenwijs, maar heeft hem ook nodig. Dankzij een recensie van zijn hand van een van haar eerste exposities wordt ze ontdekt. Ze is het niet eens met zijn observaties, hij sloeg de plank volkomen mis zelfs, maar hij intrigeerde haar voldoende om hem haar leven in te zuigen. Ze gaan naar de Biënnale in Venetië, waar foto’s van haar geëxposeerd worden. De hele beau monde is aanwezig, maar eigenlijk moet zij er niets van hebben. Die lege frasen over kunst, het ons-ken-ons-wereldje, het ellebogenwerk om hogerop te komen. Laat de interpretaties van kunst achterwege, die kloppen toch nooit, is haar mening.
Maar naast een roman over liefde waarin tussen de regels door gereflecteerd wordt op de betekenis van kunst, de stand van de literatuur (Morte, la littérature? Non, elle dormait. Je veillais sur elle, je te dis.), het oude Europa, is het verhaal van Ono-Dit-Biot bovenal een uitleg, een verklaring aan Hector. Het motto van het boek: Je ne mourrai pas: j’ai un fils, staat in schril contrast met de zeer korte proloogachtige tekst op de bladzijde erna:

Ils l’ont retrouvée comme ça. Nue et morte. Sur la plage d’un pays arabe. Avec le sel qui faisait des cristaux sur sa peau. Une provocation. Une Exhortation. À écrire ce livre, pour toi, mon fils.

Hij zal niet sterven omdat hij een zoon heeft, zij sterft misschien juist omdat ze een zoon heeft. Die tegenstrijdigheid wordt al aangezet in de eerste zinnen van het boek:

Tout a commencé avec ta naissance. Pour toi. Tout a fini avec ta naissance. Pour nous.

César draait de film langzaam terug voor zijn zoon. Hoe heeft het zover kunnen komen, hoe ontmoetten zijn ouders elkaar, waar begon de verwijdering tussen César en Paz, waar werd het einde ingezet. Regelmatig spreekt hij zijn zoon aan in het boek, verbindt hij plekken waar hij later met zijn zoon komt aan de keren dat hij er met Paz was. Dit extra personage, dat een passieve rol speelt maar tegelijk de eigenlijke hoofdpersoon is, geeft het boek een trieste ondertoon. Soms vergeet je als lezer Hector, maar vaker denk je hem erbij. Hoe is het voor een kleine jongen om op te groeien met een afwezige moeder.
Eerst is ze er lijfelijk wel, maar mentaal niet. De kunst gaat voor, haar liefde voor haaien gaat voor. Ze heeft zelfs een haai geadopteerd en volgt, tijdens haar zwangerschap, op een soort google maps waar de haai zich bevindt. Ze lijkt de haai belangrijker te vinden dan het leven in haar buik. Na de bevalling vertrekt ze omdat ze de wereld wil zien, kunst wil maken. Ze is dan fysiek ook uit het gezichtsveld van haar man en zoon vertrokken. Tot ze voorgoed verdwenen is en dood gevonden wordt.
Plonger als infinitief zou vervangen kunnen worden door ‘Je plonge’, zoals de schrijver zelf als alternatieve titel suggereert in een recensie. Ik duik de liefde in, het vaderschap, ik duik de wereld in, het leven. Ik duik de zee in, zoals haaien dat doen. Gevaarlijke, maar kwetsbare creaturen. Net als de mens.
Plonger is een intrigerende liefdesgeschiedenis en meeslepende verklaring van een vader aan zijn zoon, het kind dat hij vanaf het allereerste begin liefhad en alleen op zal moeten voeden, zonder de echte liefde van zijn leven. Kortom, een krachtige roman.


Arjen van Meijgaard

zaterdag 29 november 2014

Elly's Choice-cadeaukaart vanaf 1 december te koop bij Primera (Boekblad)

De e-boekabonnementenservice Elly's Choice verkoopt vanaf 1 december een cadeaukaart. Hij kost 9,99 euro en geeft recht op toegang van twee maanden – ofwel: twintig e-boeken.

De kaart is vanaf aanstaande maandag voorlopig exclusief te koop bij alle 475 vestigingen van Primera, de marktleider in Nederland op het gebied van cadeaukaarten. In de loop van 2015 zullen ook andere retailers de kaart gaan voeren. Directeur Pieter Strijland van Elly's Choice, kan nog geen namen noemen. 'We zitten met een aantal in de laatste fase van de onderhandelingen.' Elly's Choice voert ook gesprekken met boekhandelsketens.
De cadeaukaart is na aanschaf een jaar geldig. De bezitter kan zelf kiezen wanneer hij het cadeauabonnement in laat gaan. Als het actuele aanbod van tien titels hem onvoldoende bevalt – in december van onder meer Lee Child, Nicci French en Esther Verhoef – kan hij een maand wachten. Omdat Elly's Choice aankondigt welke titels in de selectie van volgende maand zitten, is altijd bekend welke twintig titels de eigenaar van een cadeaukaart kan verwachten.
De e-boekabonnementenservice had een week na de lancering op 27 augustus zo'n tweeduizend jaarabonnementen à 35,88 euro verkocht. Na twee maanden liep de teller richting de tienduizend. Daarna heeft Elly's Choice geen mededelingen meer gedaan over het aantal abonnees. Daarnaast gaven partijen als Samsung en Cheaptickets duizenden maandabonnementen weg bij aankoop van een Tab S respectievelijk een vliegticket.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 25 nov)

vrijdag 28 november 2014

Boekwinkeltjes.nl: 'vijf tot tien procent groei in 2014' (Boekblad)

Boekwinkeltjes.nl verwacht dit jaar met vijf tot tien procent te plussen. De toetreding van voormalige Polare-boekhandels is de voornaamste reden van de flinke groeispurt.

Momenteel bieden in totaal acht voormalige Polare-boekhandels tweedehands boeken aan op Boekwinkeltjes.nl. 'Dat is inclusief De Slegte Vlaanderen. Dat zijn zes winkels, maar die reken ik als een', zegt eigenaar/directeur Eelco Nammensma. Hoewel niet alle ex-Polares zijn doorgegaan met tweedehands verwacht hij dat nog een aantal winkels zullen volgen. 'Het heeft me wel verrast hoe lang het soms duurde voor ze de online zaken op orde hadden en zich aansloten.' 
Toch is dat niet de hele verklaring voor de groei. In 2012 had het toen nog zelfstandige De Slegte zich ook al aangesloten, waarna ze dat in 2013/2014 ongeveer een jaar niet meer waren. Nammensma: 'We trekken nog steeds meer gebruikers. Vorig jaar hadden we tien- tot twaalfduizend bezoekers per dag, nu vijftienduizend. Eerst kwam de groei vooral door terugkerende bezoekers die een tijdje weg waren gebleven, nu trekken we ook nieuwe bezoekers.'
Deze mensen ontdekken de site vooral door mond-tot-mondreclame. 'Dat blijft onze voornaamste kracht. Wel hebben we dit jaar steeds meer reclame gemaakt: in kranten, tijdschriften, op stations en vooral online. Maar de marketinginspanningen zijn niet intensief. Ongeveer tien procent van onze omzet gaat naar reclame. In de tweede helft van volgend jaar zullen we dat intensiveren. Na de lancering van een nieuwe site. We willen dan ook meer de kranten opzoeken. Daar zit ons publiek.'
Eerst volgt, mogelijk nog dit jaar, de lancering van een iPhone-app. Hiermee wil Boekwinkeltjes.nl een jongere doelgroep aantrekken. 'Hij wordt qua presentatie echt innovatief', belooft Nammensma. 'De site is ook wat gedateerd. Met de app willen we daarom een andere kant van ons laten zien.' De app loopt daarmee voorop op de modernisering van de site.
Nammensma: 'Tegelijk willen we het aantal functionaliteiten enorm uitbreiden. We willen de zoekmogelijkheden uitbreiden, zodat je bijvoorbeeld, op basis van postcode, kunt zoeken bij jou in de buurt. Er moet een betere splitsing komen tussen aanbieders uit Nederland en België, zodat je niet verrast wordt door hogere verzendkosten dan gedacht. Ook willen we de verzendkosten vooraf beschikbaar maken, maar dat is een heel proces met 6600 verkopers.'
Dit jaar brak het tweedehands e-boek door. Boekwinkeltjes heeft echter geen plannen om die in navolging van Tom Kabinet aan te bieden. 'We hebben er wel eens naar gekeken, maar we zagen juridisch geen mogelijkheden. De ontwikkelingen volgen we nu uiteraard met aandacht, maar we hebben geen concrete plannen. Ik heb ook het gevoel, als ik klanten spreek, dat die een duidelijke voorkeur hebben voor een fysiek boek. Misschien op de langere termijn.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 25 nov)

Zie ook:

donderdag 27 november 2014

Lebowski Book of the Month-uitgaven exclusief bij 'de betere boekhandel' (Boekblad)

Uitgeverij Lebowski begint volgend jaar met een Book of the Month Club voor herontdekte klassiekers. De uitgaven zijn de eerste drie maanden exclusief verkrijgbaar bij zestig 'betere boekhandels' in Nederland en dertig in Vlaanderen.

Uitgever Oscar van Gelderen wil met de Book of the Month Club de boekhandels belonen die zich van oudsher profileren met een bijzonder assortiment. 'Het is toch een bepaald type winkel die Stoner, Hans Fallada of Gajto Gazdanov in huis haalt. Deze winkels kunnen zich niet onderscheiden met prijs, maar wel met bijzondere titels. Zij maken deze boeken ook groot. Pas als het een succes is, stapt de rest van de markt in. Zij zijn de trendsetters, die daarvoor steun verdienen.'
Tegelijk kan Lebowski met de exclusieve Book of the Month Club aandacht genereren voor titels waarvan de auteurs geen interviews of optredens kunnen geven. Door het lidmaatschap van de club te aanvaarden, verplichten de winkels zich om de titels groot te presenteren. Ook is het concept interessant voor mediapartners, die redactioneel aandacht aan de boeken besteden en (hoofdzakelijk in Vlaanderen) kortingsbonnen aanbieden. Tot slot is het een mooi vehikel om events en andere activiteiten aan te koppelen.
Van Gelderen is nu met de afdeling verkoop bezig de lijst van boekhandels samen te stellen. 'Wij kunnen precies zien wie in het verleden dit soort boeken goed heeft verkocht. Daarnaast letten we erop hoe goed ze kunnen communiceren. De auteur kan niet bij DeWereld Draait Door komen, dus de winkeliers moeten goed over de boeken kunnen lullen. En we letten natuurlijk op de demografische dekking: de boekhandels moeten goed verspreid over het land liggen.'
Op 10 december, bij de lancering van de Book of the Month Club-site, presenteert de uitgeverij de lijst met alle deelnemende boekhandels. Heel strikt zal het aantal van zestig niet zijn. 'We hebben het nieuws dit weekend gedropt in De Volkskrant en Tzum. We krijgen veel – enthousiaste – reacties. Als een boekhandel nu zegt: "ik wil er ook bij", prima. Dan bekijken we dat. Het is geen stalinistisch gebeuren. Als een boekhandel na drie keer wil afhaken, kan dat ook. Maar liever niet, natuurlijk. We kijken evenmin naar aantal filialen: bijvoorbeeld Van der Velde geldt als één boekhandel.'
Tegen die tijd zullen ook de overige details bekend zijn. Bijvoorbeeld het aantal exemplaren dat een boekhandel minimaal moet bestellen – Van Gelderen denkt nu in de orde van 25 stuks. Of de winkels de boeken ook op hun eigen website mogen verkopen. En wie de mediapartners zijn. 'We zijn nog in gesprek met een aantal partijen, maar in Vlaanderen wordt dat vrijwel zeker Humo.'
Ook nadat de titels na drie maanden beschikbaar zijn voor de rest van de markt behouden de clubleden voordeel ten opzichte van andere verkopers. Zij krijgen exclusief pos-materiaal en blijven de alleenverkoper van de gebonden versie. Andere partijen krijgen een paperback. 'De gebonden versie krijgt een geplakte band met daaromheen doorzichtig folie, zoals Black Sparrow Press dat doet. Van hard plastic, zoals dat wel eens in een antiquariaat om een boek wordt gedaan. Het ziet er te gek uit.'
De eerste drie titels zijn De wandeling van Robert Walser (januari), De buurt van Ab Visser (februari) en De wilde detectives van Roberto Bolaño (maart). Deze staan dan ook niet in de voorjaarsaanbieding van Lebowski. 'We hebben gemerkt dat herontdekte klassiekers in de reguliere aanbieding onvoldoende tot hun recht komen. Ze hebben meer zorg en aandacht nodig. Dat doen we dus niet meer.'
Dat wil echter niet zeggen dat Lebowski alleen nog maar nieuwe titels van levende auteurs in de aanbieding brengt. Integendeel: de voorjaarscatalogus telt met Szilárd Borbély, Ali Eskandarian, Alfred Hayes, Breece D'J Pancake en Tom Kristensen vijf overleden auteurs. De eerste twee zijn toevallig recent overleden, maar dan nog telt de catalogus drie herontdekte klassiekers. 'We gaan het nu meer spreiden. Ik doe nog maar vijf klassiekers per jaar in de aanbieding. Pancake gaan we toch als Book of the Month doen. En Hayes is zo fantastisch en voor een breed publiek, dat kan gelijk bij de AKO en Bruna liggen.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 24 nov)

woensdag 26 november 2014

Arno Camenisch' 'Sez Ner' en Vea Kaisers 'Blaasmuziekpop' - de ene Alpenauteur is de andere niet

Anderhalf jaar geleden zag ik in de aanbiedingscatalogus van De Bezige Bij Arno Camenisch staan. Dat zou wel eens goed kunnen zijn, dacht ik. Waarom? Geen idee. Zijn Sez Ner-trilogie trok me om onduidelijke redenen aan. Ik moest het lezen.
Recenter had ik hetzelfde bij Blaasmuziekpop van Vea Kaiser. Al was het niet de aanbiedingscatalogus van De Arbeiderspers, maar een persbericht van de pr-medewerker die de vonk deed overslaan. Nadat ik haar onlangs bij Crossing Border zag, heb ik het meteen gelezen.
Het eerste boek is van een jonge Zwitser en beschrijft het leven in een afgelegen dorpje in de bergen. Het tweede boek is van een jonge Oostenrijkse en beschrijft het leven in een afgelegen dorpje in de bergen. Zou het daaraan liggen?
Maar het verschil tussen beide boeken kan niet groter zijn. Camenisch is impressionistisch, houdt het klein, heeft subtiele humor, wil de kracht van zijn beelden en taal overbrengen. Hij schrijft voor een klein publiek van liefhebbers. Kaiser is van de grote greep. Ze schreef een uitbundig en toegankelijk epos vol kluchtige humor voor een breed publiek.
Het verbaast me niets dat de eerste verschillende literaire prijzen heeft gewonnen en dat de tweede een bestseller heeft gescoord.
Persoonlijk geef ik de voorkeur aan de eerste. De precieze, rijke beschrijvingen die met weinig middelen een hele wereld in al zijn nuances oproepen. Ik heb hier en hier uiting aan mijn bewondering proberen te geven.
Blaasmuziekpop is heus goed in zijn soort – maar mij te veel een feelgoodroman waarin alles op zijn pootjes terecht komt en aan het slot de bestaande orde der dingen wel heel nadrukkelijk wordt geprezen. Het is een roman zonder weerhaakjes die mij weliswaar wist mee te voeren en me zelfs een keer aan het lachen kreeg, maar die ook een laffe smaak achterliet.
Stilistisch is Kaiser het prototype van een verteller. Meer dan welke auteur dan ook. Alles wordt uitgelegd en toegelicht. Ze heeft het tell, don't show tot leidend principe gemaakt. Meeleven met personages is er dus niet bij, je kunt alleen toekijken.
Wie desalniettemin wil weten waar haar boek over gaat, zie de publiciteitspagina van de uitgeverij. Het klinkt een beetje stom na bovenstaande, maar toch: wie op zoek is naar een ongecompliceerde goodread, zoek niet verder.

Zie ook: bespreking van 'Sez ner' & interview met Camenisch

maandag 24 november 2014

Snugger: een wegwijzer in de jungle van digitale kindermedia (Bibliotheekblad)

Een kleine 9000 mensen hebben Snugger gedownload. Deze app bevat recensies van digitale kindermedia. NBD Biblion heeft hem gemaakt met hulp van het Vakberaad Specialisten Bibliotheekwerk 0-18. De leden daarvan zijn tevreden met het resultaat.

Wie een game, app, e-boek of film voor zijn jonge kind zoekt, zal het snel opgeven. Of er, licht wanhopig, willekeurig één kiezen. Het aanbod beslaat letterlijk miljoenen titels. Welke zijn goed? Welke geschikt voor welke leeftijd? Daar is alleen wijs uit te worden met behulp van een gids. Mediasmarties bijvoorbeeld. Digidreumes. Schoolbordportaal. Mijnkindonline. Of sinds 26 maart de app Snugger van NBD Biblion.
Snugger – uitsluitend te downloaden voor de tablet (iPad en Android-tablets) – biedt honderden recensies van digitale producten voor kinderen van twee tot en met twaalf jaar. De recensies zijn afkomstig uit de databank van NBD Biblion. Ze geven een korte beschrijving en een leeftijdsindicatie. Als het om een app gaat, wordt ook duidelijk gemaakt of er binnen de app kosten kunnen zijn.
In totaal bevat de basiseditie van Snugger van 263 recensies – uitsluitend van producten die de moeite waard zijn. De uitgebreide editie 2014 bevat 520 recensies. Hiermee onderscheidt Snugger zich van het met subsidies van de ministeries van VWS en OCW opgezette Mediasmarties, dat een heel grote keuze biedt (momenteel 1760 producten – inclusief tv-programma’s en uitjes) en niet alleen de toppers presenteert.
Die bewuste beperking juicht het Vakberaad Specialisten Bibliotheekwerk 0-18 toe. Namens hen zaten Ingrid Bon als voorzitter (Rijnbrink Groep), Gertruud Beemster (Probiblio) en Joke Kasemier (Biblionet Drenthe) in een klankbordgroep die NBD Biblion heef geraadpleegd bij de ontwikkeling. Maar het huidige aantal is nog 'niet optimaal', vindt Beemster. Gelukkig groeit het aanbod jaarlijks, merkt ze op.
Vooral als je het aanbod filtert, is goed te merken hoe beperkt het precies is. Er zijn soms wel twintig categorieën per genre. Als je dan ook nog gericht op leeftijd zoekt, kan er soms weinig tot niets uitkomen. 'Het ligt niet aan de opzet van Snugger’, relativeert Bon. ‘Het komt omdat er dan waarschijnlijk óf niet veel is in die categorie óf – belangrijker – niets goeds bestaat in die categorie.’

Snugger richt zich op alle intermediairs. Ouders en grootouders die iets voor hun kinderen zoeken, maar ook docenten in het basisonderwijs, pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en peuterspeelzalen, en medewerkers in de bibliotheek. Daarom ligt de bovengrens ook op 12 jaar. Boven die leeftijd willen kinderen allesbehalve tips van volwassenen over wat gaaf of cool is.
Door de ruime doelgroep is de app breder opgezet dan Digidreumes en Schoolbordpor-taal, die zich expliciet richten op kinderen tot en met 4 jaar respectievelijk docenten in het basisonderwijs. Dat heeft ook een klein nadeel. (Groot)ouders kunnen niet het geboortejaar van hun kind als filter invullen en zo automatisch de geschikte producten voor hem of haar te zien krijgen (zoals bij Mediasmarties). Ze moeten handmatig leeftijd invullen. Dat is voor professionals handiger.
De doelgroep is niet het enige verschil met concurrerende wegwijzers. Snugger biedt als app de mogelijkheid om meteen door te klikken naar de digitale producten. Mediasmarties niet. Daarentegen is alleen de basisversie van Snugger gratis – van de andere is het volledige aanbod gratis. De editie 2014 kost gebruikers 2,69 euro. Ter vergelijking: de gemiddelde app-prijs is (inclusief gratis apps) 1,04 euro.
Vindt het Vakberaad de kosten voor Snugger-updates niet te hoog? Beemster: 'Nee. Als je voor je kind een ijsje koopt, ben je hetzelfde kwijt. Ik vind het een reëel bedrag.' Bon: 'Veel gebruikers zijn professionele organisaties. Die willen zo'n bedrag best betalen. Daarbij moet een bedrijf als NBD Biblion toch een terugverdienmodel hebben. Commissie vragen bij aankoop van een app of e-boek is geen optie.'

Of de kleine 9000 mensen die de app sinds de lancering hebben gedownload, tevreden zijn, is niet bekend. Veel van hen zijn wel actieve gebruikers, beweert NBD Biblion. Bon en Beemster zijn in ieder geval wel tevreden. Snugger is handig, gebruiksvriendelijk, werkt goed en is helder en strak vormgegeven, zeggen ze. De filters sluiten voldoende aan bij de termen die verschillende doelgroepen hanteren.
'De app is een goed antwoord op een heel duidelijke vraag', zegt Bon – ondanks de gidsen die al langer bestonden. 'Of je nu praatte met leescoördinatoren in het basisonderwijs of pedagogisch medewerkers in de opvang, zodra het ging over mediawijsheid of de digitalisering van de maatschappij, hoorde je meteen: hoe weten we nu wat goed is? Er is zo'n wildgroei dat iedereen het spoor compleet bijster is.'
Als het Vakberaad al kritiek kan formuleren is in de vorm van wensen voor de toekomst. 'Toen we anderhalf jaar gelden begonnen was iOS dominant', zegt Beemster. 'Nu wordt Android meer gebruikt. Er mag daarom duidelijker worden aangegeven voor welk besturingssysteem een product geschikt is. Ook zou ik meer videofragmenten willen, zodat gebruikers nog beter kunnen zien wat voor soort app of film het is.'
(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad, nov 2014)

Zie ook:

donderdag 20 november 2014

Steeds meer zelfstandige redacteuren bieden uitgeverijen concentratie en distantie te huur aan (Boekblad)

Redacteuren die hun vaste baan inruilen voor een bestaan als freelancer kunnen gerust zijn. Werk genoeg. Literaire uitgeverijen huren onder invloed van de crisis en een veranderende visie op de organisatie van een uitgeverijbedrijf steeds vaker een zelfstandig redacteur in.

Een nieuwe baan zoeken of zelfstandig verder? Toen Nieuw Amsterdam in 2012 mensen ontsloeg en redacteur Arjan Post er bij gebrek aan vast contract uit moest, kwam hij voor die keus te staan. 'Omdat ik mogelijkheden zag om een zelfstandige praktijk uit te bouwen, koos ik daarvoor. Er is me later een heel mooie baan aangeboden, maar dat heb ik niet gedaan: die paste niet per se bij me.'
Sindsdien doet hij redactieklussen voor Nieuw Amsterdam, maar ook voor Nijgh & van Ditmar, Meulenhoff, Boom, De Kring en Mediawerf. 'In tachtig procent van de gevallen benadert een uitgeverij mij. Soms gaat het uit van de auteur. Als je een relatie met elkaar hebt opgebouwd, is het prettig het bij een volgend boek weer samen te doen. Een uitgeverij heeft er alleen niet altijd budget voor.'
Doorgaans werkt hij een dikke week tot twee weken aan een tekst. 'De opdracht is vaak heel concreet. De inhoud klopt, maar de toon is niet goed. Of past niet bij het beoogde publiek. Kijk daar eens naar. Of: de tien hoofdstukken zijn goed, maar de romanstructuur klopt niet. Werk daar aan. Soms is het ook meer bureauredactiewerk.'

Zoals Post zijn er de laatste jaren steeds meer redacteuren uit de literaire uitgeverij voor zichzelf begonnen. Jasper Henderson nam in 2009 al ontslag – ook bij Nieuw Amsterdam. Ingrid Meurs verliet Artemis in 2011. Harminke Medendorp ging vorig jaar juni weg bij Podium – toen nog om wat anders te gaan doen, maar in september koos ze, mede omdat ze spontaan werd benaderd door schrijvers en uitgevers, doelbewust voor het zzp-bestaan.
Henderson had vijf jaar geleden geen idee of het zou lukken te overleven als zelfstandige. Hij wilde vooral uit vaste dienst en 'kijken wat ik nog meer kan doen', vertelt hij. Hij kende niemand die als freelance redacteur voor literaire uitgeverijen werkte. 'Het was wel prettig dat ik van Nieuw Amsterdam de auteurs mocht blijven begeleiden met wie ik voor bezig was. Ik wist tenminste dát ik werk had.'
De laatste jaren echter is de trend onmiskenbaar. Uitgeverijen krimpen onder invloed van de dalende boekenmarkt in. Omdat het redactiewerk toch moet worden gedaan huren zij meer en meer freelancers in. Bovendien zijn er uitgeverijen ontstaan die bijna uitsluitend met zelfstandige medewerkers op het gebied van productie, pr én redactie werkt. Denk aan Marmer of Brandt.
'Het voordeel is dat als een uitgever loyale freelancers heeft, hij toch het gevoel heeft met een team te werken,' zegt Henderson, die veel voor Marmer doet. 'Zonder dat hij alle kosten heeft van het in dienst nemen: loonheffingen, pensioenen, vakantiegeld. Bovendien moet je al die mensen huisvesten en loop je het risico dat ze ziek worden en je hen moet doorbetalen. De overhead is veel lager.'
Daarbij zijn uitgeverijen 'soepeler' geworden. 'Ik werk nu 20 uur per week bij Lebowski – niet uit behoefte aan vastigheid, maar puur omdat ik het zo'n interessante en goede uitgeverij vind. Die constructie kan alleen omdat Oscar [van Gelderen] erop kan vertrouwen dat wat ik hier hoor ook hier blijft. En andersom: als ik met auteurs van andere uitgeverijen werk, vertrouwen zij erop dat ik hen niet pols van Lebowski. Dat protectionistische van vroeger is in het algemeen minder.'

Non-fictie- en commerciële uitgeverijen werken al langer met externe redacteuren. 'Deze uitgeverijen letten meer op de kosten,' zegt Meurs. 'Ik doe voor hen soms het hele projectmanagement van een titel. Inclusief omslag uitzetten en flaptekst schrijven. Juist bij dit soort uitgeverijen is de kantooromgeving zo open geworden dat je je niet meer kan concentreren op het inhoudelijk werk aan een manuscript.'
Literaire uitgeverijen hielden langer vast aan zelf redigeren omdat ze dat beschouwen als een belangrijke toegevoegde waarde die zij leveren. Maar dat idee is gaan schuiven. Ook onder invloed van schrijvers zelf, van wie steeds meer eigen inbreng wordt verwacht – in de eerste plaats op het gebied van publiciteit. Dat maakt, zeker voor grotere auteurs, hun positie sterker om een eigen redacteur te vragen.
De meeste zelfstandigen werken ook af en toe rechtstreeks voor auteurs. Medendorp: 'Hun manuscript is bijvoorbeeld nog pril. Dan willen zij een idee eerst uitwerken voor ze dat aan een uitgeverij aanbieden.' Dat past ook in een trend dat uitgevers minder boeken uitgeven en dus strenger zijn bij hun keuze voor bepaalde titels. 'Ook zijn sommige auteurs minder gelukkig met de redactie in huis. Dan willen ze een second opinion.'

Allemaal benoemen de freelancers als hét voordeel van zelfstandig werken dat ze zich weer kunnen focussen op de tekst. 'Ik begon ooit als bureauredacteur. Puur inhoudelijk werk', zegt Meurs. 'Naarmate ik langer in de uitgeverijwereld zat, ging ik steeds meer dingen eromheen doen. Omslagen zoeken, marketingplannen uitwerken, maar ook vragen van auteurs beantwoorden als: waarom lig ik niet in de Bruna?'
De kerntaak van een redacteur is lezen en redigeren. Maar in dienst gebeurde dat in toenemende mate 's avonds en in het weekend. 'Redacteuren zijn zo veel tijd kwijt aan de bureaucratie: vergaderen, dingen regelen, branden blussen', zegt Post. 'Dat ik dat niet meer hoef te doen, ervaar ik als een reusachtige bevrijding. In wezen verkoop ik daarom nu de concentratie die redacteuren intern moeilijker kunnen opbrengen.'
En: distantie. 'Ik ben me niet bewust van de voorgeschiedenis, de politiek van een uitgeverij om een boek uit te brengen, de bedoelingen van een auteur toen zijn boek werd geacquireerd. Voor mij is er alleen de tekst. Ik heb het boek vaak niet zien ontstaan vanaf het eerste idee. Ik lees het meestal voor het eerst.'
Post heeft hierdoor het gevoel dat zijn relatie met auteurs zakelijker en afstandelijk is geworden. Hij mist de relatie met auteurs inclusief de therapeutische aspecten ervan. 'Maar het is te duur voor een uitgeverij om twee jaar kopjes koffie drinken te vergoeden in de hoop dat er in het derde jaar een boek ligt.'
Maar Medendorp en Henderson ervaren juist het tegenovergestelde. 'Ik kan nu meer de diepte in,' zegt Medendorp. 'Ik heb nu veel meer tijd om te praten over een verhaal en de mogelijkheden ervan,' vult Henderson aan. 'Desnoods de hele ochtend. Laatst sprak ik bijvoorbeeld met een auteur over haar boek tijdens een wandeling over het strand.'

De precieze werkzaamheden verschillen per persoon. Medendorp heeft een voorkeur voor de begeleiding 'van het sparren over een boekplan tot het aandraaien van de laatste schroeven'. Post komt er pas in als er 'in huis al zeker een keer' naar een manuscript is gekeken. 'De interne redacteuren kunnen natuurlijk niet duimen draaien. En mijn kosten moeten wel door die ene titel worden terugverdiend.'
De relatie met de uitgeverij blijft wel intens. Medendorp: 'Ik zorg altijd dat er een vertrouwde driehoeksrelatie is tussen de auteur, de uitgeverij en mij. Redactie is essentieel, maar lang niet het enige wat bij het uitgeven van een publicatie komt kijken. Alles draait om de afstemming.' Henderson: 'Ik overleg vaak eerst met de in-huis-redacteur, zodat we hetzelfde verhaal aan de auteur vertellen. Tegenstrijdige adviezen is te verwarrend voor een auteur.'
Door die intensieve contacten doet een zelfstandige redacteur uiteindelijk toch vaak meer dan redactie alleen. Al werkende aan een manuscript ontstaan vaak ideeën over omslagen of marketingplannen, die de freelancers maar al te graag delen. Maar het grote verschil met vroeger in vaste dienst is: ze zijn er niet meer verantwoordelijk voor. Ze zijn alleen nog maar verantwoordelijk voor waar hun hart naar uit gaat: de tekst.
(Eerder gepubliceerd in Boekblad, okt 2014)

NASCHRIFT Na publicatie van dit artikel ontving ik deze mail:

“Met deel van de inhoud ben ik het niet eens. Jammer dat je alleen relatief ‘jonge freelancers hebt gesproken: mensen die nog maar kort bezig zijn. Ikzelf ben, na bureauredacteur geweest te zijn, met vergelijkbare ideeën als de door jou geïnterviewden begin jaren negentig begonnen als freelancer. Tot enkele jaren geleden was het inderdaad, zoals de mensen in het stuk ook zeggen, niet moeilijk om aan opdrachten te komen - die komen vanzelf als je in de uitgeefwereld hebt gezeten. Maar als je een jaartje of twintig bezig bent, liggen de zaken, mede door crisis, heel anders. Sinds een paar jaar moet ik actief werven, veelal zonder succes. Door velen lijk je te worden vergeten (of je bent bij jongere garde binnen uitgeverijen überhaupt niet in beeld, of je wordt om ondoorgrondelijke redenen ineens zonder melding afgeserveerd), of je komt (vanwege leeftijd? iets anders?) niet meer aan bod. Terwijl toch iedereen tegelijk zegt dat je ‘heel goed’ bent en dat kwaliteit van werk geen probleem is. Wat is er dan aan de hand? Hoe kunnen ‘senioren’ blijven freelancen? Ik vraag me af of het bij andere oudere zzp’ers ook zo is. Jammer dat het stuk niet ook daarover ging.”