dinsdag 8 augustus 2017

literair agenten in Nederland 2: Lolies van Grunsven (Boekblad)

Na bijna vijftien jaar werken als acquirerend redacteur – het laatst bij Nieuw Amsterdam – wilde Lolies van Grunsven iets anders. Maar wel: auteurs begeleiden. ‘Niet binnen een uitgeverij, maar zelfstandig, zodat ik alleen verantwoording hoef af te leggen aan mezelf.’ Bovendien zag ze de behoefte bij uitgeverijen toenemen aan Nederlandse auteurs. ‘De markt voor vertalingen was moeilijker geworden. Je moet veel meer kosten vooraf maken, terwijl de oplagen gering zijn. En een buitenlandse auteur kun je zelden inzetten voor pr.’
Het begon in 2010 met Marieke Groen. Zij kende Van Grunsven als redacteur en wilde per se door haar begeleid blijven worden. Inmiddels heeft ze zo’n zeventig auteurs, inclusief een tiental auteurs die nog moeten debuteren. ‘Ik kan er nu goed van leven. Dat was in het begin zeker niet zo. Ik had het geluk dat ik toen tot twee keer toe parttime kon invallen als redacteur vanwege een zwangerschap. Zo kon ik tegelijk het agentschap opbouwen en geld verdienen. Het is als zelfstandige wel nóg harder werken dan in dienst.’
Van Grunsven concentreert zich op begeleiding tijdens het schrijven, het zoeken van een passende uitgeverij, het opstellen van een marketingplan en blijft daarna bij iedere stap betrokken – voor auteurs als Daan en Thomas Heerma van Voss, Maartje Wortel, Anne-Gine Goemans, Carly Wijs en Jente Posthuma. Soms regelt ze ook een column of organiseert ze de verkoop van vertaalrechten via een subagent. ‘Ik heb steeds een contract voor een of twee boeken. Daarna zijn auteurs vrij om te doen wat ze willen. Ik wil het verdienen dat ze bij mij blijven.’

Ondanks een groeiend aantal agenten die na haar zijn begonnen ervaart ze geen concurrentiestrijd. Er is immers genoeg ruimte op de markt. ‘Ik zit ook vooral in de literaire hoek. Ik begeleid veel romans. Anderen kunnen daardoor fantasy of zo doen, waar ik weinig mee heb. Zo kan iedereen zijn eigen specialisme ontwikkelen.’
(Eerder verschenen in Boekblad Magazine 5, 2017)

maandag 7 augustus 2017

literair agenten in Nederland 1: inleiding (Boekblad)

Ze verklaarden me voor gek! Paul Sebes laat in geen enkel interview na om te vertellen dat niemand een cent voor zijn kansen gaf toen hij in 1998, samen met Caroline van Gelderen, het eerste agentschap voor Nederlandse auteurs opzette. Twintig jaar later zal niemand hem tegenspreken dat auteurs wel degelijk behoefte hebben aan mensen die zich exclusief voor hen inzetten – voor het begeleiden van manuscripten, het vinden van uitgeverijen, het bemiddelen bij schrijfopdrachten, het regelen van theatertournees en wat niet al.
Sebes is dan ook allang niet meer de enige agent in Nederland. Zijn kantoor Sebes & Bisseling, zoals het na de verheffing van Willem Bisseling tot partner in 2015 heet, telt inclusief de naamgevers vijf agenten. Daarnaast is er een groeiend aantal zelfstandigen met een eigen stal auteurs. Sommigen waren redacteuren bij een uitgeverij: Lolies van Grunsven en Maarten Boers. Een ander ging het naast zijn pr-werk erbij doen: Remco Volkers. En weer een ander bouwde het uit naast het organiseren van evenementen: Dorine Holman.
Bijna allemaal beheren ze het agentschap naast ander werk. Sebes & Bisseling en Marianne Schönbach handelen ook in internationale vertaalrechten, Boers bestiert sinds enkele jaren uitgeverij De Muur voor wielrenboeken en Volkers’ hoofdbezigheid is nog altijd het voeren van publiciteitscampagnes. En dat is geen uitputtend overzicht van hun nevenactiviteiten. De 15% op de royalties die ze hun auteurs krijgen leveren niet genoeg inkomsten op om van te kunnen leven. Ze moeten eigenlijk meer auteurs vertegenwoordigen. Of hun auteurs moeten meer verkopen.
Maar dat neemt niet weg dat de nieuwe generatie vol vertrouwen is dat de literair agent een niet meer weg te denken beroep in het Nederlandse boekenvak is geworden – al zijn er nog steeds uitgevers die het maar ‘ingewikkeld‘ vinden dat er ‘nog een schakel bij is gekomen’, zoals Van Grunsven meent. ‘En er zullen ook altijd auteurs blijven die geen agent nodig hebben omdat ze heel goed in staat zijn om voor hun eigen belangen op te komen.’

De belangrijkste verklaring voor de groei van de literair agent is misschien wel de sterk gegroeide behoefte daaraan bij auteurs. Ze zijn mondiger geworden – ‘zoals iedereen in de maatschappij’, zegt Volkers. ‘Alles draait steeds meer om succes en ook auteurs willen dat daar alles aan wordt gedaan.’ Daarbij ‘heeft zeker de jonge garde veel onderling contact’, zegt Van Grunsven. ‘Ze weten heel goed van elkaar wat voor afspraken met uitgeverijen worden gemaakt.’
Als een uitgeverij met honderden auteurs in het fonds niet genoeg voor hun belangen opkomt, moet iemand anders het doen. ‘Een goed boek alleen is niet onderscheidend meer. Je moet meer doen. Een uitgeverij kan zich niet permitteren om dat voor alle auteurs te doen’, zegt Holman. ‘Iedereen heeft tegenwoordig een vlog, blog of youtubekanaal’, zegt ook Boers. ‘Je als auteur onderscheiden is veel moeilijker. Daarbij kan een agent van waarde zijn.’
De ontwikkelingen bij uitgeverijen versterken de behoefte aan belangenbehartiging alleen maar. ‘Een redacteur moet tegenwoordig veel meer doen dan acquireren en redigeren', zegt Van Grunsven. ‘Zijn takenpakket is enorm uitgebreid. Hierdoor is er vaak minder tijd om het boek grondig te redigeren.’ En dan zijn redacties ook nog kleiner geworden, voegt Boers toe. ‘Uitgeverijen leunen steeds meer op hun netwerk van freelancers: buitenredacteuren én agenten.’

Wellicht duurt het dan ook niet lang meer of iedere nieuwe auteur begint, zoals in Amerika, met het zoeken van een agent. Volkers: ‘Iedereen begint zich met informeren op het internet. Daar kom je steeds vaker tegen dat je opvalkans als auteur groter is als je een agent hebt. Uitgeverijen bekijken je manuscript serieuzer als het via een agent gaat. Wat ook logisch is. Als een agent al met een auteur heeft gewerkt, ís een manuscript ook beter.’
(Eerder verschenen in Boekblad Magazine 5, 2017)

Zie ook:

donderdag 3 augustus 2017

Interview Sipke de Schiffart: wat betekent het voor een auteur als zijn uitgeverij failliet gaat? (Boekblad)

En toen ging zijn uitgeverij failliet: Friese Pers Boekerij/Noordboek. De Friestalige auteur Sipke de Schiffart is er laconiek onder. Het heeft hem weinig geld gekost en er bleek belangstelling voor zijn werk bij andere uitgeverijen. Het faillissement is wel een klap voor de Friese literaire cultuur, maar die zal ook deze tegenslag overleven. Daarvan is De Schiffart overtuigd.

Hoe bent u ooit bij de Friese Pers Boekerij terechtgekomen?
'De toenmalige redacteur vroeg mij in 2011 via de mail of ik bij hen een verhalenbundel wilde uitgeven. Dat werd Wat it is om bang te wezen.'

Was het een prettige uitgeverij om mee te werken?
'Het was prettig voor mij dat ik werd gevraagd. Ook was het fijn dat deze uitgeverij op een of andere wijze was verbonden aan de Leeuwarder Courant en een groot aantal huis-aan-huisbladen, waardoor er veel kon worden geadverteerd. Loze ruimtes in de kranten werden opgevuld met advertenties voor boeken. Het was daarentegen niet prettig dat ik in een laat stadium te horen kreeg dat ik verplicht was honderd exemplaren van mijn boek te kopen tegen inkoopprijs.'

Wanneer kreeg u door dat er wat mis begon te gaan?
'Misschien in zekere zin al toen ik onverwachts werd gedwongen om honderd exemplaren van mijn eigen boek te kopen.'

Had u last van uitblijvende betalingen?
'Na de uitgave van mijn boek ontving ik na verloop van tijd geen royalty’s meer. Opeens kwam er geen euro meer binnen, hoewel mijn boek nog in de winkels lag. Dat vond ik een beetje vreemd, maar ik heb er verder geen aandacht aan geschonken.'

Werd de telefoon nog opgenomen? E-mails beantwoord?
'Op dat moment had ik andere besognes. Wegens een ziekte en twee verhuizingen lag het schrijfwerk stil en daarom vond ik het niet nodig contact te zoeken met de uitgever. Achteraf zou je kunnen zeggen dat zowel de uitgeverij als ik ziek was, maar ik werd weer beter, de uitgeverij niet.'

Heeft u wel contact met andere auteurs van de uitgeverij?
'In mijn gesprekken met collega’s van de Friese Pers Boekerij was de uitgeverij geen belangrijk issue. Met andere schrijvers praat ik meestal over andere schrijvers, of, in het gunstigste geval, over het schrijven, het lezen, over boeken. Dat is amusanter en interessanter dan praten over het uitgeefproces. De meeste auteurs hadden overigens het zinkende schip reeds verlaten. De stemming omtrent het faillissement van de uitgeverij onder hen is dan ook gelaten. Voor zover ik dat kan nagaan, de laatste anderhalve maand heb ik bijna geen schrijver gesproken.'

Dacht u er toen al aan om een nieuw boek elders onder te brengen?
'Met de nieuwe eigenaren van de Friese Pers Boekerij – Simone en Arie Krijgsman, erg aardige mensen overigens – had ik afgesproken dat ik bij hen een roman zou uitgeven waarvan ik de eerste versie schreef in 2008. Terwijl ik bezig was met het uitwerken van die roman kreeg ik van een andere uitgever het verzoek een dichtbundel bij hen uit te geven. Daar heb ik toen voorrang aan gegeven. Dat was uitgeverij Hispel.'

Waarom is het volgens u misgegaan?
'Voornamelijk door de algehele malaise in de boekenbranche, denk ik.'

Wat betekent het faillissement voor u?
'Op zich niet veel, doordat ik het geluk heb dat er andere uitgeverijen zijn die mijn werk willen uitgeven. Ik heb ook de indruk dat ik er in financieel opzicht niet erg onder heb geleden.

Ik heb anders begrepen dat u een aanvraag had ingediend bij het Nederlands Letterenfonds. Zonder uitgeverij die deze aanvraag ondersteund, kwam u formeel niet meer in aanmerking.
'Na het faillissement van de Friese Pers Boekerij kon ik kiezen uit twee andere uitgeverijen. Ik koos voor Hispel. Zo loste dat probleem zich op.'

Bent u wel blij met de redding van de uitgeverij door Bornmeer van Steven Sterk?
'Ik vond het goed om te horen, maar ik was er niet of nauwelijks meer persoonlijk bij betrokken. Bornmeer ken ik vrij goed doordat veel van mijn literaire vrienden bij deze uitgeverij zitten, maar Steven Sterk ken ik alleen van naam. Hij of iemand anders van de uitgeverij heeft geen contact met mij opgenomen. Misschien zou het een goede uitgeverij voor mijn werk kunnen zijn geweest.'

Betreurt u het dat er wéér een Friestalige uitgeverij minder is?
'Dat is op zich natuurlijk betreurenswaardig. De Friese Pers Boekerij was ooit de meest begeerde uitgeverij voor Friese schrijvers. Het verdwijnen ervan is een klap in een slagenreeks, maar de Friese literaire cultuur is taai en zal nog wel een poosje op de been blijven.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 27 jul)

dinsdag 1 augustus 2017

Marc Barteling van Why I Love This Book begint videoplatform voor leesclubs (Boekblad)

Marc Barteling van Why I Love This Book start een videoplatform voor leesclubs: Book&Club. Leesclubs kunnen met de discussievideo's de auteur letterlijk aan tafel krijgen.

Book&Club start op 15 september, als de site live gaat met de eerste video's rond En ik herinner me Titus Broederland van Auke Hulst en Schuim der Aarde van Roxane van Iperen. Barteling heeft per boek zeven video's van ongeveer twee minuten gemaakt. Iedere video behandelt een apart thema en wordt gevolgd door een vraag van de auteur om de discussie te openen. Leesclubs kunnen hierbij kiezen uit een praktische, theoretische, filosofische of persoonlijke vraag, om zo zelf het niveau van hun discussie te kiezen.
'Ik heb me in de loop der jaren nogal verdiept in leesclubs', legt Barteling uit. 'Die bijeenkomsten kunnen uitgebreider en interessanter. Als je vraagt wat leesclubs willen, blijkt hun grootste wens: dat de auteur erbij is. Maar dat is praktisch of financieel lang niet altijd mogelijk. Dan zijn deze filmpjes de een na beste oplossing. We hebben het concept getest en uitgewerkt met Remmington van Bert Natter – daar kwam onder andere het idee vandaan om per thema vier verschillende vragen te bedenken. Dat bleek enorm aan te slaan.'
Book&Club kost leesclubs 9,95 euro per maand of 99,95 euro per jaar. Ook zijn de video's per boek los te koop, maar de prijs daarvan moet Barteling nog bepalen. Zijn leesclubs bereid dit te betalen? 'Dat zal moeten blijken', zegt hij. 'Ik heb wel informeel rondgevraagd, maar het niet echt onderzocht. Dat wordt dus nog spannend.' Op termijn lanceert Barteling ook speciale abonnementen voor bibliotheken en scholen, waarbij hij voor de laatste wil aanhaken bij de literatuurmethoden van educatieve uitgeverijen.
Barteling grijpt alle middelen aan om zijn nieuwe product in de markt te zetten. Van free publicity in de pers tot Facebook-advertising. Van een affiliate-programma voor boekenbloggers tot samenwerking met leescluborganisaties – die hij overigens pas gaat benaderen als binnenkort de video's met Hulst en Van Iperen helemaal af zijn. Barteling: 'Wellicht kunnen ook uitgevers een rol spelen door bijvoorbeeld een kortingscode voor Book&Club bij het boek stoppen. Als de koper daar gebruik van maakt, schaft de hele leesclub het boek aan – en heeft de uitgever weer meer titels verkocht.'
Essentieel voor het succes van Book&Club zal de keuze van het boek zijn. Barteling heeft daarom niet voor niets voor Hulst en Van Iperen gekozen. En ik herinner me Titus Broederland stond op de longlist van de Libris Literatuurprijs, Schuim der aarde was Hebbans Leesclubboek van het Jaar 2016. 'We hebben een heleboel criteria opgesteld: een boek moet zijn genomineerd, op lijsten van leescluborganisaties circuleren, niet te dik zijn, beschikbaar zijn als e-boek. En het boek zelf moet genoeg body hebben om zeven thema's uit te halen. We lezen het boek dus ook zelf.'
Barteling maakt voor Why I Love This Book gebruik van het openbare platform Youtube. Nu voor Book&Club voor de video's moet worden betaald, worden video's extern gehost – bij een nog nader te bepalen aanbieder – waarna ze uitsluitend op het besloten deel van Bookenclub.nl worden embed. Leesclubs kopen een login die voor een bepaalde periode geldig is, voor alle titels bij een abonnement dan wel voor die ene losse titel. Voor de login gebruikt Book&Club een aantal plugins van Woocommerce.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 28 jul)

maandag 31 juli 2017

De Vrolijke Boekenwurm start fysieke kinderboekwinkel in Alkmaar (Boekblad)

Bijna tien jaar na de lancering als webwinkel heeft de Vrolijke Boekenwurm een fysieke winkel geopend. In Alkmaar probeert eigenaar Petra van Stigt een nieuw kinderboekwinkelconcept uit: met nadruk op bekende characters.

De reden om een fysieke winkel te beginnen is simpel: de 46-jarige Van Stigt vond de combinatie van een webwinkel – ooit gestart in 2008 – en een fulltime baan in de zorg te veel worden. 'Mensen denken vaak: als je webwinkel op orde is, ben je klaar. Nee, het is veel werk om die in de lucht te houden. Je bent er nooit klaar mee. Omdat ik niet in het bejaardenhuis wilde zitten met de gedachte: "wat als ik een boekwinkel zou zijn begonnen?", besloot ik toen mijn twee passies samen te brengen in één bezigheid. Een kinderboekhandel, die deels wordt gerund door jongeren met een beperking.'
Na een jaar voorbereiden opende de Vrolijke Boekenwurm op 15 juli op de Houttil 52 in het centrum van Alkmaar. Na een lange zoektocht kwam de Zaanse Van Stigt op deze plaats uit. Alkmaar trekt voldoende winkelend publiek en toeristen en heeft nog geen kinderboekhandel. Het pand heeft twee verdiepingen van ieder 70 vierkante meter. Op de begane grond staat het assortiment, de bovenverdieping wordt gebruikt voor workshops, kinderfeestjes en dergelijke. Voorlopig althans. Als de verkoop van Nijntje-boeken en -merchandising voldoende aanslaat, wil Van Stigt de benedenverdieping daar exclusief voor gebruiken en de rest van het assortiment boven neerzetten.
De Vrolijke Boekenwurm legt de nadruk in het aanbod op characters. Alles van bijvoorbeeld Gruffalo, Dikkie Dik en Pieter Konijn staat bij elkaar: de boeken, knuffels, servies, spelletjes en alles wat de beleving van het verhaal bij het kind kan verrijken. Van Stigt: 'Ik hoor van klanten dat ze verdwalen in het grote aanbod van boekhandels. Daarom besteden we veel aandacht aan de presentatie van de producten en geven we onze characters veel ruimte. De characters moeten ook onderscheidend zijn: in kwaliteit en assortiment. Dus geen prullaria die bij elke prijzenstunter te vinden zijn.'
Toch is de winkel, die volgens van Stigt mikt op een feelgood-sfeer, nadrukkelijk een bóékwinkel. Ze schat dat tachtig procent van het assortiment boek is. Naast de characters biedt ze bijvoorbeeld prentenboeken en beginnend lezen-boeken aan.  'Ons assortiment wordt nog dagelijks aangevuld. Zo zullen we na de vakantie meer avi-boekjes neerzetten, met name de eerste leesboekjes van Paul van Loon. Zijn character Dolfje Weerwolfje sluit zeer goed aan bij onze winkel en hij promoot het lezen heel erg. Dat vind ik erg belangrijk. Mijn winkel is immers ooit ontstaan omdat mijn zoon de speciaal voor dyslectici gemaakte boeken saai vond en ik op zoek ging naar aantrekkelijke series met plaatjes, spannende verhalen en dergelijke.'
Dat Van Stigt personeelsleden met een beperking heeft werken wil niet zeggen dat de Vrolijke Boekenwurm volledig door hen wordt gerund – zoals zorginstellingen hun cliënten soms laten doen.  'Mensen moeten deskundig advies kunnen krijgen als ze vragen: "heeft u iets voor een kind van vier?" Daarvoor blijf ik altijd op de winkelvloer aanwezig. De jongeren worden wel bij alle aspecten van de winkel betrokken: verkoop, inkoop, reclame en administratie – zoals ze ook al voor de webwinkel doen. Hen laten ervaren dat ze meer kunnen dan hen wordt gezegd, geeft hen veel zelfvertrouwen. Maar het enthousiasmeren voor lezen en voorlezen staat voorop.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 27 jul) 

woensdag 26 juli 2017

Interview Wanda Reisel over Atlas Contact en Das Mag als de toekomst van de literaire uitgeverij (Boekblad)

Wanda Reisel en Herman Koch publiceren dit najaar het brievenboek Of heb ik het verzonnen? bij Das Mag. Voor Reisel is dat uitgerekend het bedrijf waar haar vaste uitgever Mizzi van der Pluijm naartoe zou gaan toen ze aankondigde te vertrekken bij Atlas Contact nadat ze was gebotst met de concerndirectie over de zeggenschap over de uitgeverij. Zij ziet de werkwijze van Das Mag als de toekomst van de literaire uitgeverij.

Waarom brengt u een boek onder bij Das Mag?
'Heel simpel. Herman en ik wilden ons brievenboek niet onderbrengen bij een van onze vaste uitgevers. Dan zou het de een of de ander worden. Daarom kozen we voor de middenweg: een andere uitgeverij. Wij vonden de jonge honden van Das Mag heel geschikt.'

Herman Koch heeft met hen samengewerkt in leesclubs en heeft al vroeg in de uitgeverij geïnvesteerd. Heeft u iets met Das Mag?
'Ik ken ze niet zo goed als Herman. Ik vind het wel ontzettend leuk hoe ze aan de weg timmeren. Ze bieden echt een fris geluid. Ze werken zonder beren op de weg te zien. Zoals ze bijvoorbeeld lezers weten te binden met lezersfeesten, heel goed.'

Doet Das Mag dingen inderdaad anders?
'Zij komen flink toeterend de wereld in. Ze steken flink tijd in hun persberichten, zoals het ronkende bericht over ons brievenboek. Ik denk ook dat dat moet in deze tijd.'

En ze werken met in verhouding veel personeel voor nog altijd een gering aantal titels. Merkt u daar iets van?
'Ja. Ze besteden veel tijd aan het boek. Vragen steeds of ze een nieuwe versie kunnen zien, en zijn daar vasthoudend in. Goede begeleiding is voor een literaire uitgeverij van groot belang. Dat bieden zij zeker.'

Keren ze betere royalty uit?
'Ook. Herman en ik delen dat bedrag, maar bij elkaar opgeteld is het meer dan ik normaal krijg.'

Dus u voelt de verleiding om over te stappen?
(Lacht). 'Nee joh. Daar ben ik niet mee bezig, dit is een eenmalig uitstapje. Of er moeten gekke dingen gebeuren, zoals bij Atlas Contact dreigde. Als Mizzi weg zou zijn gegaan, zou best een groot deel van de schrijvers haar zijn gevolgd. Maar dat is nu niet aan de hand. Gelukkig kan ze eerst een half jaar onderzoeken of Atlas Contact zelfstandig verder kan gaan. Ook als eigen bedrijf zal ze de uitgeverij goed leiden. Ze is geen dromer – behalve wat idealen betreft – maar een zakelijk ondernemer. Ze zet dit soort stappen niet impulsief.'

Zou Mizzi van der Pluijm passen bij een bedrijf als Das Mag?
'Dat weet ik niet. Ik denk dat je haar overstap vooral moet zien als een middelvinger naar het grootkapitaal. Mizzi heeft zoveel ervaring in het vak opgedaan dat de jongens van Das Mag haar adviezen nooit zomaar uit de wind zouden slaan, maar ik vermoed niet dat zij willen dat zij de nieuwe directeur wordt. Ach, dit is allemaal speculatie.'

Wat was uw eerste reactie toen u van haar vertrek hoorde?
'Verschrikkelijk, dacht ik, wat een aderlating! Ze heeft zo'n goed contact met schrijvers. Althans, ik kan alleen uit eigen ervaring spreken. Ze is ook inhoudelijk goed. Is een goede lezer. Ik had daarom meteen een strijdbare houding: dat gebeurt zomaar niet. Al begrijp ik óók dat een bedrijf naar de toekomst moet kijken en de invloed van de digitalisering in ogenschouw neemt. Ik wilde dus eerst afwachten tot ik precies wist wat er aan de hand was. Overigens is dat nog steeds niet helemaal duidelijk.'

Ondanks uw strijdbaarheid kondigde u niet aan in staking te gaan.
'Nee. De petitie was een initiatief van een aantal schrijvers die zich in korte tijd organiseerden. Ze kregen geen bestand van de uitgeverij en geen van hen had kennelijk mijn mailadres. Ik was er trouwens ook niet. Anders had ik zeker ondertekend. Hanna Bervoets zei later dat het haar speet. Niemand moet denken dat de lijst betekent dat alle andere schrijvers van de uitgeverij het niet met de staking eens zijn.'

Begrijpt u de opstelling van Mizzi van der Pluijm?
'Een uitgeverij is geen beursgenoteerde onderneming die groot geld moet verdienen. Met voetbal- en kookboeken kan dat nog misschien, maar niet met literaire boeken. Een uitgeverij van literaire boeken is als een schoenenwinkel. Ook schoenen zijn allemaal individuele paren, voor wie je net die ene koper vindt voor wie het helemaal is wat hij zoekt. Een uitgever moet daarvoor de ruimte krijgen. Toen Mizzi het gevoel had dat die grens begon te schuiven, heeft ze gezegd: ik ga hier weg – toch de plek die ze in vijf jaar helemaal heeft opgetuigd. Dat vind ik echt van lef getuigen.'

Begrijpt VBK-directeur Wiet de Bruijn nu hoe je een literaire uitgeverij leidt?
'Hij zal het wel hebben gedacht, maar misschien heeft hij nooit precies begrepen wat het inhoudt. Een literair bedrijf is nu eenmaal een kwetsbaar bedrijf, waar je hooguit een paar bestsellers hebt – en dan nog niet eens ieder jaar. De rest moet je koesteren, in de hoop dat er over x jaar iets uitkomt. Dat kun je niet met algoritmisering veranderen. Als je de basis van de literaire uitgeverij wil verstevigen, hoop ik ook dat hij eens met andere oplossingen komt dan een soort Spotify for Books, wat schrijvers niets oplevert.'

Oplossingen zoals?
'Een uitgever met geld kan ook investeren in een tv-programma over boeken. Of in lezersfeesten, zoals Das Mag organiseert. Ik herinner me dat een toneelstuk van mij in Gouda werd opgevoerd. Ik ben niet de bekendste theaterauteur, maar de schouwburg had een categorie 'juweeltjes' waarin mijn stuk was ondergebracht. Het publiek werd ruim van tevoren geïnformeerd, met uitleg over het stuk, over mij, over waarom het interessant is. Vervolgens trok het drie avonden een volle zaal. Zó kun je ook lezers vinden voor een boek.'

Bent u blij dat personeel en management alsnog 51% in de uitgeverij bezit?
'Zeker. De directie kan namelijk mooie beloftes doen, maar als de aandeelhouders over een of twee jaar zeggen: het moet toch anders, dan heb je niets te zeggen. Dan zijn zij de baas. Nu buitenstaanders niet de meerderheid hebben, gebeurt dat minder snel.'

Hoopt u ook dat het lukt om Atlas Contact te verzelfstandigen?
'Zeker. Dan is het risico voor het bedrijf zelf, maar is ook de aandacht voor schrijvers en de aandacht voor hun boeken verzekerd. Dat is het criterium. Ik geloof er sterk in dat een goede redacteur van invloed is op het welbevinden van een auteur en zo op de kwaliteit van zijn boek. Dat geldt niet voor alle schrijvers, maar ik ben zeker gebaat bij goede inhoudelijke en stimulerende gesprekken over mijn werk.'

Maar alleen een concern kan bijvoorbeeld investeren in een tv-programma.
'Dat is waar. Of in een eigen kanaal. Ik begrijp overigens niet dat dat er niet al lang is. Waarom hebben literaire uitgeverij niet gezamenlijk iets opgezet? Kennelijk is dat te duur. Ook kan een concern investeren in redactie. Redacteuren zijn net als leraren en verpleegsters onderbetaald voor wat ze doen, maar in een zelfstandig bedrijf is de personeelsbezetting vaak kleiner en de werkdruk hoger. Meer mensen kan zo'n uitgeverij zich denk ik niet veroorloven, terwijl zich dat wél vertaalt in betere boeken. Wat weer goed is voor betere verkoop.'

Behalve bij Das Mag dus, die veel mensen voor weinig boeken in dienst heeft.

'Inderdaad. Ik denk dan ook dat de toekomst is van de literaire uitgeverij. Schaalvergroting zoals VBK voorstaat is niet de goede weg. Schaalvergroting zoals Das Mag doet wel.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 19 jul)