zaterdag 16 mei 2015

Uitgeverij Mozaïek profiteert mee van Hawkins-hype (Boekblad)

Ook uitgeverij Mozaïek profiteert van het succes van Paula Hawkins. Het bijna gelijkgetitelde 'Het meisje van de trein' van Irma Joubert uit 2011 was deze week opeens uitverkocht. Ook staat het in de top 100 van Bol.com.

Toen acquirerend redacteur Corinne Vuijk vanochtend terugkwam van vakantie constateerde ze: de totale voorraad weg. 'Het boek verscheen in februari 2011. Kende groot succes: we zitten op 26.000 verkochte exemplaren. De verkoop van het e-boek tel ik nog niet eens mee. Inmiddels verkopen we twintig tot dertig exemplaren per maand. Nu was dat aantal al in ruim tien dagen bereikt. Ik heb nu de 11e druk besteld, van opnieuw 2.000 exemplaren.'
Dat klinkt als een minimale opleving van de 468 pagina's tellende roman over een overlevende van de Holocaust die in Zuid-Afrika beland. Maar de belangstelling was blijkbaar groot genoeg dat dit boek in de top 100 van Bol.com belandde. Tamelijk hoog zelfs: op dit moment op 17 (alleen Nederlandstalige papieren boeken). Wellicht tellen ook bestellingen in afwachting van de herdruk mee.
De verklaring van het succes ligt voor de hand. Duizenden mensen zijn opeens geïnteresseerd in een thriller van een nog onbekende auteur. Zij zoeken op een boek met 'meisje' en 'trein' in de titel en komen dan uit op Het meisje van de trein van de Zuid-Afrikaanse Irma Joubert – in plaats van Het meisje in de trein. Nog niet vertrouwd met het omslagbeeld bestellen ze het verkeerde boek. Ook is het mogelijk dat mensen door de publiciteit rond Hawkins eraan worden herinnerd dat ze Joubert nog wilde lezen.
Het debuut van Joubert verscheen oorspronkelijk in 2007 in het Afrikaans onder de titel Tussen stasies. Vuijk: 'Het grappige is dat het in Amerika voor juni stond gepland onder de titel The Girl From the Train. Hawkins is 'on the train'. De uitgeverij werd ook daar verrast door het succes, maar heeft besloten de titel te behouden. De marketing was al op streek.'
Joubert is een belangrijke auteur voor Mozaïek, een imprint van uitgeverij Boekencentrum. In vier jaar tijd verschenen zes titels die allen regelmatig worden herdrukt. Mede daardoor verzocht Joubert de uitgeverij om de vertaalrechten wereldwijd te verkopen. Behalve in Amerika komt haar debuut ook uit in het Duits. Komend najaar komt haar zevende boek uit. Een bezoek van Joubert tijdens de Week van de Afrikaanse roman in het najaar was een groot succes.
De thriller van Paula Hawkins kwam vandaag binnen op 9 in de Bestseller. Maandag werd de derde druk uitgeleverd, vrijdag volgt de vierde druk. Daarmee zijn 56.000 exemplaren van het boek in druk.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 13 mei)

Zie ook:

vrijdag 15 mei 2015

Paula Hawkins: na anderhalve week 56.000 exemplaren leverbaar van debuut (Boekblad)

Zelden verkoopt een debuut zo snel als Het meisje in de trein van Paula Hawkins. Woensdag 6 mei publiceerde A.W. Bruna de thriller, eind deze week zullen er al 56.000 exemplaren leverbaar zijn.

Meteen op de dag van verschijnen besloot de uitgeverij te herdrukken. Gisteren was al de derde druk leverbaar. 'Daarmee zitten we op 31.000 exemplaren', zegt pr coördinator Saskia Hausel van A.W. Bruna. 'Vrijdag [vandaag dus] volgt een herdruk van 25.000 exemplaren. Dan kijken we ook of we er nog tien- of vijftienduizend bij drukken die dan volgende week leverbaar kunnen zijn.' 
'Het snelst verkopende debuut allertijden', kopt de uitgeverij dan ook in een persbericht. Of dat waar is, is niet na te gaan. Het meisje in de trein is bovendien feitelijk geen debuut: Hawkins schreef eerder The Money Goddess, een gids met financieel advies voor vrouwen, en vier romantische boeken onder het pseudoniem Amy Silver. De bekendste daarvan verscheen in 2010 als Recessionista slaat terug in vertaling bij Karakter.
Maar opmerkelijk is het natuurlijk wel. Een onbekende auteursnaam, over wie alleen de geruchten uit Amerika en Engeland zijn overgewaaid. Hausel: 'Daar begon het succes met de buzz op social media. In Amerika kwam ze in januari na twee, drie weken binnen op nummer 1, waar ze dertien weken bleef staan tot de nieuwe David Baldacci – ook een auteur van ons – op 1 binnenkwam. In Engeland kwam ze binnen op 2 en een week later op 1. Nu zijn er 2,2 miljoen exemplaren verkocht.'
Het meisje in de trein lijkt hier dezelfde weg te bewandelen. Tot nu toe is er vooral op social media over het boek gesproken. Een bericht op het platform Hebban, dat tien exemplaren weggeeft, lokte bijvoorbeeld tientallen reacties uit van mensen die stuk voor stuk lieten blijken razendnieuwsgierig te zijn. Een lezer zei eigenlijk niet te kunnen wachten tot de termijn van de wedstrijd is verstreken.
'In Vlaanderen, waar het boek overigens een dag eerder verscheen, dook de pers er massaal op. Met koppen als: 'De vrouw die Dan Brown van de troon stoot',' zegt Hausel. 'In Nederland schreven alleen het AD, Metro en NRC al over dit boek geschreven. Toch worden we eigenlijk platgebeld door boekhandels met vragen over herdrukken. Ze vragen ook steeds meer posters aan.'
Ook de marketingplannen gaat pas volgende week van start. Er zijn al mini-vooruitboekjes (oplage: 8000 exemplaren) verdeeld onder boekhandelaren. 'Volgende week delen we die ook uit op de Libelle Zomerweken. Er komen nog advertenties op de voorpaginas van De kranten. We hebben een plan met Metro en de verschillende ketens. En in week 22 volgt dan een outdoor campagne.'
Komt het Het meisje in de trein morgen dan op 1 binnen in de Bestseller 60 – die de verkoop van vorige week tot en met zondag weergeeft? 'Dat denk ik niet', reageert Hausel. 'Eerder staat Esther Verhoef weer op 1 [die, na vijf weken in de lijst, momenteel op 2 staat, md]. Paula Hawkins komt er wel in, maar hoe hoog? We hopen bij de beste twintig. Volgende week hebben we dan een beter beeld of dit fantastische boek hét zomerboek gaat worden.' [Inmiddels is bekend dat Verhoef inderdaad op 1 staat en Hawkins op 9 is binnengekomen. In Vlaanderen kwam Hawkins binnen op 2.]
Behalve in het Nederlands is Het meisje in de trein ook al in vertaling uitgekomen in Griekenland, Servië, Zweden en Frankrijk. In totaal zijn de rechten verkocht aan inmiddels veertig landen.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 12 mei)

donderdag 14 mei 2015

Uitgever betrapt op lezen achter het stuur

Nieuws op de BBC: een vrachtwagenchauffeur is betrapt op het lezen van een boek tijdens het rijden op de snelweg. Er zijn beelden van om het te bewijzen, hier te zien. Dat klinkt als een unieke overtreding, maar ik moest onmiddellijk denken aan een prominente Nederlandse uitgever die daar enkele jaren geleden ook een boete voor heeft gekregen. Dat klinkt logisch: een uitgever moet altijd lezen. Manuscripten van fondsauteurs. Onontdekte pareltjes uit vreemde literaturen. Eerste pogingen van nieuwe talenten. Maar helaas, het was de krant.

woensdag 13 mei 2015

Een ontspannen Peter Terrin vindt Libriswinst Van Dis 'ergens wel verdiend' (Knack)

Niet Peter Terrin, maar Adriaan van Dis won gisterenavond de Libris Literatuurprijs 2015. De enige Vlaamse genomineerde auteur had er vrede mee.

Wat een verschil kan vijf jaar maken. In 2010 zat Terrin voor de eerste keer aan bij een diner voorafgaand aan de uitreiking van een grote literaire prijs. Inmiddels is het de vierde keer én heeft hij een AKO Literatuurprijs op zak. Die kreeg hij in 2012 voor Post Mortem. Zo teleurgesteld als hij destijds was, mede door de nogal verrassende winnaar Bernard Dewulf, zo ontspannen oogde hij ditmaal na afloop.
'Maar vergis je niet,' zegt hij. 'de laatste tien minuten, als de juryvoorzitter [Rijksmuseum-directeur Wim Pijbes] het podium betreedt, loopt de hartslag op. Denk je dingen als: waar staat de man met de champagne? O nee, helemaal aan de andere kant van de zaal. Maar het is erger voor Niña Weijers. Die zat daar en wint hem toch niet. Zij zag de man met de champagne aan haar voorbij lopen.'
Terrin heeft toch al niet te klagen over succes voor Monte Carlo, dat de jury op de shortlist zette. De roman over monteur Jack Preston die een filmster redt maar daar door niemand erkenning voor krijgt, 'is goed verkocht. De vertaalrechten zijn aan alle grote landen verkocht. Dus ik ben vanavond niet ontgoocheld.' En dan vergat hij er nog bij te vermelden dat hij er al een Inclusieve Griffel voor won.
Daar komt bij dat het boek door de geringe omvang én de hoge persoonlijke inzet van de vorige roman een beetje de reputatie heeft van een tussendoortje. Verschillende media schreven Monte Carlo bij voorbaat af als mogelijke Libris-winnaar. In de trant van: Zo'n boekje verdient toch geen 50.000 euro? Dan is het juist mooi, vindt Terrin, dat de jury met de uitverkiezing bewijst het boek wél voor vol aan te zien.
'Ik vind het jammer, die reputatie', zegt hij. 'Ik heb het met evenveel overtuiging en inzet geschreven als mijn andere boeken. Ik vond het een grote uitdaging: zo'n filmisch verhaal, bijna sprookjesachtig, met voor het eerst een alwetende verteller, waarin elke zin zijn waarde heeft. Dit is echt een boek waarvan ik denk dat je er geen zin uit kunt halen of het is niet meer hetzelfde boek.'
Over Ik kom terug, waarmee Van Dis de Libris Literatuurprijs won, kan Terrin niet oordelen. 'Ik had van de shortlist enkel Niña Weijers gelezen. Vooraf, bedoel ik. Nadat de lijst bekend werd gemaakt, wilde ik de andere boeken niet meer lezen. Ik zou dat alleen maar hebben gedaan met het idee: hoe concurreert dit boek met de mijne? Dat is de verkeerde instelling.'
Maar: 'Het leek me een heel open shortlist. Iedereen maakte een kans. Je hebt edities dat je denkt: het gaat tussen die en die schrijver. Toen ik de AKO won had ik ook het gevoel dat ik het momentum had. En dat het dan Van Dis is geworden? Ergens is dat wel verdiend, denk ik. Hij is een heerlijke man. En Indische Duinen en Nathan Sid vond ik goed. Vooral van Nathan Sid hou ik erg.'
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 12 mei)

Zie ook:
- De uitreiking in 2014 (Ilja Pfeijffer), 2013 (Tommy Wieringa) en 2012 (AFTh van der Heijden)

zaterdag 9 mei 2015

'Efter', 'Alles wat er was' en andere romans van Hanna Bervoets (Ons Erfdeel)

 Een schreeuw om aandacht

Is liefdesverdriet een psychische aandoening? Het had zo maar in de DSM-V kunnen staan, de jongste editie van het Amerikaanse handboek dat de standaard zet voor de psychiatrische diagnostiek. 'Lijdensdruk' is het toverwoord in deze editie, schreef NRC Handelsblad. Als iemand ondraaglijk lijdt, kan een arts een behandeling starten. En ondraaglijk– dat lijkt het lijden snel na een verbroken relatie. Aanhoudende slaapproblemen. Buikpijn. Hevige stress. Enzovoorts.
In Efter (2014) neemt Hanna Bervoets een voorschot op een toekomst waarin liefdesverdriet een erkende ziekte is. Love Attention Disorder (LAD) heet het in haar vierde roman. De kenmerken van de kwaal, die als een verslaving aan een ander mens wordt getypeerd, zijn: aanhoudende hunkering, stemmingswisselingen, verstoorde realiteitsbeleving, obsessief compulsieve gedachten en/of handelingen, en ontwenningsverschijnselen.
In zo'n situatie is genezing van liefdesverdriet uiteraard big business. Talrijke privé-klinieken richten zich op behandeling van hoofdzakelijk tieners. Het farmaciebedrijf Fizzler denkt verder. Een pil tegen liefdesverdriet, Efter genaamd, zou wel eens net zo gewild kunnen zijn als Viagra. Zoals iedere oudere man de liefde wil blijven bedrijven als hij daar fysiek niet meer toe in staat, zo lijdt iedere jongere ooit in zijn leven aan de liefde. Waarschijnlijk zelfs meer dan eens.
Maar ergens is iets fout gegaan. Een dik half jaar na de presentatie van Efter zijn er al meer dan honderd doden gevallen door het pilletje. Dode nummer 103, zo schrijft de onderzoeksjournaliste Laura Horst in de 'meek' (een soort blogpost) die als proloog van de roman dient, is een vrouw in Keulen die nietsontziend wordt neergestoken door de vrouw van haar minnaar. Hoe heeft het zover kunnen komen? En belangrijker: wat heeft het medicijn hier precies mee te maken?

Efter is ingenieus opgebouwd. Bervoets beschrijft steeds een ontmoeting tussen twee personages die, rechtstreeks of zijdelings, iets te maken hebben met de ontwikkeling van het geneesmiddel en de behandelingen in kliniek Jagthof – te beginnen bij de 'exclusieve presentatie' van Fizzler. Deze ontmoetingen worden afgewisseld met 'meeks' van Laura Horst en de patiënte Fajah Rizzo, die liefdesverdriet faket in de hoop zo lang mogelijk in Jagthof te kunnen blijven.
Zo krijgt de lezer langzaam antwoord op de vragen die de proloog opwerpt. Het is bewonderenswaardig hoe Bervoets er in haar strikt chronologisch vertelde flashback in slaagt tegelijkertijd de mist rond het raadsel heel geleidelijk te laten optrekken én de vaart erin te houden. Ondanks voortdurende wisselingen van perspectief houdt ze de touwtjes strak in handen. Tot, letterlijk, de allerlaatste zin. Pas dan weet de lezer hoe en waarom Efter in het publieke domein is terechtgekomen.
De puls van Efter is dan ook het plot. Willen weten hoe het zit, dát drijft de lezer voort – die uiteindelijk volledig wordt beloond voor zijn moeite. Efter is geen onderzoek naar een samenleving waarin alledaagse emoties worden gemedicaliseerd. Door het dystopische karakter is het verhaal uiteraard als vanzelf kritisch, maar Bervoets gaat nauwelijks in op de consequenties van een emotioneel gladgestreken maatschappij. Ze geeft alleen maar een voorbeeld van hoe het mis kan gaan.

Efter past daarom naadloos in het oeuvre van de nog maar 31-jarige schrijfster. Al vanaf haar debuut Of hoe waarom (2009) is de vorm krachtiger dan de inhoud. Deze roman beschrijft een week uit het leven van Flora Vos. In het eerste deel staat de vraag centraal of zij een reeks moorden heeft gepleegd, onderbroken door de naam van de slachtoffers op een volle pagina en het antwoord – meestal ja. In het tweede laat ze zien hoe Flora heeft vermoord, in het derde deel waarom.
Vergeleken bij het veel complexere Efter is het nogal simpel uitgewerkt. In het tweede deel blijkt dat Bervoets simpelweg Flora's ontmoetingen met haar slachtoffers in het eerste deel heeft afgebroken. Door ze op dat moment te vervolgen blijkt welke gruwelijke methodes de journaliste heeft gebruikt. Geraffineerd is anders. Maar de vorm is tenminste origineel. De reden waarom Flora zich plots ontpopt tot seriemoordenaar is te oppervlakkig en wel erg nadrukkelijk uitgewerkt.
Ook stilistisch is Bervoets gegroeid. Of hoe waarom viel al op door de luchtige, vlotte toon, de kleine vormgrapjes (grafisch weergegeven geluidseffecten als 'ping! of 'klik!', zoals in strips gebeurt) en grappige observaties over de moderne consumptie-maatschappij zoals ze die sinds 2009 ook in haar wekelijkse column voor de Volkskrant doet. Ja, denk je bijvoorbeeld met Flora, zo treurig zijn de spaarprogramma's van stationsketens die smakeloze koffie serveren.
In Efter dwingen – naast de compositie – grotendeels dezelfde elementen respect af. De onveranderd heldere toon die verraadt hoe goed Bervoets kan schrijven (al is het in het soort uitgebeend idioom dat in Nederland doorgaans wel, maar in Vlaanderen weinig wordt gewaardeerd). En vooral het spel met de vorm. De vele brokstukken waaruit de roman bestaat bieden Bervoets de gelegenheid om, op bescheiden schaal, met succes steeds nieuwe structuren uit te proberen.
Daarbij heeft Bervoets gewonnen aan subtiliteit. Waar je in Of hoe waarom te snel aanvoelt wat je in het tweede en derde deel kunt verwachten, moet je in Efter beter opletten om de hints te duiden. Sterker: Ze slaagt er in de lezer op het verkeerde been te zetten. Wie aanvankelijk een hoofdpersonen lijkt te zijn, alleen omdat ze in het eerste hoofdstuk worden geïntroduceerd, spelen geen rol van betekenis. En wie zich aandient als een bijfiguur, heeft juist een cruciale rol gespeeld.

Ondanks de zichtbare groei is Bervoets werk allerminst perfect. Regelmatig zit de columniste de romanschrijfster in de weg. Of ze haar personages onderbrengt in een hotel (Of hoe waarom), laat stranden in een verlaten schoolgebouw (Alles wat er was) of naar een exclusieve presentatie stuurt (Efter) – het blijkt te verleidelijk voor Bervoets om niet te laten zien hoe raak ze sociale situaties en moderne verschijnselen kan typeren. Dat doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van haar karakters.
Neem Lieve Céline (2011). Hoofdpersoon is de zwakbegaafde Brooke die na de onverwachte dood van haar moeder alleen achterblijft met haar zus en de vriend van haar zus, en troost vindt in een adoratie voor Céline Dion. Onderweg naar een concert van de zangeres in Las Vegas wordt verteld welk drama zich daar voorafgaand heeft afgespeeld en hoe het zover heeft kunnen komen. Deels schrijft Brooke haar verhaal zelf in een serie brieven aan haar idool.
Deze roman heeft een fraai uitgewerkte en bij vlagen ontroerende raamvertelling, waarin de lezer maar langzaam duidelijk wordt wat Brooke gedaan vlak voor ze naar het vliegveld reisde. Bervoets heeft de toon van een zwakzinnige in haar eigen teksten raak getroffen. Maar zou iemand met zo'n laag IQ, die echt geen Engels beheerst, werkelijk opvallen welke stopwoorden ze in Vegas hoort? 'Well. You know. Its like. Actually.' - et cetera. Zo zijn er meer uitglijders.
In Efter is de geloofwaardigheid van haar personages minder problematisch. In deze roman is het verhaal onvoldoende doordacht. Fajah schrijft dat ze allerlei dingen over zichzelf geheim wil houden voor haar medepatiënten. Maar waarom doet ze dat in 'meeks' – die, voor zover ik dit toekomstig sociale medium goed begrijp, kunnen worden gelezen door haar 'peasants' (volgers)? Of is de verhouding tussen privacy en openbaarheid zo verwrongen geraakt dat ze hopeloos door elkaar lopen?
Ook storend is Bervoets' neiging om te vaak van tevoren het belang van komende gebeurtenissen of dialogen te onderstrepen. 'De laatste keer dat ik hem sprak, was de avond waarop alles zou veranderen.' Of: 'Nu, achteraf, wou ik dat ik die avond, en alle avonden daarvoor, meer mijn best had gedaan. Of in ieder geval: net zoveel mijn best als hij.' Waarna de scène volgt. Ze zou erop moeten vertrouwen dat haar lezers zelf wel opletten of een passage belangrijk is of niet.

De kern van Bervoets nog kleine oeuvre is de schreeuw om aandacht. In Of hoe waarom vermoordt Flora mensen omdat ze dat als laatste redmiddel ziet om ooit opgemerkt te worden. In haar jeugd via de mini-playbackshow noch als volwassen journaliste was het haar naar bevrediging gelukt. In Efter veroorzaakt het vergeefse verlangen naar aandacht van het object van de hunkering de LAD. Steeds opnieuw bekijkt Bervoets het thema van een andere kant.
Zelfs in Alles wat er was (2013) is aandacht het centrale thema. Het dagboek van Merel vertelt over een groep mensen die toevallig bijeen is gekomen om opnames te maken voor een tv-programma. Nadat er een grote knal te horen is geweest, wordt ieder contact met de buitenwereld verbroken. Ze kunnen niet meer weg. In deze apocalyptische omstandigheden laat Bervoets zien dat ondanks alles ontberingen en wanhoop de behoefte aan aandacht en liefde van anderen de laatste behoefte is die overblijft.
Misschien is de behoefte om opgemerkt te worden ook wel Bervoets probleem als schrijfster. Ze wil te graag behagen om haar onmiskenbaar vaardig geschreven en ambachtelijk uitstekend vakwerk uit te kunnen laten groeien tot méér. Efter bewijst het opnieuw: ze wil de lezer vermaken met een meeslepend verhaal. Ze neemt hem te nadrukkelijk bij de hand. Ze bevredigt al zijn nieuwsgierigheid. En daardoor mist net dat beetje diepzinnigheid of magie van grootse literatuur.

HANNA BERVOETS, Efter, Atlas Contact, Amsterdam, 2014, 312 p; Alles wat er was, 2013, 284 p; Lieve Céline, 2011, 206 p; Of hoe waarom, 2009, 175 p.
(Eerder verschenen in Ons Erfdeel, nr. 1, 2015)

woensdag 6 mei 2015

3. Zelfstandige redacteuren bieden hun diensten aan niet gepubliceerde auteurs aan (Schrijven Magazine)

Welke fouten maken beginnende auteurs het meest?
Vier zelfstandige redacteuren geven antwoord.

Ingrid Meurs: 'Er is vaak te weinig geschrapt. Overbodige personages of verhaallijnen. Of het taalgebruik is niet strak genoeg. Schrijven is schrappen, dat blijft toch regel nummer één.'
Arjan Post: 'Dat verschilt per schrijver. Een bepaald type fout komt wel op verschillende niveau's terug. Als je bijvoorbeeld te expliciet bent, worden de personages te veel uitgelegd en zijn ze dus niet van vlees en bloed, zijn de dialogen te lang, is de boodschap van de tekst te uitleggerig.'
Marja Duin: 'Er wordt nog steeds ongelooflijk veel verteld in plaats van getoond. Show don't tell, daarin coach ik veel: laat het zien, benoem het niet.'
Harminke Medendorp: 'Ik vraag altijd in het eerste gesprek: Waarom wil je dit werk maken? Waarom kies je voor deze invalshoek en voor deze vorm? Wat is je fascinatie of innerlijke noodzaak? Vaak zit het antwoord er wel in, maar pas als een schrijver erin slaagt dat beter te articuleren, heeft hij tijdens het schrijfproces veel meer focus.'

Zie ook:
- Deel 1 en deel 2 van bijbehorend artikel

dinsdag 5 mei 2015

2. Zelfstandige redacteuren bieden hun diensten aan niet gepubliceerde auteurs aan (Schrijven Magazine)

Ook Marja Duin ziet een zekere angst voor kritiek. Zij werkte acht jaar als redacteur voor Becht en Archipel. Al tijdens de laatste baan die ze in deeltijd uitvoerde, begon ze aankomende auteurs te begeleiden. Dat beviel zo goed dat ze, anders dan de andere drie, juist daar haar specialisatie van heeft gemaakt. Momenteel coacht ze vijfentwintig auteurs in verschillende stadia van een schrijftraject.
'Er is steeds meer bewustzijn dat een redacteur nuttig kan zijn, omdat je zelf blind raakt voor je eigen fouten', meent ze. 'Maar er wordt niet altijd naar gehandeld. Juist uit angst dat als een redacteur zich zo sterk met een tekst bemoeit dat die niet meer van hen is. Dat hun stijl wordt aangepast. Dat is niet zo. Een redacteur gaat heel voorzichtig met een tekst om. Ik weet dat ik iemand begeleid bij de geboorte van zijn kindje.'
'Ik sluit altijd aan bij het niveau van de auteur', vervolgt ze, 'Dan kan ik de positieve dingen benadrukken – en van daar uit verder gaan. Tot het punt wordt bereikt dat de auteur in het begin heeft gezegd te willen bereiken. Al is een manuscript nooit af, dat zeg ik er ook altijd bij. Als een tekst eenmaal bij een uitgeverij ligt heeft die er ook weer van alles op aan te merken.'
De auteur die ervoor kiest toch klant te worden, wordt vaak gedreven door ambitie – niet om rijk en beroemd, maar om een zo goed mogelijke schrijver te worden. Duin: 'Het zijn ook wat oudere mensen. Ze zijn op een leeftijd dat ze echt nog iets willen realiseren in hun leven. Ook heb ik steeds meer professionals – financial planners, salesmanagers – die een boek willen schrijven om te gebruiken voor hun werk.'

De meeste oud-redacteuren van uitgeverijen komen via-via aan hun klanten. Ongeacht of ze nauwelijks online aanwezig zijn of, zoals Duin, juist actief bloggen, twitteren, zich in discussies mengen op het forum van Schrijven Online. 'De mond-tot-mondreclame is het belangrijkste', zegt Duin, die dan ook niet meer zo actief is op internet als in het begin. Post krijgt ook klanten via Script+.
Meurs en Duin hebben hun tarieven expliciet op hun eigen site vermeld. Voor een analyse & advies, waarbij Meurs maximaal 10.000 woorden leest, vraagt ze 250 euro. Redactie kost bij haar 20,50 euro per 1000 woorden. Duin vraagt voor een quickscan 200 euro. Voor andere diensten geldt een uurtarief van 65 euro. Redactie kost 25 euro per 1000 woorden. Alle prijzen zijn exclusief btw.
'Ik heb mijn prijzen bewust erop gezet,' vertelt Duin, 'omdat ik er vaak tegenaan liep dat ik veel tijd in mensen investeerde die toch geen klant werden. Ik voerde een uitgebreid intakegesprek, gaf advies – en dan had men het geld er niet voor over. Dan deden ze het liever zelf.' Meurs heeft dezelfde motivatie. 'Als mensen de prijs hoorden, dachten ze: ik ken ook wel een familielid die d's en t's kan checken.'
Het idee dat redactie duur is komt vooral door de onderschatting van hoeveel tijd erin gaat zitten. En het gebrek aan besef hoeveel waardevol het is om onder begeleiding je boek te verbeteren. 'Als ik vroeger bij de uitgeverij in eigen beheer uitgegeven boeken kreeg,' zegt Meurs, 'zag ik onmiddellijk of er was beknibbeld op redactie. Het is gewoon minder goed. De investering daarin loont echt.'
De redacteuren berekenen niet-publicerende auteurs weliswaar een hoger tarief dan uitgeverijen voor in wezen hetzelfde werk, maar dat komt door het kwaliteitsverschil. Manuscripten die ze voor uitgeverijen redigeren zijn al eerder bekeken en van feedback voorzien. Meurs: 'Voor een particulier kan ik maximaal vijf tot tien bladzijden per uur doen. Voor een uitgeverij, als het meezit, tien per uur. Mijn uurloon is dan ongeveer hetzelfde.'
Tegelijkertijd kan een auteur de rekening zo hoog laten oplopen als hij zelf wil, benadrukt Medendorp. 'Auteurs komen vaak met manuscripten van duizend bladzijdes aanzetten, terwijl je over dertig tot vijftig pagina's al zinnige redactionele aanwijzingen kunt geven die doorgaans voor het hele boek gelden. Mijn tarief is hoger als ik meer voorbereidingstijd nodig heb. Begin dus klein.'

Medendorp is niet de enige oud-redacteur die schrijvers waarin ze gelooft onder zal proberen te brengen bij een uitgeverij in haar netwerk. 'Ik kan dat alleen doen als ik het echt veelbelovend vind', meent ook Duin. 'Ik moet aan mijn imago bij uitgeverijen denken, van wie ik immers ook opdrachten krijg. Ik kan het me niet veroorloven om met pulp aan te kom zetten.'
Maar het komt voor. Duin bracht zes auteurs onder bij een uitgeverij. Onder wie thrillerschrijfster Carina van Leeuwen. Duin leerde de rechercheur kennen omdat ze was gevraagd feiten te verifiëren voor andere thriller. Duin daagde haar uit zelf een boek te schrijven. Ze leverde eerst een 'heel slecht manuscript' in, dixit Van Leeuwen zelf. Dankzij Duins begeleiding debuteerde ze toch bij A.W. Bruna. 
'Niet-gepubliceerde schrijvers zien mij wel als springplank,' zegt ook Post. 'Ze hebben allemaal een klein beetje last van een calimerocomplex. Ze zien de uitgeefwereld als een hermetisch bolwerk waar zij nooit binnenkomen. Als een geheim genootschap met ingewikkelde codes. Maar als ik het goed genoeg vind, help ik. Zeker. Ik heb nu een manuscript onder handen dat ik ga proberen onder te brengen.'
(Deel 2 en slot van een artikel dat eerder werd gepubliceerd in Schrijven Magazine nr. 1, 2015)

maandag 4 mei 2015

1. Zelfstandige redacteuren bieden hun diensten aan niet gepubliceerde auteurs aan (Schrijven Magazine)

Steeds meer redacteuren van uitgeverijen kiezen voor een bestaan als zzp'er. Hun ervaring en expertise is daarmee ook in te huren door nog niet gepubliceerde auteurs. 'Veel auteurs weten niet hoe hun tekst overkomt. Een redacteur helpt om de kritiek op je eigen tekst te ontwikkelen en te verinnerlijken.'

Voor Harminke Medendorp is het zonneklaar. 'Uiteraard zal ik mijn netwerk gebruiken als ik geloof in het manuscript van de auteur waaraan ik werk,' zegt de voormalig redacteur van Van Goor en Podium die sinds 2013 voor zichzelf werkt. 'Als uitgevers een tip krijgen van iemand wiens smaak ze kennen en wiens oordeel ze vertrouwen, nemen ze dat serieuzer. Zo werkt dat nu eenmaal.'
Dat maakt het voor aankomend schrijvers met de wens te worden gepubliceerd door een reguliere uitgeverij des te interessanter om een redacteur in te huren die zijn sporen heeft verdiend in deze branche – zo'n vijftien jaar, in het geval van Medendorp. Auteurs profiteren niet alleen van de enorme ervaring die een redacteur heeft opgedaan – met auteurs als Kluun, Herman Franke en Aaf Brandt Corstius, in het geval van Medendorp. Nee, ze hebben meteen een ingang.
Feit is dat steeds meer redacteuren zich vestigen als zelfstandige. Dat komt door de veranderingen in de uitgeverij. Onder druk van de aanhoudende crisis krimpen uitgevers in. Omdat het redactiewerk toch moet worden gedaan huren zij daarvoor freelancers in. Bovendien is een nieuw type uitgeverij ontstaan die uitsluitend met krachten van buiten werkt. Denk aan Marmer en Brandt.
Andersom vinden steeds meer redacteuren het aantrekkelijk omde uitgeverij te verruilen voor een bestaan als zzp'er. Eindelijk kunnen ze zich weer volledig concentreren op de tekst en niets dan de tekst. In vaste dienst ging zo veel tijd op aan het bespreken van marketingteksten, auteurs te vriend houden, schrijven van flapteksten, uitzetten van omslagen, enzovoorts.
Hoofdzakelijk werken zelfstandige redacteuren als Medendorp met gevestigde auteurs – Renate Dorrestein, Wilfried de Jong en Ingmar Heytze, in haar geval. Maar allemaal werken ze ook met aankomend schrijvers. En heus niet alleen omdat de schoorsteen moet roken. 'Het is heel plezierig om verrast te worden door nieuwe stemmen en die auteurs een duw in de rug te kunnen geven', zegt Medendorp.
Zelf vindt ze het prettig dat ze nu meer tijd kan maken voor beginners. 'Uitgevers besteden veel tijd aan talentontwikkeling. Maar vaak reageerde ik, als ik pril talent bespeurde, met: laat weer eens wat lezen als je wat nieuws heb; als je je verder hebt ontwikkeld. Dan kreeg ik de wedervraag: kun jij me daar bij helpen? Daar had ik nooit tijd voor. Nu wel.'

Iedere schrijver weet inmiddels dat je niet kan vertrouwen op de lof van vrienden, buren of collega's. Redacteuren hebben in hun jaren bij de uitgeverij het ook vaak gelezen in de begeleidende brieven bij de manuscripten die hen werden opgestuurd. 'Iedereen in mijn omgeving zegt: jij schrijft zo goed, daar zou je iets mee moeten doen.' Het manuscript zelf viel meestal tegen.
Wie op zoek gaat naar een deskundiger oordeel komt snel uit bij schrijvers. Of je nu kijkt naar de docenten van de meerjarige opleiding aan de Schrijversvakschool, de cursussen van Script+ of de masterclasses van de Querido Academy: bijna overal werken auteurs met ten minste één publicatie op hun CV. Voor de meesten is dat een welkome aanvulling op hun vaak karig auteursinkomen.
Beter dan vrienden of een schrijver is echter het oordeel van een oud-redacteur van de uitgeverij. 'Het is natuurlijk niet helemaal waardeloos als een vriend je werk prijst,' zegt Arjan Post, die vijf jaar werkte bij Augustus en Nieuw Amsterdam. 'Het betekent dat je tekst overkomt.'
Het kan ook heel inspirerend om een bewonderd auteur te horen uitleggen hoe hij het doet, vervolgt. 'Daar kun je veel van leren. Maar de redacteur is de enige die –  met al zijn professionele kennis en ervaring – naast je zit zonder dat bewondering in de weg zit. Als je een cursus bij een auteur volgt, wil je toch zijn trucje afkijken. Het geheim van zijn talent ontdekken. Andersom heeft een auteur misschien te veel de neiging om zijn manier van denken en schrijven als norm uit te dragen.'
Een goede redacteur is als 'een klankbord, een spiegel', vindt Post. 'Veel auteurs weten niet hoe hun tekst overkomt. Een redacteur helpt om kritiek op je eigen tekst te ontwikkelen en te verinnerlijken. Niet door zelf als redacteur dingen te verzinnen: "voeg hier een knorrend varken in", maar door aan te wijzen waar de tekst wringt. Het verzinnen en verbeelden blijft de taak van de auteur zelf.'

Wat een oud-redacteur van een uitgeverij doet, is niet veel anders dan andere schrijfcoaches. Dat zeggen ook anderen. Ingrid Meurs – elf jaar in vaste dienst bij Arena, Saffraan en Artemis en sinds vier jaar regelmatig interim-redacteur bij diverse uitgeverijen – 'checkt teksten op plot, verhaallijn, structuur, taalgebruik, veelvoorkomende fouten,' somt ze op.
Wat ze precies doet voor haar klanten hangt af van hun wensen. 'Als mensen werk naar een uitgever willen sturen, doe ik vaak een lichtere vorm van redactie: een analyse & advies. Dat gaat het erom dat het goed genoeg is om een uitgever te overtuigen. Als mensen hun werk in eigen beheer uitgeven, willen ze juist wel dat ik het hele manuscript redigeer. Dan moet de tekst zo goed mogelijk worden.'
Meurs neemt een klant aan als de auteur serieus met het schrijverschap bezig is en het manuscript een minimale kwaliteit heeft. 'Als ik zelf denk: wat een vreselijke tekst, dat wordt niets – dan moet ik het niet doen. Dat is voor mij niet goed, dat is voor de auteur niet goed. Ik zou met tegenzin aan het boek werken. De auteur zou merken aan mijn opmerkingen dat ik me irriteer.'
Haar opmerkingen neemt ze – zoals alle zelfstandig redacteuren – persoonlijk met haar klanten door. 'Het komt anders over wanneer je alles toelicht. Zelfs ervaren auteurs die weten hoe intensief een redacteur een tekst doorneemt, schrikken soms van alle opmerkingen. In een gesprek kun je beter de nuance overbrengen. Of tot een ander oordeel komen als je hoort wat een auteur beoogt.'

Aankomende auteurs moeten dan wel open staan voor kritiek – wat gelukkig bijna altijd het geval is wanneer iemand de moeite heeft genomen een redacteur te zoeken. 'Maar ik heb ook eens tien bladzijde geredigeerd voor iemand met een groot ego die eigenlijk alleen maar van mij wilde horen hoe geweldig zijn tekst was. Dank voor je opmerkingen, zei hij, maar ik doe er niets mee. Dan heeft redactie geen zin.'
(Deel 1 van een artikel dat eerder werd gepubliceerd in Schrijven Magazine nr. 1, 2015)

zaterdag 2 mei 2015

Interview Annemarie van Gaal: 'Bibliotheek, vind jezelf opnieuw uit' (Bibliotheekblad)

De openbare bibliotheek heeft een belangrijke maatschappelijke functie. Maar – schreef Annemarie van Gaal onlangs in haar wekelijkse column in Het Financieele Dagblad – dat kost de samenleving wel 600 miljoen euro per jaar. Zou dat geld ook anders kunnen worden besteed om hetzelfde doel op een wellicht doelmatiger manier te bereiken? En zouden bibliotheken geen andere verdienmodellen kunnen aanboren? Bijvoorbeeld door flexplekken te verhuren aan zzp'ers.
Deze column leverde 'de selfmade ondernemer en het geweten van financieel en zakelijk Nederland', zoals de krant Van Gaal omschrijft, opmerkelijk veel reacties op vanuit de bibliotheeksector. Ingezonden brieven van onder meer VOB-directeur Ap de Vries. Uitnodigingen van DOK Delft, Het Eemhuis, Centre Ceramique, Bibliotheek Zwartewaterland en anderen om eens langs te komen. Een verbolgen gastblog op Bibliotheekblad.nl van Jacques Malschaert van Bibliotheekservice Fryslân. Wat vooral stak was dat de kritische Van Gaal ook op 27 mei dagvoorzitter is op een werkconferentie over een toekomstbestendig financieringsmodel.

Wat was de aanleiding om de column te schrijven?
'Het ging zoals altijd. Ik hoor of lees iets en denk daar in de loop van de week over na. Als ik op vrijdag mijn column schrijf werk ik die gedachten uit. Ergens was het zaadje in mijn hoofd geplant over bibliotheken op zoek naar nieuwe verdienmodellen. Dat zette me aan het denken. Wat voor modellen dan? Hoe zouden bibliotheken dat kunnen doen? Want het is belangrijk dat bibliotheken blijven bestaan. Waarschijnlijk groeiden die vragen omdat ik volgende maand dagvoorzitter ben op een bijeenkomst hierover. Ik heb in ieder geval niet bewust gedacht: ik ben dagvoorzitter, dus ik schrijf een column.'

Wat voor research heeft u verricht?
'Ik moet natuurlijk antwoord hebben op vragen als: Wat kost een bibliotheek? Hoeveel bezoekers trekken ze? Dat heb ik uitgezocht, maar ik heb me er nog niet echt in verdiept zoals ik doe ter voorbereiding op een dagvoorzitterschap.'

'Iedere keer als ik langs een bibliotheek loop,' schrijft u, 'zie ik lege zalen met eindeloze boekenrekken.' Hoe vaak loopt u langs een bibliotheek?
'Dagelijks. Ik woon om de hoek van het filiaal op het Roelof Hartplein in Amsterdam. En ik zie daar nooit iemand, maar misschien is die bibliotheek een uitzondering.'

En hoe vaak bent u in een bibliotheek?
'Ik ga nooit naar de bibliotheek om de bibliotheek te bezoeken. Ik heb geen bibliotheekpas. Ik was lid in mijn jeugd, daarna niet meer. Ik kom er nu voor allerlei gelegenheden – een keer in de twee maanden misschien. Zo was ik in dezelfde week waarin de column verscheen in de centrale van de OBA. Ik nam deel aan een debat van de GGZ die daar het theater hadden afgehuurd. Maar overal is de bibliotheek vrij leeg. Als ik het vergelijk met een commercieel verhuurde gebouwen worden de vierkante meters daar beter benut.'

Wat ziet u als de hoofdboodschap van uw column?
'Bibliotheek, vind jezelf opnieuw uit. Een instituut behoudt alleen zijn bestaansrecht als het zich blijft aanpassen aan de huidige tijd, anders is het gedoemd om de overleven. Dus: kijk wat je kunt doen om je aan te passen. Misschien kan de bibliotheek wel in een andere behoefte voorzien. En bibliotheken doen dat ook. Dat ze een dag organiseren over toekomstige verdienmodellen bewijst dat. Gelukkig maar, bibliotheken zijn veel te belangrijk. Ik wil niet dat ze sluiten.'

Waarom vindt u dat eigenlijk?
'In de bibliotheek ligt in feite alle kennis, wetenschap en literatuur van Nederland opengeslagen. Het is belangrijk dat zo'n plek bestaat die openbaar en voor iedereen toegankelijk is. Alleen is uitsluitend die functie niet voldoende. Of binnenkort niet meer. Het is denkbaar dat heel Nederland over vijf jaar toegang heeft tot gratis internet waar dezelfde kennis volledig in the cloud is opgeslagen. Daarom moet de bibliotheek nadenken over wat het nog meer kan doen.'

Gebeurt dat momenteel voldoende?
'Ja. Ik denk dat bibliotheken echt proberen hun propositie te versterken. Maar avondjes organiseren is niet genoeg. Dat gebeurt overal al. Er moet dieper over worden doorgedacht. Ik heb het antwoord ook niet, maar ik hoop dat de conferentie de sector verder kan helpen. Ik ben heel benieuwd naar de uitkomsten van die dag. Ik heb inmiddels begrepen dat er bibliotheken zijn die de oefening voor zichzelf al hebben gedaan en hun ervaringen komen delen. Zoals Stadkamer in Zwolle. Ik kijk ernaar uit die verhalen te horen.'

Ik lees in uw column ook dat bibliotheken meer eigen geld moeten aantrekken.
'Dat wilde ik niet zozeer zeggen. Het ging mij om: 600 miljoen euro per jaar aan publieke middelen is een te grote bulk geld dat verdwijnt als bibliotheken niet vernieuwen. Het zou mooi zijn als de verdieping van de maatschappelijke functie bibliotheken ook geld oplevert, maar het belangrijkste is dat de bibliotheek functies hebben die het instituut een duurzame toekomst geeft.

Heeft u alle reacties op uw column gelezen?
'Zeker. Ik lees altijd alle reacties. Die helpen mij ook om mijn eigen oordelen aan te scherpen. Van alle columns in het FD roept de mijne de meeste reacties op. Ik wil niet alleen een situatie beschrijven, maar ook mogelijke oplossingen aandragen. En dat in vierhonderd woorden. Dan gaat de nuance weleens verloren. Maar dat hoort erbij. Ik wil het scherp neerzetten zodat mijn lezers worden verleid om bij zichzelf te rade gaan: ben ik het ermee eens of niet en waarom dan. Zo komt het debat los. Dat is me dit keer gelukt, denk ik.'

De reacties vanuit de bibliotheek waren erg kritisch.
'En terecht, vanuit de bibliotheek gezien. Als die sector door je aderen stroomt, vecht je ervoor. Dat begrijp ik. Maar ik kreeg ook reacties van bedrijven als Regus en Seats4Me omdat ik schreef dat bibliotheken een betere propositie hebben voor het aanbieden van flexplekken. Hoe durfde ik te suggereren dat een gesubsidieerde instelling met hen moet concurreren! Zo vecht iedereen voor zijn eigen belang, zo zit de wereld in elkaar.'

U denkt niet, bij alle kritiek, dat bibliotheken als struisvogels wegduiken voor een veranderende maatschappij?
'Misschien doen sommigen dat, maar dat er zo'n dag wordt georganiseerd als op 27 mei en men mij als dagvoorzitter vraagt – wetend dat ik altijd scherp ben – bewijst dat men bovenin niet zo denkt. Er zijn genoeg bibliothecarissen die hun instelling beter willen maken.'

Waarom bent u ingegaan op de uitnodiging voor de werkconferentie over een toekomstbestendig financieringsmodel?
'Ik hou ervan dagvoorzitter te zijn, vooral in sectoren die ik wel ken maar niet van binnenuit. Belastingdeurwaarders, actuarissen, bouwbedrijven en ook bibliotheken. Ik doe het maximaal een keer per maand, dus ik wil het wel doen in een sector die echt iets bij mij triggert. Kennelijk geldt dat bij uitstek voor bibliotheken. Ik schrijf normaal nooit een column als ik word gevraagd als dagvoorzitter.'

Wat gaat u nog doen ter voorbereiding op het dagvoorzitterschap?
'Ik ben inmiddels bij de KB in Den Haag geweest, waar ik door twee mensen ben bijgepraat en een hele plastic tas vol brochures en boekjes heb meegekregen. Die ben ik nu aan het lezen. Ook bij dat bezoek merkte ik gelijk twee dingen. Hoe weinig mensen er ook in de KB zijn in verhouding tot de fysieke ruimte. En met hoeveel hart en ziel iedereen zich betrokken voelt bij deze sector. De bibliotheek, en vooral het maatschappelijk belang ervan, stroomt werkelijk door hun aderen. Dat is mooi om te zien. Dat heb je niet bij andere sectoren.'

Gaat u ook in op alle uitnodigingen van bibliotheken om hen te bezoeken?
'Dan zou ik iedere dag een paar uur extra moeten krijgen. Maar in de aanloop naar 27 mei zal ik vaker, als ik in een stad of dorp ben, kijken waar de bibliotheek zit en zo mogelijk langs gaan om te zien hoe ze daar georganiseerd zijn. Mijn belangstelling is zeker gegroeid.'
(Eerder gepubliceerd op Bibliotheekblad.nl, 1 mei)

Zie ook:

vrijdag 24 april 2015

Interview: Hugo Verkley over zijn Brave New Books-prijswinnende 'Straatgeheimen' (Schrijven)

Hugo Verkley won de Brave New Books-prijs 2014. Uitgeven in eigen beheer beviel hem uitstekend. Toch zoekt hij voor een volgend boek eerst een reguliere uitgeverij.

"Wilma vertelde me dat ze zelfmoord zou plegen in 2016. Zij is een van de zeventien dak- en thuislozen die ik portretteer in Straatgeheimen. Door de gesprekken met mij wil ze nu wél doorleven. Ze werkt ook aan een eigen boek over haar leven. Ze heeft zo veel ellende meegemaakt, daar zit zeker een heel boek in. Ik ga haar daar bij helpen. Met die verandering ben ik al heel blij. De Brave New Books-prijs en de verkopen, dat is alleen maar mooi meegenomen."
Hugo Verkley (1985) heeft veel succes met zijn interviewbundel Straatgeheimen. De afgestudeerd journalist en antropoloog die tegenwoordig voor Vluchtelingenwerk Nederland werkt, verkocht sinds verschijnen in februari 2014 binnen een jaar ruim 1600 exemplaren van zijn ontroerende verhalen. In november won hij de Brave New Books-prijs voor beste uitgave in eigen beheer van het jaar. Hoofdprijs: een media-campagne ter waarde van 15.000 euro.
"De dag van de uitreiking zeiden ze: luister vanavond maar om 19 uur naar de radio", vertelt hij in de Utrechts werfkelder waar hij woont. "Er stond al een uitzendschema klaar. Het spotje van tien seconden was zo'n veertig keer in zes dagen te horen op radio 1, 2, 3, 4 en 6. Daarnaast kreeg ik een paginagrootte advertentie in Vrij Nederland, en werd het boek gepromoot op Facebook en Bol.com. Toen was het geld alweer op. Dat verbaasde me wel. Voor hetzelfde geld kun je een leuk autootje kopen."
De prijs en de aandacht leverde hem honderd extra verkopen op, schat hij. Is dat veel? Of juist teleurstellend? Het maakt Verkley niet uit. "De prijs is vooral erkenning. Het vergroot mijn zelfvertrouwen: ik kan dus echt schrijven. Het vergroot misschien ook mijn kansen bij uitgevers bij een volgend boek. Dat ze echt geïnteresseerd zijn, dat het boek niet onderaan de stapel beland. Maar het allerbelangrijkst voor mij is dat de verhalen van de daklozen door nog meer mensen worden gehoord."

Straatgeheimein is niet Verkleys eerste boek. Eind 2012 had Rozenberg Pers Estamos bien en el refugio Los 33 – De nasleep van de Chileense mijnramp ­uitgegeven – zijn afstudeerscriptie, lichtelijk bewerkt tot een toegankelijkere, journalistieke tekst. Hij had via Google gezocht naar wetenschappelijke uitgevers. Rozenberg Pers toonde zich als eerste enthousiast, daarom ging hij met het bedrijf in zee. Maar een bevredigende ervaring was het allerminst.
"Het boek bleek alleen via de site van de uitgeverij te koop. En je kon uitsluitend met creditcard betalen. Wie dat niet wilde, haakte af. Via de boekhandel kon je het niet krijgen omdat Rozenberg Pers geen aansluiting bij CB had. Dat hoefde niet, werd mij uitgelegd, omdat ze wetenschappelijke boeken publiceerden. Ik weet ook niet hoeveel exemplaren er zijn gemaakt of verkocht. Ik kan hem daar wel over mailen, maar dat levert nooit wat op."
Conclusie: bij een volgend boek moest het anders. Toen Straatnieuws Utrecht Verkley, al jarenlang vrijwilliger bij de Sleep Inn, binnenhaalde als medewerker en tegelijkertijd Het Catharijnehuis vroeg of hij een aantal verhalen wilde maken over de klanten van deze dagopvang van dak- en thuislozen, besloot hij een interviewbundel te maken. Portretten van ex-voetballer Shiamkoemar of het onafscheidelijke duo Albert en Wijnand werden in verkorte vorm voorgepubliceerd in het Straatnieuws.
"Ik heb eerst uitgevers benaderd, ook bekende. Sommige waren enthousiast – De Graaff, Elikser – maar die vroegen er geld voor, de eerste wel 2000 euro. Dat wilde ik niet. Ik deed toen een oproep op Facebook: wie kent een platform waar je gratis je eigen boek kan uitbrengen? Zo kwam ook Brave New Books voorbij. Ik heb heel bewust gekeken of hun boeken overal te krijgen zijn. Ook in de boekwinkel. Broese had inderdaad een populaire titel van dat moment. Die zag er mooi uit."
Verkley koos vooral voor BNB omdat hij alles zelf kon bepalen en iedere schrijver zo nodig 24 uur na aanmelding al een boek af kan hebben. "Nu kon ik Robin, een talentvolle kunstenaar en een van de daklozen in mijn boek, een omslag laten maken dat ik echt mooi vond. Met het Word-sjabloon kon ik goed uit de voeten. Ik heb een paar dagen geïnvesteerd om de opmaak goed te krijgen. Nadat ik een exemplaar voor mezelf had besteld, heb ik dat aangepast tot ik tevreden was."
Diensten op het gebied van redactie, vormgeving of marketing heeft Verkley niet afgenomen. Dat kon hij zelf wel. En anders kende hij wel mensen. "Ik ken genoeg journalisten die goed kunnen lezen. Ik kan ook wel een persbericht schrijven." Maar als het had gemoeten, had hij best bij BNB diensten in willen kopen. Zo prettig verliep het contact. "Elke keer als ik een vraag had, stuurde ene Peter Paul meteen antwoord. Bij de prijsuitreiking bleek dat de baas zelf te zijn."

Straatgeheimen liep direct goed. Bij de boekpresentatie, waar burgemeester Jan van Zanen het eerste exemplaar in ontvangst nam, was de eerste oplage van vijftig exemplaren meteen weg. Sindsdien verkoopt Verkley, erg tevreden over de media-aandacht, elke week een paar boeken. In de zomer bestelde Stichting De Tussenvoorziening, waar ook de Sleep Inn onderdeel van uitmaakt, in één keer duizend exemplaren om het als kerstgeschenk uit te delen.
Wat heeft de uitgave hem financieel opgeleverd? De kosten zijn 100 euro voor het omslag, 30 euro voor duizend flyers, 100 euro voor de productie van een e-boek en circa 500 euro voor alle boeken die hij weggaf. Daarnaast gaf hij één euro voor ieder verkocht exemplaar aan Straatnieuws Utrecht. Maar dankzij de laatste deal, waarbij hij via Brave New Books tegen een gunstig tarief in één keer duizend exemplaren kon laten drukken, "heb ik er best wel aan verdiend."
In totaal doneerde Verkley 2000 euro. "Daarvan organiseren we nu een schrijfwedstrijd onder daklozen. Vijf schrijfcoaches geven workshops bij instellingen. Zij helpen hen te schrijven over het thema 'Waar woont je hart'. Ze kunnen daar allerlei prijzen mee winnen, maar ik ben nog bezig die gratis te regelen zodat er genoeg geld overblijft om bijvoorbeeld voor iedereen een sjaal of een muts te kopen. Dan profiteren alle daklozen ervan, want niet iedereen kan of wil schrijven. Zoals Wilma doet."
(Eerder gepubliceerd in Schrijven Magazine, nr. 2 2015) 

Zie ook: