vrijdag 13 december 2013

Het uitgeven van klassieken (4): Renate Liesker over Artemis Classics (Boekblad)


De tijd is rijp voor klassiekers, vindt Renate Liesker, redacteur van uitgeverij Artemis. ‘In tijden van crisis wordt vaak teruggegrepen naar veilige zekerheden van vroeger. Kijk naar het succes van slow food, “gezellige” televisie-concepten en sequels van bioscoopsuccessen. Naast nieuwe titels zoekt de consument naar boeken die hun waarde hebben bewezen.’
Dat betekent dat het onderdeel van Ambo|Anthos dat alleen vrouwelijke auteurs uitgeeft, deze maand de eerste twee delen van de Artemis Classics publiceert: Rebecca van Daphne du Maurier en De kleur paars van Alice Walker. In totaal zal de reeks tien titels tellen. Gezien het verschijningsritme van vier titels per jaar zullen de laatste boeken in het najaar van 2015 uitkomen. ‘Als een serie eindig is, is het interessanter om alle delen te willen hebben. Kan het een collectors item worden.’
De eerste twee titels heeft de uitgeverij gekozen op basis van eigen enthousiasme. Of zoals Liesker het formuleert: ‘Dit waren boeken waar we zelf voor opbleven.’ Voor de resterende acht delen – die uit alle windstreken mogen komen, inclusief Nederland – maakt Artemis gebruik van de inbreng van boekhandels en lezers. ‘Zo hopen we titels getipt te krijgen die we misschien over het hoofd hebben gezien. Het past ook in deze tijd om interactiever te werken.’
Hoe lang een boek uit druk is geweest, maakt niet uit. Rebecca verscheen nog in 2009 als Poema Pocket. ‘Vier jaar vinden we nog wel te overzien. Daarbij brengen wij het heel anders – een mooi gebonden boek in een tijdloze, vrouwelijke modern-klassieke vormgeving van Roald Triebels, die is geïnspireerd op de Penguin Classics waar wij erg van gecharmeerd zijn.’
Als het nodig is, zal Artemis het niet nalaten om een nieuwe vertaling te laten maken. Liesker: ‘In minstens negen van de tien gevallen zal er een Nederlandse vertaling beschikbaar zijn. Daarom zijn het ook bewezen bestsellers. Maar stel dat de vertaling al uit 1920 dateert, zullen we het opnieuw laten vertalen, als dat nodig is. Of die vertaling moderniseren, zoals waarschijnlijk met Rebecca is gebeurd.’
De Artemis Classics wordt vooral in de markt gezet door merchandising: mokken en linnen tasjes met het omslag van de boeken erop. Ook dat is geïnspireerd op de Penguin Classics. ‘Je hoort ook vanuit de boekhandel dat ze oren hebben naar bijproducten. Die worden veel verkocht. Natuurlijk kun je dat niet bij iedere uitgave doen. Maar deze serie leek ons een uitgelezen mogelijkheid daarvoor.’
Daarnaast vestigt de uitgeverij online de aandacht op de reeks. De nadruk wordt gelegd op de tijdloze kwaliteit van de boeken, niet op wat Artemis Classics onderscheidt van andere series: dat alle boeken zijn geschreven door vrouwen. ‘Het was wel een extra impuls voor ons,’ zegt Liesker, ‘dat je in de meeste top 100’s van klassiekers weinig boeken van vrouwen tegenkomt.’
(Eerder verschenen in Boekblad magazine, okt 2013)

donderdag 12 december 2013

Vandaag, 12 december: een gratis Van Istendael bij de zelfstandige boekhandels van Confituur (Knack)

Op de tweede Dag van de Onafhankelijke Boekhandel krijgen klanten van 26 zelfstandige boekhandels in Vlaanderen bij aankoop van 12,50 euro aan boeken een geschenk van Geert en Judith van Istendael.

Over het nut van confituur – zo heet het cadeautje. Dat suggereert dat Geert van Istendael net als Marc Didden, auteurvan het geschenkboek vorig jaar, een essay over het belang van de onafhankelijke boekhandel heeft geschreven. De 26 winkels – van Malpertuis (Genk) tot Corman (Oostende) – hebben zich vorig jaar immers verenigd onder de naam Confituur.
Niet dus. Over het nut van confituur is een warmbloedig sprookje over de perfect geïntegreerde immigrant Aboe’l-Kasim Ferdoesi, ambachtelijk confituurmaker van beroep, en de Brusselse boekhandelaarster Margaretha Sleedoorn. Alleen tussen de regels blijkt het belang van poëzie – en dus ook het belang om die ergens te kunnen krijgen.
Ferdoesi is vernoemd naar de Middeleeuwse Perzische dichter (935-1020). Door zijn werk te reciteren bezorgt de confituurmaker de boekverkoopster vlinders in haar buik. Zij weet hem te strikken door de Mei van Herman Gorter uit haar hoofd te leren. ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid: / Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit, / Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht / In een oud stadje langs de watergracht.’
Over het nut van confituur is even warmbloedig geïllustreerd door dochter Judith Vanistendael. De fraaie prenten maken het het overwegen waard om geen genoegen te nemen met het cadeau, maar voor 49,90 euro de kunstuitgave aan te schaffen die in een oplage van 149 stuks verschijnt. Deze is twee keer zo groot – 43,20 x 55,90 cm versus 23 bij 28 cm – genummerd en gesigneerd. 
De presentatie van het tweede geschenkboeken markeert de eerste verjaardag van de Confituur-boekhandels. Al is de markt moeilijk door de teruglopende bestedingen aan boeken en de digitalisering: met deze groep winkels gaat het naar eigen zeggen goed. De naamsbekendheid groeit en de dynamiek van de leden neemt toe, stelt de groep vast in een persbericht.
Toch stelt Confituur aan de overheid twee vragen. Ten eerste: een gereglementeerde boekenprijs, zodat ze geen oneerlijke concurrentie krijgen van supermarkten die uitsluitend toptitels met korting verkoopt om publiek te lokken. Ten tweede: eerlijkere openbare aanbestedingen, bijvoorbeeld met een maximumkorting en andere criteria dan prijs alleen. Zo kunnen zelfstandige boekhandels concurreren met ketens.
Over het nut van confituur is te krijgen tot en met 31 december, zo lang de voorraad strekt. Meer informatie: www.confituurboekhandels.be.

woensdag 11 december 2013

Het uitgeven van klassieken (3): Coen Verboom van uitgeverij Kok over de christelijke klassieken (Boekblad)


Het was alweer een paar jaar geleden. Uitgever Coen Verboom van Kok rook marktkansen. ‘Men leest steeds meer fictie. Er is steeds meer honger naar goede fictie – klassiekers dus. Dan leek het mij een uitstekend idee om al dat moois dat ooit is gemaakt maar niet meer verkrijgbaar is, weer uit te brengen.’ Zeker ook omdat er een serie te bedenken was die paste bij de lange traditie van Kok in het uitgeven van boeken over zingeving én romans.
Samen met de bevriende literair criticus Tjerk de Reus (voor onder meer Friesch Dagblad) dacht hij lang na over een naam voor een serie klassieke romans die zijn geschreven vanuit de rijke christelijke spirituele traditie. De geweldenaars van Flannery O’Connor zou eind 2010 het eerste deel worden. Later volgden onder meer Het geschonden geweten van Graham Greene, Barabbas van Pär Lagerkvist en uit eigen fonds De tornado van B. Nijenhuis en Dood van een non van Maria Rosseels.
Toch is Verboom teleurgesteld over de uiteindelijke keuze: christelijke klassieken. ‘Sec “Klassieken” vonden we te algemeen. Het gaat om de inspiratie vanuit het christelijke gedachtegoed. Maar dat is weer te lang om erop te zetten. Toen werd dit het. Dat bleek belemmerend te werken voor de algemene boekhandel. Die koopt geen christelijke klassieken in. De christelijke markt alleen is te klein. Het publiek van christelijke boekhandels komt daar in eerste instantie ook niet voor literatuur.’
O’Connor won postuum een National Book Award. Lagerkvist kreeg de Nobelprijs voor literatuur. Maar ook Shushaku Endo en Lev Tolstoj, van wie Kok in november Opstanding in deze serie uitgeeft, hebben een onverdachte literaire reputatie. ‘Maar dat mocht niet baten. Polare, Libris, geen algemene boekhandel heeft het ingekocht.’
Sinds de start verscheen ieder half jaar een nieuw deel in een oplage van 2000 exemplaren. Na zeven delen overweegt Verboom de serie te staken. Door het uitblijven van een onverwachte bestseller, maar zeker ook door het concept: in de serie is slechts plaats voor een titel uit een land. Dat beperkt de keuze van de samenstellers enorm. Voor het najaar van 2014 biedt Kok de serie alleen nog een keer als set aan.
‘Het kan wel uit, hoor,’ zegt Verboom, ‘maar je kan er maar een heel karige boterham van beleggen. Een nieuwe vertaling is daarom ook geen optie. Door de vaak grote omvang wordt dat al snel te duur. Dat haal je er nooit uit. Soms vielen daarom ook titels af, omdat Tjerk en ik de taal te verouderd vonden. Tolstoj hebben we wel licht geredigeerd om die te moderniseren, maar dat kun je maar tot op zekere hoogte doen.’
Ook voor marketing is simpelweg geen ‘gigabudget’ mogelijk, zegt Verboom. ‘Je moet de boeken vooral aan de man brengen door de pers te bewegen er artikelen over te schrijven. Dat is ook heel aardig gelukt, maar: binnen het christelijk erf. Trouw heeft het ook opgepikt. Maar de algemene markt heeft de serie niet goed gezien. Dan blijven veel potentiële lezers toch onwetend van het bestaan van de boeken.’
Verboom heeft er eens te meer van geleerd dat je voor het uitgeven van klassieken een goede aanleiding nodig hebt. ‘Wij geven dit najaar een box uit van drie titels van C.S. Lewis, omdat hij in november vijftig jaar dood is. Dat slaat wel aan. En ik hoop dat in 2014 eindelijk de verfilming van Stilte van Endo uitkomt, waar al lang sprake van is. Dat zal die titel zeker weer een zetje geven.’
(Eerder verschenen in Boekblad magazine, oktober 2013)

dinsdag 10 december 2013

Het uitgeven van klassieken (2): Eric Peterse van uitgeverij Astoria (Boekblad)


Eric Peterse publiceert sinds een jaar klassiekers uit ‘liefhebberij’. Daar doet de man achter Astoria Uitgeverij niet moeilijk over. ‘Boeken maken is leuk, lezen is leuk en ook klassieke auteurs vind ik interessant.’ Couperus, Tolstoj, Emants – de Leidenaar wil van hun werk gewoon boeken uitbrengen. Dat hij in sommige gevallen de markt overvoert, zoals hij erkent, is niet zijn eerste zorg.
Neem Snikken en grimlachjes van Piet Paaltjes of Mei van Herman Gorter. Van beide titels zijn, inclusief die van Astoria, drie uitgaven leverbaar. ‘Dat merk ik wel in de verkoop. Er is heel weinig vraag naar. Van Mei heb ik tussen januari en half september 51 exemplaren verkocht. Toch ben ik blij dat ik die boeken heb uitgegeven, omdat ik het zelf mooie boeken vind.’
Geld hoeft Peterse niet aan Astoria te verdienen. Hij heeft een baan van vier dagen in de week als senior technicus bij een ingenieursbureau. Er geld aan verliezen kan hij ook nauwelijks. De kosten zijn laag. Hij betaalt geen auteursrechten. Hij investeert niet in productie- en opslagkosten, omdat Astoria de boeken on demand laat printen. En hij doet niets aan marketing en sales.
Ook de vertalingen in het inmiddels tien titels tellende fonds van Astoria zijn rechtenvrij. Dagboek van een gek van Nikolaj Gogol en De dood van Ivan Iljitsj van Lev Tolstoj zijn beide uit het Russisch in het Nederlands omgezet door Elsa Bukowska. ‘Zij is ook al meer dan zeventig jaar dood’, zegt Peterse. ‘Ik heb de teksten zelf gemoderniseerd.’
Eigenlijk investeert Peterse alleen in een aansluiting bij clusteruitgeverij De Vrije Uitgevers. Al zijn uitgaven zijn zo – als O-boek, met 30 % korting – bij CB te bestellen door boekhandels. En belangrijker: door consumenten te vinden in internetboekhandels. De boeken worden na verkoop ook geproduceerd in Culemborg, door Joint Book Services, de printing-on-demanddochter van CB.
 ‘Ik heb alleen bekende auteurs in mijn fonds’, zegt Peterse. ‘Er zijn altijd mensen die gericht naar hen zoeken en zo bij mijn uitgaven uitkomen. Wel heb ik op verzoek van het Sieboldhuis [een Leids museum gewijd aan Japan] Nippon gemaakt, een reisverslag van Louis Couperus uit 1922. Dat was in feite een catalogus bij een tentoonstelling die zij hadden gemaakt over deze reis. Dat ligt daar dus te koop.’
De vormgeving van Astoria is dan ook gericht op internet: wie het omslag online op postzegel­for­maat vindt, moet duidelijk titel en auteur kunnen lezen. Dat betekent: een helder typografisch omslag. De omslagen hoeven niet in de boekhandel impulskopers te verleiden. ‘Basic is voldoende,’ zegt Peterse, ‘maar ik besteed er wel aandacht aan. Ik wil wel mooie boeken maken.’
De bestverkochte titel is Noodlot van Louis Couperus, waarvan Astoria er sinds november 2012 meer dan 400 heeft afgezet. Snikken en grimlachjes loopt het slechts: 20 stuks sinds februari. ‘Rendabel is het zeker niet als je naar de uren kijkt, maar ik haal mijn gewone kosten er wel uit. Bij elkaar verkoop ik zo’n drie boeken per dag. Dat zijn wel weer drie mensen per dag die zo’n tijdloze klassieker willen lezen.’
Toch heeft Peterse meer ambities dan alleen klassiekers uitgeven met zo min mogelijk financieel risico. Hij heeft van een vertaalster uit het Japans de nooit eerder in het Nederlands verschenen roman De poort van Natsume Sōseki (1867-1916) aangeboden gekregen. Hij overweegt serieus die op de markt te brengen. ‘Al kan ik de vertaalster geen voorschot bieden.’
(Eerder verschenen in Boekblad magazine, okt 2013)

Zie ook:

maandag 9 december 2013

Het uitgeven van klassieken (1): de markt in 2013 (Boekblad)


Wie klassieken uitgeeft hoeft niet te hopen op bestsellers. Maar de uitgeverij die er succes mee wil hebben, moet er meer moeite voor doen dan vroeger. Opvallender vormgeving. Evenementen. Sneller nieuwe vertalingen overwegen. En: klassiekers niet wegstoppen in een reeks.

Het kan dus wel. De publicatie van een biografie van J.D. Salinger zette het werk van de mysterieuze Amerikaanse auteur begin september in het middelpunt van de belang-stelling. Grote stukken in alle belangrijke media. Een item in De Wereld Draait Door. Met als gevolg: De vanger in het graan, dat voor het eerst in 1954 in vertaling verscheen, kwam een week later binnen op 59 van de Bestseller 60.
Doorgaans is het uitgeven van klassiekers niet zo’n lucratieve bezigheid, heeft ook Folef van Nispen van Home Academy gemerkt. Uit persoonlijke liefde voor Het eiland van het tweede gezicht van Albert Vigoleis Thelen heeft het dochterbedrijf Het Tweede Gezicht, dat eerder vier boeken publiceerde, deze Duitse klassieker opnieuw gelanceerd. ‘Ik heb nu nog meer respect voor uitgevers van klassieken,’ zegt hij.
Het eiland van het tweede gezicht kwam in juni uit in een oplage van 1000. De boekhan-del bestelde er op aanbieding zo’n tweehonderd. De Kler kocht er daarna 85 in op grond van een enthousiaste videorecensie van ‘huiscriticus’ Maarten ‘t Hart. Half september was de helft weg. En dan zette de uitgeverij toen pas echt de marketingmachine aan – met onder meer een avond onder leiding van Wim Brands in De Rode Hoed.
‘Het is zeker niet bedoeld als hobbyproject,’ zegt Van Nispen. ‘We hebben een serieuze begroting gemaakt. Maar het is een enorme inspanning voor minimaal resultaat. En dan kon ik nog de bestaande vertaling uit 2004 gebruiken. Als de oplage weg is, spelen we quitte. Dan gaan zeker bijdrukken: ik wil dit boek meerdere jaren leverbaar houden. Het is een van de geweldigste boeken ooit, dat veel mensen moeten leren kennen.’

Het is niet objectief vast te stellen hoe het met de markt voor klassieken gaat. Voor de heruitgave van tijdloze, gecanoniseerde werken – van Plato tot Frans Kellendonks Mystiek lichaam (1986) – bestaat geen aparte NUR-code, waarvan GfK de verkoop zou kunnen registeren en analyseren. Uitgevers trekken verschillende conclusies op grond van hun eigen onderbuikgevoelens en verkoopcijfers.
Uitgeverij Artemis lanceert deze maand de eerste twee titels in de nieuwe reeks Artemis Classics omdat de uitgeverij het idee heeft dat ‘in tijden van crisis vaak teruggegrepen wordt naar veilige zekerheden van vroeger’. En dus ook naar bewezen literaire kwaliteit. Redacteur Renate Liesker verwijst daarbij ook naar het succes van Stoner, dat in feite een nieuw, want nooit eerder vertaald, boek is.
Uitgever Frits van der Meij van Athenaeum-Polak & Van Gennep signaleert daarentegen dat het publiek voor klassiekers kleiner is geworden. ‘De consumenten die alleen kennis willen nemen van het verhaal, ongeacht of het een obscure of verouderde vertaling is, kan dat snel op internet vinden.’ De uitgeverij is afhankelijker geworden van een publiek dat verzorgde, mooie uitgaven wil. ‘Gelukkig zijn dat er nog voldoende.’
Vooral reeksen hebben het moeilijk. Athenaeum-Polak & Van Gennep stopt daarom met Gouden Reeks (luxe uitgaven), Grote Belletrie (vertaalde literatuur uit alle eeuwen), Baskerville reeks (Griekse en Romeinse klassieken) en Salamander (goedkope gebonden uitgaven). Alleen Perpetua blijft bestaan. Boom overwoog serieus de filosofie-serie Grote Klassieken te staken – tot het onlangs besloot Bergsons Tijd en vrije wil erin onder te brengen.
Al deze series zijn gesneuveld in de harde strijd om displayruimte bij de boekhandel. Liever dan tientallen series compleet neer te zetten, waarvan de delen een geringe omloopsnelheid hebben, kiezen ze voor one shots, die – gesteund door persaandacht – korte tijd in de belangstelling voor het publiek. Van der Meij: ‘Van de Gouden Reeks zei men in het begin: nieuw, leuk. Maar na een tijd is de rek eruit.’

De veranderde concurrentieverhoudingen – door de opkomst van sites met gratis aanbod: van de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren en Project Gutenberg tot de e-books Eregalerij van de openbare bibliotheken en hobby-aanbieders als Astoria – en de strengere inkoop van boekhandels, wil niet zeggen dat uitgevers van klassieken het bijltje er bij neer gooien. Integendeel.
Wie succes wil met boeken waarvan al tienduizenden Nederlanders een exemplaar in de kast hebben staan – daarom zijn het klassiekers – moet alleen meer moeite doen. Beter nadenken welke titels kunnen aanslaan bij een nieuw publiek, om te beginnen. Artemis vraagt boekhandel en publiek om suggesties voor nieuwe delen. Hoewel het niet zo bedoeld is, komen veelgevraagde titels zo vanzelf bovendrijven.
De uitgave zelf moet veel meer opvallen in de boekhandel. Athenaeum-Polak & Van Gennep stopt met de Baskerville en Grote Belletrie vanwege het weliswaar mooie, maar  wat saaie korset waarin beide reeksen worden geperst. De uitgeverij blijft wel auteurs uit alle eeuwen brengen: maar ieder met een sterke individuele uitstraling, zodat iedere titel in de boekhandel de impulskoper kan verleiden.
Bovendien wil Athenaeum-Polak & Van Gennep de titels verrijken. De Gallische oorlog van Ceasar is dan niet meer sec de tekst, die gemakkelijk in talrijke vertalingen te vinden is. Het wordt een uitgave die verdieping biedt, legt Van der Meij uit: met kaarten, archeologisch illustratiemateriaal, extra teksten die Ceasars propagandaverhaal in historisch perspectief plaatst.
En anders proberen de uitgevers zelf wel een graantje mee te pikken van de digitale markt. Artemis geeft de Artemis Classics ook het e-book uit, zoals de uitgeverij dat van alle boeken doet. De christelijke klassieken van Kok zijn via Kobo digitaal te verkrijgen. Veel Perpetua’s zijn als e-book leverbaar. En ook Het eiland van het tweede gezicht. ‘Ook zo kunnen we het boek voor langere tijd leverbaar houden’, zegt Van Nispen.

De mogelijkheden om met marketing te stunten zijn beperkt. De bijna gegarandeerde lage afzet betekent dat er nauwelijks budget is. Free publicity is dan cruciaal om het verschijnen van een titel onder de aandacht te brengen, zeggen uitgevers. De kans op grote stukken in kranten en tijdschriften is het grootst als er een nieuwe vertaling van een klassieker komt.
Toch gebeurt dat spaarzaam. Vertalingen van de vaak dikke boeken zijn ontzettend duur. Het afnemen van subsidie­mogelijkheden helpt daarbij ook niet. ‘Voor grote namen loont het zeker nog,’ zegt Van der Meij. ‘Denk aan Homerus, van wie we in 2011 de Ilias in een gloednieuwe, eigentijdse vertaling van Patrick Lateur brachten en in 2015 de Odyssee. Maar ook Kafka of Joyce blijven de moeite waard.’
Zonder nieuwe vertaling moet een uitgever iets anders bedenken. Evenementen – zoals de avond rond Het eiland van het tweede gezicht. Sterker inhaken op de actualiteit – zoals Boom in de economische crisis aanleiding zag om Het kapitaal opnieuw uit te geven. Of rumoer in de boekhandel – zoals Artemis doet met de merchandising die bij haar nieuwe reeks te krijgen is.
Onmogelijk is het dan nooit: een notering in de bestseller 60. Als het met Salinger lukt, waarom dan niet met Du Maurier of Caesar?
(Eerder verschenen in Boekblad magazine, oktober 2013)

Zie ook:

woensdag 4 december 2013

Marente de Moor, 'Roundhay, tuinscène' (BOEK)

Wat voor invloed heeft een uitvinding op een mensenleven? Marente de Moor belicht die vraag van alle kanten in haar ingenieuze, nieuwe roman.

Alsof iemand ooit behoefte heeft aan een vaatwasmachine

Roundhay, tuinscène? Alleen een kleine groep cinefielen zal zonder hulp van Google direct weten waar die titel naar verwijst. De opvolger van Marente de Moors met de AKO Literatuurprijs bekroonde roman De Nederlandse maagd is vernoemd naar het allereerste filmpje dat ooit is gemaakt. De Franse uitvinder Louis Le Prince schoot hem op 14 oktober 1888 in de voorstad Roundhay van Leeds. De 2,11 seconden dat de film duurt, laten een aantal familieleden van Le Prince zien die een rondje in de tuin lopen. Wie toch moet googleën, zal het filmpje makkelijk vinden.
Waarom kennen zo weinig mensen de officieel door het Guiness Book of Records erkende oudste film ter wereld? Het antwoord is te vinden in het plot van Roundhay, tuinscène: de strijd onder uitvinders om de eeuwige roem, die Le Prince in dit geval heeft verloren van de gebroeders Auguste en Louis Lumière en Thomas Edison, mede omdat hij nog geen twee jaar na het maken van zijn film spoorloos verdween. Ook zijn zoon Adolphe, die hem assisteerde, ijverde vergeefs om hem erkend krijgen als uitvinder van de film. Twaalf jaar na Louis’ verdwijning stierf hij bij een jachtincident.
In het eerste deel beschrijft De Moor de lotgevallen van Valery Barre, die naar Le Prince is gemodelleerd. Hij stapt in verwilderde toestand uit de trein, waarna hij bij een dorspastoor belandt. Hem onthult hij zijn grootse ideeën voor een – niet expliciet uitgelegde – uitvinding, die de wereld zal veranderen. Zelf is hij er doodsbang voor. Liever keert hij terug naar het eenvoudige leven van vroeger. Barre komt daarop terecht in een plaatselijk gekkenhuis, waar een duister personage dat gedachten kan lezen op die manier Barres laatste uitvinding steelt.
Het tweede deel zoomt in op zijn absolute tegenpool: de niet bij naam genoemde Thomas Edison. Hij heeft onverzadigbare honger naar nieuwe uitvindingen, vooral als ze door hem zelf worden gedaan. Een dag zonder iets nieuws is stilstand. Zodra hij hoort dat iemand anders proeven in een nieuwe richting doet, dient hij al een preventieve claim bij het octrooibureau in. Niets roept daarom meer angst en agressie bij hem op dan het bericht dat Barre’s zoon probeert de claim van zijn vader als de uitvinder van de film te erkennen.
Via Barre en Edison gaat Roundhay, tuinscène over de eeuwige behoefte aan én fundamentele angst voor uitvindingen – een thema dat in deze tijd van voortdurende nieuwe technologische mogelijkheden zeer actueel is. Voortdurend voert De Moor personages op die aan een van deze houdingen ten opzichte van nieuwigheden aannemen. Een non schatert het uit bij het idee van een vaatwasmachine. ‘Alsof iemand daar behoefte aan heeft.’ Vader Edison glimt daarentegen van trots als zijn tweede zoon iets heeft bedacht om de voorruiten van auto’s schoon te vegen.
Naarmate je dieper onder de oppervlakte van het verhaal duikt, blijkt dat de schrijfster het begrip ‘uitvinding’ van steeds meer kanten benadert. Een verlangen naar uitvindingen – impliceert dat geen onvrede met het huidige bestaan waarin immers niet alle mogelijkheden worden benut? Vandaar dat Edison bij voorkeur in het donker leeft. En is het toeval dat de uitvinder van het licht een donker karakter heeft? Kom je alleen vooruit in het leven als je het nieuwe omarmt? Ga je achteruit, zoals de dorpspastoor en Barre, als je je ertegen verzet?
Zo roept Roundhay, tuinscène op een subtiele, niet geforceerde manier vele vragen op. Deze roman, die ook is doorspekt met negentiende eeuws aandoende advertenties voor de meest fantastische en futuristische uitvindingen, dwingt daarom bijna vanzelfsprekend bewondering af. De Moor heeft een filosofische roman geschreven die je op een natuurlijke manier verleidt na te denken over je eigen verhouding met de nieuwe technologieën van onze tijd – waar veel soortgelijke romans je soms te veel dwingen het boek te bestuderen in plaats van te ondergaan.
Tegelijkertijd sla je de roman niet met een opengevallen mond dicht. Het verhaal is, hoewel vlot geschreven, zo indirect en impliciet verteld dat de concrete gebeurtenissen je soms ontgaan. Het is alsof De Moor bang was dat haar boek weggezet zou worden als een historische roman – een genre waarin inderdaad veel triviale boeken verschijnen – en dat ze daarom besloot zo min mogelijk details prijs te geven van de geschiedenis die ze als aanleiding heeft gebruikt. Roundhay, tuinscène is daardoor geen roman geworden die de lezer ook meesleept.
Het verdient eigenlijk aanbeveling om, als je toch op internet naar het filmpje van Louis le Prince kijkt, de wikipedia-pagina over deze uitvinder te bestuderen. Dat geeft je net voldoende voorkennis om het verhaal goed te volgen en je te kunnen concentreren op de vragen die De Moor opwerpt.

Marente de MoorRoundhay, tuinscène (336 p.) – Querido, € 19,95 (ppb), € 24,95 (geb), € 15,99 (e-book). (Eerder verschenen in BOEK 6, 2013)

Zie ook:
- Interview Marente de Moor over 'De Nederlandse maagd'

dinsdag 3 december 2013

André Schiffrin (1935-2013): vurig pleitbezorger van onafhankelijke uitgeverij (Knack)

De Amerikaanse uitgever André Schiffrin is afgelopen zondag op 78-jarige leeftijd overleden. Hij zal vooral voortleven als pleitbezorger van het uitgeven zonder winstoogmerk.

Schiffrin overleed in zijn geboorteplaats Parijs aan de gevolgen van pancreaskanker. De zoon van een gerenommeerde Russisch-Franse uitgever vluchtte aan het begin van het Vichy-regime met zijn familie naar Amerika. Daar was hij decennia uitgever van Pantheon Books, waar hij werk van Günter Grass, Michel Foucault, Marguerite Duras in Amerika introduceerde en Amerikaanse auteurs als Studs Terkel en Noam Chomsky publiceerde. 
Al bij zijn indiensttreding in 1962 was Pantheon onderdeel van Random House. De overname van het uitgeefconcern door investeerder S.I. Newhouse in 1989 leidde echter tot een radicale cultuuromslag. Het was niet langer het belangrijkste dat een uitgeverij boeken publiceerde die ertoe deden, maar dat een uitgeverij als ieder gewoon bedrijf streefde naar maximalisatie van de winst. Schriffrins divisie zou dat jaar drie miljoen dollar verlies hebben geleden. Dat kon zo niet langer.
Wat volgde was een van de grootste affaires uit de geschiedenis van de uitgeverij. Newhouse' zetbaas aan de top van het bedrijf verlangde dat Pantheon minder titels uitgaf en dat Schiffrin zou snijden in zijn personeelsbestand. Schiffrins weigering betekende zijn eigen ontslag. Een handvol redacteuren legde toen het werk neer. Auteurs – ook van andere uitgeefhuizen – hielden een protestmars tegen Schiffrins ontslag.
Zelf sloeg Schiffrin terug met het boek The business of Books (2000) – half memoires, half studie – dat in 29 talen is vertaald. Hij analyseert daarin hoe de opkomst van de marktideologie in de uitgeverij heeft geleid tot een cultureel failliet. De eis om minimaal twintig procent winst te maken dwingt uitgevers om alleen nog maar boeken te maken voor het grootste publiek. Ook moet iedere titel op zichzelf potentieel winstgevend zijn. Voor interne subsidiëring is geen plaats meer. 
In 2011 verscheen ook de Nederlandse vertaling bij De Wereldbibliotheek: De boekenbusiness. Bij zijn bezoek naar Nederland, ter gelegenheid van de presentatie daarvan, zei hij: 'In Europa vond men mij bij verschijnen van het boek nog te pessimistisch, daar gold nog andere dan zuiver kapitalistische waarden. Inmiddels vind men het boek hier te optimistisch.'
Het opmerkelijke van Schiffrin is dat hij het niet bij woorden alleen hield. In 1992 startte hij The New Press. De principiële non-profit uitgeverij richt zich met steun van filantropische instellingen op publicaties over een breed scala aan sociaal-economische thema's. Het doel van The New Press is 'het promoten en verrijken van de publieke discussie en het begrijpen van vitale kwesties voor onze democratie en het bereiken van een rechtvaardiger wereld', zo staat op de site van de uitgeverij te lezen. 
Tot op het laatst was Schiffrin als editor at large betrokken bij The New Press.
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 2 dec)