woensdag 14 augustus 2019

Interview Jürgen Snoeren over boeken uitgeven en verkopen bij ANWB (Boekblad)

Hij is verantwoordelijk voor het uitgeven en verkopen van boeken bij ANWB. En dan schrijft Jürgen Snoeren zelf ook nog fictie. Vanwege de gestaag krimpende markt experimenteert het bedrijf om nieuwe afzetgebieden te ontdekken. 'Als je geen risico neemt, zul je nooit nieuwe markten aanboren.'

Eind vorige maand presenteerde Jürgen Snoeren in boekhandel Scheltema de thriller Dodenstoel die hij onder het pseudoniem Johan Andersen heeft geschreven. Pas toen iemand hem die middag erop wees, drong tot hem door dat hij alles tegelijk is: uitgever, boekverkoper én schrijver. Sinds vier jaar leidt hij de uitgeverij van ANWB. Vorig jaar kreeg hij het category management boeken voor de 83 ANWB-winkels erbij. En schrijven doet hij er al zijn hele leven naast, nadat hij twintig jaar geleden debuteerde met een literaire novelle.
'Heeft dat tot inzichten geleid? Zo'n sterk woord moet je niet gebruiken', zegt hij resoluut. 'Het maakt je gevoeliger voor alle aspecten in de keten. Als uitgever sta je niet altijd stil bij de logistieke problemen van een boekhandel om alles op de plank te houden en de operatie rendabel te laten draaien. Een boekverkoper heeft niet altijd op het netvlies hoe onzeker een boekproductie is. Als een boek twee weken te laat is vanwege een foutje van een drukker, moet hij niet meteen de boel afbreken. Een uitgever kan er soms echt niets aan doen. Ik kan het daarom iedere uitgever aanraden een tijdje in de retail te werken. En andersom.'

Maar je keuze voor de ANWB was niet bewust om uitgever én boekverkoper te worden?
'Nee. Ik werd gevraagd – in eerste instantie interim – om het fonds van de uitgeverij op te knappen. De ANWB is een mooi bedrijf, dat tot de 15 grootste uitgeverijen van Nederland behoort. Dat vergeten veel mensen. En met reisgidsen en kaarten had ik nog nooit gewerkt, dat maakte het een mooie uitdaging. Het was ook een realistische uitdaging. Er zat hier veel kennis, er werkten goede mensen, ze hadden goede titels. Het fonds had alleen meer focus nodig. Vervolgens bleef ik, omdat de klus nog niet af was. Toen we na een reorganisatie onder ANWB Retail kwamen te vallen, kreeg ik het category management erbij, zodat er steeds genoeg nieuwe opdrachten zijn om het leuk te blijven vinden.'

Wat moest er met het fonds gebeuren?
'De markt voor de reisgids krimpt gestaag. De omzet heeft zich na de crisis van tien jaar geleden weliswaar goed hersteld. In Nederland was de impact ervan kleiner dan in andere landen. Maar er zijn onmiskenbare demografische ontwikkelingen: veel jongeren kopen geen reisgidsen meer. En er is een verschuiving naar digitaal. Steeds meer mensen breiden hun reis voor op hun telefoon, iPad of laptop. 's Ochtends zoeken ze daar op welke musea in de buurt die middag open zijn. Die ontwikkeling is versneld door het verdwijnen van de roamingkosten per 1 juli 2017. Je kunt nu rustig op een terras een half uur scrollen zonder dat je bang hoeft te zijn voor een rekening van 300 euro. Het eerste jaar moesten mensen er nog aan wennen, maar in het voorjaar van 2018 zagen we een opvallende daling van de markt. In die periode gaan veel mensen op stedentrips, maar zonder roamingkosten hoefden ze niet meer zo snel een gids voor twee dagen Parijs. Op die ontwikkelingen moet je een antwoord verzinnen.'

En dat luidt?
'Om te beginnen heb ik het aantal series teruggebracht. We hadden er zes – of zelfs zeven, als je de kunstreisgidsen meetelt. We hebben er nu drie die elkaar goed aanvullen: de kleine en compacte ANWB Extra met alle basale informatie, de wat dikkere ANWB Ontdek voor wie zich meer in zijn bestemming wil verdiepen en de ANWB Wereldreisgidsen voor wie dat na de reis ook nog wil gebruiken als naslagwerk. Dat levert, ondanks de internationaal gezien relatief geringe marges, een goede, stabiele inkomstenstroom op, die ons in staat stelt te experimenteren om zo mee te bewegen met de consument en – niet te vergeten – de 4,6 miljoen leden. Zij willen namelijk geen platte informatie meer over hotelletjes en restaurants. Ze willen inspiratie. Het is niet meer: "help mij bij mijn reis", maar: "raad mij mijn volgende reis aan". Dat betekent dat je boeken moeten brengen die belevenis bieden.'

Hoeveel mensen gaan dit jaar met een ANWB-gids op pad?
'Een kleine 500.000 stuks bij elkaar. Daarmee zijn we nog altijd de grootste aanbieder van reisgidsen in Nederland, goed voor een redelijk stabiel marktaandeel van circa 26 procent – dat varieert afhankelijk van de mode in bestemmingen, maar ook van hoeveel titels en exemplaren je in de markt hebt. De totale vernieuwing van de Extra-serie, met 120 titels een mega-operatie, heeft ook impact gehad.'

Wat betekent dat voor de omzet?
'De afzet is gedaald, maar de doorgevoerde prijscorrecties hebben eerst een paar jaar voor een stijging van de omzet gezorgd. Vorig jaar was die stabiel en dit jaar is de omzet gedaald. Zoals bij alle reisgidsenuitgevers. Het zijn moeilijke tijden in onze markt vanwege de ontwikkelingen die ik net schetste.'

Sterft de reisgids op middellange of lange termijn uit?
'De markt zal blijven krimpen, maar er zal altijd behoefte blijven aan een papieren gids. Laat ik naar mezelf kijken. Als ik voor een weekje zon op een eiland google, verzuip ik in informatie over vliegmogelijkheden, hotels, autoverhuurders. Dan betaal ik liever 100 euro meer aan een organisatie die dat allemaal voor mij uitzoekt. Je ziet daarom de klassieke reiswinkel van vroeger een beetje terugkomen. Iets soortgelijks geldt voor reisinformatie: je wil dat iemand die voor je bij elkaar brengt en cureert. Sommigen gebruiken daarvoor Tripadvisor, Zoover of een andere reissite. Anderen willen liever een degelijke papieren gids, waarmee je op de bank kunt lezen over je bestemming of die je in je binnenzak bij je kunt steken. Dat zal nooit verdwijnen. Net zoals er altijd mensen een papieren boek boven een e-boek verkiezen.'

De ANWB zet niet in op digitale versies van haar gidsen?
'We hebben wel e-boekversies van onze Extra-gidsen. Gemaakt als test, en omdat een deel van de leden dat van ons verwacht. Maar de markt in de breedte zit niet te wachten op één op één vertalingen van een gids, juist omdat het een product is dat men in handen wil houden. Ook de wet op de vaste boekenprijs helpt niet mee, omdat die weinig mogelijkheden biedt voor combinatieverkoop van e-boek en papieren boek. De btw-plannen vormen een ander struikelblok: omdat de verlaging alleen gaat gelden voor facsimile-achtige digitale uitgaven zet de overheid een dikke rode streep door alle mogelijke innovatie. Wil je iets digitaals doen met non-fictie zoals een reisgids, moet je deze juist grondig verbouwen om de gebruiker meerwaarde te bieden.'

De potentie is ook nog steeds te klein om een vernieuwende reis-app te maken?
'Ja. We hebben de e-boekversies eigenlijk alleen als extra service. Wat we eraan verdienen is meegenomen. Dus laat staan dat het zin heeft om in zoiets groot te investeren. De droom die we tien jaar geleden hadden van volledige interactieve, 24/7 geüpdate apps voor iedere bestemming is onhaalbaar. De economics kloppen niet. Misschien als je met alle uitgeverijen in Nederland samen iets doet. Maar zelfs dan is het twijfelachtig, omdat je dan concurreert niet alleen met partijen als Google en Booking, maar ook met alle andere online informatie over een bestemming. Er zijn genoeg mensen met een eigen sitetje over musea in Parijs. Het is niet voor niets dat zelfs grote markten als Duitsland en Frankrijk geen digitale reisgidsencultuur hebben. Alleen Lonely Planet heeft iets wat in de buurt komt, maar die opereert op een volstrekt andere schaal.'

En dus zoekt ANWB het in andere type boeken.
'Je kunt verschillende richtingen op denken. Je kunt bijvoorbeeld makelaar in reisinformatie worden. Maar wij blijven doen waar we goed in zijn: uitgeven. Wij kunnen dat goed. We hebben het vertrouwen van consumenten en leden. We hebben een positie op deze markt. En als je de gidsen goed aanpast aan de eisen van de tijd, zoals de veranderde balans tussen informatie en beleving, en gespitst blijft op de schommelende populariteit van bestemmingen, kun je daar nog goed aan verdienen. Het is een klassieke valkuil bij innoveren om te denken dat al het oude niet goed meer is. Nee, onze klassieke reisgidsen blijven de basis. Daar moeten we op blijven focussen. Daarnaast zoeken we naar andere soorten uitgaven om reiscontent aan te bieden.'

Aan wat voor boeken moet ik denken?
'Een mooi voorbeeld is La douce Paris van Janny van der Heijden, dat onlangs verscheen. Een personality, bekend van Heel Holland Bakt, die door Parijs rijst, haar plekjes uitkiest, met recepten en van alles. Dat willen mensen graag: zien hoe iemand anders reist en zich daardoor laten inspireren. Het is een nieuwe spin aan het begrip stedengids. Ook hebben we het vergelijkbare Een zomer in Italië van Rik Felderhof: dagboek, reisboek en biografie in één. Fietsen met Erik Dekker, waarin hij vertelt over zijn belevenissen in de Tour de France aan de hand van routes die mensen na kunnen fietsen. En Fijn weekend, een overzicht van 52 weekendtripjes dat eigenlijk niets anders doet dan de lezers tippen: ga daar ook eens kijken.'

Is het moeilijk zulke boeken te bedenken?
'Het is niet makkelijk. Net als andere aanbieders van reisgidsen is het enorm zoeken. Naar juiste ideeën en auteurs, de inhoudelijke contentstragie, het goede prijspunt, de doelgroep voor iedere propositie, de mate van luxe uitstraling, enzovoorts. En van alles wat je bedenkt, kun je – anders dan een gids – geen 120 delen maken. Je moet daarom af en toe in het diepe springen, zoals we met Janny hebben gedaan. Het is zoals Steve Jobs zei: "je moet niet de markt volgen, maar de markt maken; je moet mensen vertellen waar ze behoefte aan hebben". Dat heb ik altijd erg inspirerend gevonden. Het hele vak zou zich dat ook mogen aantrekken. Uitgeverijen hebben altijd te veel de neiging de markt te volgen.'

Wat kan wel bij ANWB en wat niet?
'Op het spectrum tussen de pure informatie van een klassieke reisgids en de pure beleving van een fotoboek zijn meerdere plekken waarvoor je proposities kunt ontwikkelen. Er zijn nu eenmaal verschillende doelgroepen: jong versus oud, veel versus minder te besteden, leden versus niet-leden. Alle grote uitgeverijen zijn daarmee bezig. Maar alles wat we doen, moet binnen de driehoek reizen, vrije tijd en lifestyle passen. Dat zijn de echte ANWB-thema's waar de rest van de organisatie zich ook op richt. We zullen daarom nooit zomaar een lifestyle-boek uitgeven.'

Hoe hebben de eerste experimenten het gedaan?
'Het is nog te recent om daar harde uitspraken over te doen. Felderhof was vorig najaar het eerste boek-nieuwe stil. Dat heeft het goed gedaan. Janny van der Heijden is goed ontvangen. Voor Erik Dekker is veel belangstelling. Maar wat is de potentie precies? Je kunt je voorstellen dat we van La douce Paris 5.000 exemplaren verkopen, maar ook 50.000 exemplaren. Anderzijds is het risico groter dat een titel niet aanslaat en maar paar honderd exemplaren verkoopt. Dat moeten we ontdekken. Maar: als je geen risico neemt, zul je nooit nieuwe markten aanboren.'

Accepteert de boekhandel de nieuwe koers van ANWB?
'Het is een kwestie van gewenning. Over Fietsen met Erik Dekker kreeg ik soms de vraag, zelfs intern: is dát een ANWB-boek? Erik Dekker is toch sport? Nee: het gaat over vakantie en vrije tijd, het bevat routes en ANWB heeft miljoenen fietsende leden. Dus hoe ANWB wil je het hebben? Het gaat erom dat je de verhalen die iemand als Erik te vertellen heeft, op zo'n manier verpakt dat het bij ons past. We hebben het in dit geval redelijk vaak moeten uitleggen. Maar de boekhandel reageert tot nu toe positief. Ze zijn natuurlijk altijd blij met nieuwe dingen, omdat ze met alles wat afwijkt van de norm bij hun klanten aandacht kunnen trekken. Ook straalt de vernieuwing af op het hele fonds. Want als je in de catalogus naast de herziene uitgaven van reisgidsen opeens een Rik, Janny of Erik zet, zie je dat mensen rechtop gaan zitten. Ze hebben meer aandacht voor het hele fonds. Dus zelfs als deze boeken niet aanslaan, heeft het een gunstig effect.'

Waren de ANWB-gidsen terrein aan het verliezen in de boekhandel?
'Nee hoor. Wij hebben vaste vertegenwoordigers op de weg. Dat is niet meer bij iedere uitgeverij het geval. Die persoonlijke aandacht wordt zeer gewaardeerd. De reguliere boekhandel is goed voor ongeveer de helft van de afzet, dus het is ook logisch dat we daar veel aandacht voor hebben.'

Zie je de krimpende markt bij de boekhandel terug in de vorm van minder aandacht voor reizen?
'Ik heb niet de indruk dat het drastisch terugloopt. Reizen heeft alleen niet altijd de focus van de boekhandelaar. Het is ook geen swingend en sexy genre. Een reisgids wordt nooit Boek van de Maand bij DWDD. Anderzijds zijn boekverkopers heel benaderbaar, als je aanbiedt om samen met hen naar het schap te kijken. Dat is een voordeel als grootste partij: er is altijd bereidwilligheid om er nog een plank toe te voegen of bestemmingen aan te vullen. Daarom is het zeker geen verwaarloosd genre in de boekhandel.'

Hoe gaat het met de boekverkoop in de eigen winkels?
'ANWB Retail staat zoals alle winkels onder druk. Wij hebben wel een aparte positie door de combinatie van producten. En ze zijn voor een deel op het ANWB-lid gericht. We bieden services en diensten aan die je nergens anders in de winkelstraat vindt. Het aantal winkels blijft daarom stabiel. Het aandeel boeken hebben we wel teruggebracht. Het assortiment was in de loop der jaren te breed geworden: thrillers, damesromans, invulboekjes. Na een kritische blik op de afzet en de focus van ANWB kwamen we tot de conclusie dat wij die niet moeten verkopen. De leden verwachten en willen ook geen damesromans bij ons vinden. Ons aanbod gaat nu weer puur over vrije tijd, reizen, vakantie, mobiliteit – al die thema's die bij de ANWB horen. En de dekking daarvan is beter.'

Daarmee is de concurrentie met de reguliere boekwinkel minder geworden?
'In zekere zin wel. Dat maakt het ook makkelijker om te zeggen: "zoekt u een thriller? dan kunt u aan de overkant bij de Bruna zijn". En andersom doet de Bruna dat als iemand om een kaart vraagt, want de gewone boekhandel is traditioneel minder actief in het segment-vrije tijd.'

Wat voor gevolg had deze beweging op de omzet?
'We hebben iets ingeleverd. Ook al hadden de genres die we hebben weggesneden geen groot aandeel in de omzet, we specialiseren ons wel in een krimpend marktsegment. Daar staat tegenover dat de ruimte ervoor kleiner kon worden, waardoor de omzet per vierkante meter is gestegen. Daarom zijn we niet ontevreden over deze ingreep. Het aandeel eigen titels in de afzet is automatisch ook gestegen.'

Hoe hou je bij deze dubbele rol tijd over om te schrijven?
'Ik zeg altijd: het is netflixen of schrijven. Ik doe het als ontspanningsoefening 's avonds. Als tegenwicht voor de stress overdag. En in deze baan gaat het beter dan ooit. Toen ik zelf schrijvers begeleidde, lukte het lange tijd niet om te schrijven. Ik had moeite mijn eigen stem te vinden. Maar toen ik ophield met dat werk, hief dat als het ware mijn writers' block op. Ik heb een tijd fantasy geschreven, maar na overleg met mijn agente Marianne Schönbach die me erop wees dat de fantasymarkt terugliep en ik misschien iets anders met mijn talent kon doen, dacht ik aan een thriller. Ik heb veel thrillerschrijvers begeleid, dan krijg je zelf ook af en toe een goed idee. Een daarvan heb ik uitgewerkt tot proposal. HarperCollins zag dat zitten.'

Profiteer je daarbij van je bekendheid in het vak?
'Nee. Daarom verschijnt Dodenstoel onder pseudoniem. Toen Luiting-Sijthoff mijn fantasy publiceerde, werd ik neergezet als de schrijvende uitgever. Begrijpelijk, een uitgeverij zoekt argumenten om een boek aan te prijzen. Maar ik wilde een streep zetten onder alles wat ik daarvoor heb gedaan. Ik wilde niet dat mensen zouden denken: daar heb je een uitgever die zo nodig moet schrijven. Of: hij wordt uitgegeven omdat hij vriendjes in het vak heeft. Of: die fantasyschrijver kan geen vast geen thriller maken. Nee, als je het boek nu goed of slecht vindt, komt dat door het boek en niet omdat je me kent. Daarom wordt mijn day job bijna nergens genoemd in de communicatie van HarperCollins. Gelukkig is het wel goed ingekocht.'
(Eerder verschenen in Boekblad magazine 6, 2019)


maandag 12 augustus 2019

Interview: Erik Scherder over lezen, bibliotheken en het brein uitgelegd aan kinderen (Bibliotheekblad)

In zijn nieuwste boek legt Erik Scherder de werking van het brein uit voor kinderen. Professor S. en de verslaafde koning gaf hem zo de mogelijkheid om het belang van lezen te benadrukken en zijn zorg uit te spreken over de openbare bibliotheek.

Boeken over het brein zijn al lange tijd zeer gewild. Erik Scherder kan erover meepraten. De werken van de hoogleraar neuropsychologie aan de Vrije Universiteit behorentot de populairste titels in deze categorie: Laat je hersenen niet zitten (2014) en Singing in the brain (2017), waarin hij betoogt hoe belangrijk het voor je hersenen is om te bewegen respectievelijk muziek te maken. Alleen: voor kinderen was er nog niet zo veel.
'Het was voor mij alle lang tijd een hartenwens dat ook kinderen vroeg in aanraking met het brein zouden komen', vertelt Scherder (1951) aan de telefoon. 'Ik zag een spannend kinderboek vol avontuur voor me, waarin de lezer een reis door het brein zou maken en zo met allerlei thema's wordt geconfronteerd. Niet alleen wat obesitas of een gameverslaving met de hersenen doet, maar ook angst en verliefd worden.'
Druk als hij is – ook een gesprek met Bibliotheekblad moest ruim van tevoren worden ingepland – had Scherder zelf geen tijd om zo'n boek te schrijven. Bovendien: fictie? Hij had als vader vroeger verhalen verzonnen voor zijn kinderen. Een daarvan is opgenomen in het boekje Hersenen willen lezen, dat vorig jaar in kleine oplage uitsluitend te koop was op Bookstore Day: 'Joepie en het zwervertje'. Maar zijn specialiteit is het allerminst.
Scherder: 'En toen kreeg ik een brief van Fred Diks, schrijver van onder meer Koen Kampioen, en illustratrice Mariëlle van de Beek. Op de envelop had zij een kleine cartoon van mezelf getekend. Heel leuk. Zij werkten aan een boek over Dixiedorp, waar alle kinderen te dik zijn. Ze wilden van mij informatie over wat er dan gebeurt in de hersenen. Toen legde ik hen mijn idee voor. Daar waren ze direct voor in.'

Half maart verscheen het resultaat van de ontmoeting: Professor S. en de verslaafde koning. De hoofdpersonen Zhé en Brian, twee klasgenoten, gaan daarin op zoek naar Zhé's plotseling verdwenen opa: professor S. Via een soort raket belanden ze in het mysterieuze Breinstein, waar ze opa al snel opsporen. Ondertussen ontdekken ze dat het land zucht onder de internetverslaving van hun koning. Als ze opa hebben gevonden, lost die het probleem op.
'Je hoort ouders wel eens trots vertellen: anderhalf jaar oud en hij swipet al!', vertelt Scherder. 'Ik weet niet of je daar nu zo trots op moet zijn. Te weinig mensen weten dat te lang achter een scherm zitten niet goed is. Stop er na een uur mee. Dat is niet mijn mening, er is veel wetenschappelijke literatuur over die dat aantoont. Je ziet ook dat kinderen steeds minder buitenspelen en minder lezen. Allemaal slecht voor het brein.'
En als je dan toch ander een scherm zit, vervolgt hij, vul die tijd dan niet met doelloos surfen en googlen. Er zijn ook goede aspecten aan games. Als je bijvoorbeeld steeds voor nieuwe uitdagingen wordt gesteld en je je moet blijven inspannen omdat je steeds moeilijkere levels speelt. Een game kan zo een 'verrijkte omgeving' bieden die het jonge brein – tot een jaar of dertig – juist nodig heeft om zich optimaal te ontwikkelen.

Een van de plekken die Brian en Zhé in Breinstein bezoeken is bibliotheek Hippocampus. Heel goed dat die er is, denkt de professor. 'In mijn land sluiten ze steeds meer bibliotheken.' Maar tot zijn schrik ontdekt hij dat de inwoners luidkeels protesteren tegen het openhouden van de bibliotheek. Als niemand nog leest, waarom dan het geld niet beter besteden? De professor trekt wit weg als hij het hoort. 'Dit land heeft echt een heel groot probleem.'
Het is een zorg die Scherder vanzelfsprekend deelt. Lezen is van cruciaal belang. 'Er worden zó veel neurale netwerken actief bij het lezen. Om het woord te zien, het te spellen, de betekenis te begrijpen, maar ook zoiets als het vormen van klanken in je hoofd – daarvoor heb je allemaal andere hersengebieden nodig.' Hoewel hij bekend is geworden als een grote promotor van bewegen, zegt hij daarom: 'Als je dan toch zit, ga lezen.'
Maar om te lezen zijn bibliotheken nodig. 'Ten eerste omdat niet iedereen in staat is boeken te kopen', somt Scherder op. 'Ten tweede omdat het een omgeving is die enorm uitnodigt tot lezen. Ik weet niet in hoeverre de gesloten vestigingen worden vervangen door uitleenposten, maar ik hoop dat iedereen die even goed weet te vinden, ze goed toegankelijk zijn, goede collecties hebben en hulp bieden bij het maken van keuzes.'
Natuurlijk kun je ook digitaal lezen. Maar daarvoor geldt mutatis mutandis hetzelfde als voor games: niet iedere vorm van het e-boek juicht Scherder toe. 'Als beeld en geluid bijdragen aan het begrijpen van het verhaal, heeft een e-boek meerwaarde. Maar als je wordt afgeleid door bijvoorbeeld spelletjes, of omdat je leest op een apparaat waarop je ook appjes krijgt, werkt het negatief.' Bibliotheken moeten dus niet alles opnemen in hun digitale collectie.

Scherder noemt bibliotheken 'ware paradijzen'. Maar hij moet toegeven dat hij openbare bibliotheken niet zó goed kent. In zijn jeugd was hij lid, maar niet de fanatiekste gebruiker. Daarna stortte hij zich op de vakliteratuur – die hij voor een groot deel verkreeg via de universiteitsbibliotheek. Ook met zijn kinderen ging hij niet. Zij lazen via de schoolbibliotheek, en op zaterdagen nam hij ze mee naar de sportvelden in plaats van de bibliotheek.
'Als kind was het voor mij soms een beetje verplicht om erheen te gaan', vertelt hij. 'Als je wat mee naar huis nam, moest je het ook weer op tijd terugbrengen. Dat hield me wat tegen. Maar áls ik naar de bibliotheek ging, vond ik het een snoepwinkel. Later heb ik heel lang alleen maar vakliteratuur gelezen. Ik ben een laatbloeier, dus ik stortte me daar volledig op. Pas sinds een paar jaar lees ik thrillers voor het slapen gaan.'
Toch is wel degelijk tot hem doorgedrongen dat een bibliotheek meer is dan leverancier van boeken en kranten, zoals ook Professor S. in het boek opmerkt. Neem de actieve inzet voor leesbevordering voor alle kinderen van 0 tot en met 18 jaar. 'Het zou ook een heel goed idee als ze dat doen voor volwassenen. Zij zijn toch het voorbeeld van kinderen. Aan hen spiegelen zij zich. Dus als zij vaker een boek pakken, dan hun kinderen ook.'
En: de andere functies van de bibliotheek. Als verblijfplaats, bijvoorbeeld voor ouderen. De hulp die kan worden geboden, waardoor je in de bibliotheek meer kunt vinden dan wanneer je zelf op internet zoekt. En de activiteiten die ze organiseren, zoals ook met Scherder zelf. 'Breintrainingen bijvoorbeeld. Er wordt echt van alles bedacht en heel hard gewerkt. Bibliotheken hebben nog steeds een stoffig imago, vrees ik, maar dat is niet terecht.'

De volledige achternaam van professor S. is uiteraard Scherder. Als de illustraties dat al niet duidelijk maakten – hetzelfde figuurtje waarmee Van de Beek zich indertijd had geïntroduceerd – staat het ook in het verhaal uitgelegd. Zhé noemt haar opa 'S.' omdat ze zijn achternaam zo moeilijk uit te spreken vindt. Dan krijg je al snel de indruk dat de professor met al zijn opinies en karaktertrekken naar het leven getekend is.
Nee dus. Scherder heeft via de informatie over het brein, de manieren waarop dat gestimuleerd kan worden en de gevaren voor een optimaal functioneren, als het ware de bouwstenen voor het verhaal aangedragen. Maar de personages en het plot komen volledig uit de koker van Fred Diks. Dat hem werd aangeraden om zijn karakteristieke grijze haar te verven voor zijn eerste optreden bij De Wereld Draait Door is ook verzonnen, bezweert hij.
Toch zijn er genoeg treffende parallellen – niet alleen in de mening over bibliotheken. Zo is de roem die Professor S. in Breinstein komt aanwaaien, vergelijkbaar met de manier waarop Scherder de aandacht van de natie trok: via een televisieprogramma. In het boek gebruikt hij doelbewust de talkshow De wereld op zijn kop om de inwoners voor te houden dat hun lusteloosheid wordt veroorzaakt door hun internetverslaving.
'Bij mij ging het iets anders. Ik deed mee aan de Universiteit van Nederland, die colleges opneemt van hoogleraren en gratis ter beschikking stelt op internet. De Wereld Draait Door vroeg of ik daarom wilde komen. Ja, leuk. In het voorgesprek had ik gezegd: kom niet aanzetten met studenten die vertellen dat ik op de tafel ga staan en zo. Het ging over de Universiteit van Nederland. Maar Matthijs van Nieuwkerk vroeg toch of ik dat wilde doen.'

Pas toen begon er een totaal onverwacht avontuur dat hij aanwendde voor een hoger doel: oproepen tot het gezond houden van je brein, in eerste instantie van bewegen. 'Nog diezelfde avond werd ik gebeld door de uitgever van Athenaeum-Polak & van Gennep. Of ik een boek had. Nee. Of eigenlijk wel, maar daar vond niemand wat aan. Met hulp van een redacteur heb ik dat toen bewerkt tot Laat je hersenen niet zitten.'
Sindsdien zet hij zich in om de Nederlanders aan te sporen tot een actievere levensstijl. Ogenschijnlijk met veel succes. Zijn eerste boek nadert gestaag de kaap van 100.00 verkochte exemplaren. Singing in the brain zit op 40.000 exemplaren. En ook de eerste druk van Professor S. en de verslaafde koning van 5000 exemplaren was vrijwel meteen op. Ongetwijfeld zijn de boeken ook veel uitgeleend, maar dat weet Scherder niet.
En toch zegt hij dat de werkelijkheid hem dwingt bescheiden te blijven. 'Beweegt Nederland meer? Ik zou die vraag graag willen beantwoorden met een volmondig ja. Maar helaas. Ik krijg weleens reacties van mensen die zeggen dankzij mij nu meer te bewegen. Individuele reacties vertellen alleen niet het hele verhaal. Toen ik laatst bij een lezing vroeg: wie voldoet aan de norm van een half uur inspannen per dag?, stak nog geen 10% zijn hand omhoog.'
In de politiek is het evenmin vanzelfsprekend om verandering te bewerkstelligen. 'Ik zit in een commissie om het gymastiekonderwijs terug te brengen op de basisschool. Door springend sommen op te lossen of zingend taalles te geven, kun je beweging ook goed integreren. We mogen met de minister praten. We mogen langskomen bij de commissie onderwijs van de Tweede Kamer. Maar om de verandering ook te realiseren is heel moeizaam.'

Het ontmoedigt Scherder niet. Hij werkt, naast zijn fulltimebaan, aan nieuwe boeken. Als eerste is dat een boek over ouderdom. 'Een heel positief boek', voegt hij daar direct aan toe, 'waarin ik laat zien dat het leven steeds leuker wordt als je ouder wordt.' En wie weet: misschien komt er ook een nieuw avontuur met Professor S. 'Daar kun je makkelijk een serie van maken. Een volgend deel kan bijvoorbeeld over te weinig bewegen gaan.'
Hoopt hij daarmee dat zijn werk net als dat van Professor S. – wiens genezing van de verslaafde koning honderd jaar in de toekomst plaatsvindt – tegen die tijd nog steeds in de bibliotheek staat? 'Dat zou heel mooi zijn', lacht hij. 'Maar ik ga er niet van uit hoor. Ik vind het ontzettend fijn dat mijn werk door zo veel mensen wordt gelezen, maar ik ben echt heel bescheiden. Er komt een moment dat het ophoudt.'
(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad 6, 2019)

zaterdag 10 augustus 2019

Interview: Chrisjan van Marissing van boekhandel Praamstra over de Deventer boekenmarkt

De Deventer Boekenmarkt – de grootste van Europa – [vond afgelopen zondag] voor de 31e keer plaats. Ook voor boekverkoper Chrisjan van Marissing is dat het hoogtepunt van het jaar. Zeker in het jaar waarin boekhandel Praamstra voor het eerst in jaren weer een substantiële plus boekt.

Hoe was je week?
'Rustig. Ik ben vooral bezig geweest met het regelen van het assortiment van Het Tuinfeest: het jaarlijkse poëziefestival op de avond voorafgaand aan de Boekenmarkt. Wij hebben daar ieder jaar een kraam – met altijd een leuke omzet. Mensen zijn in the mood, en als de dichter zelf aanwezig is, kunnen ze een gesigneerd exemplaar krijgen. We moeten alleen zorgen dat van alle dichters de leverbare en relevante titels aanwezig zijn. Vanuit de historie weet ik dat twee exemplaren van Lévi Weemoedt niet genoeg is – van Pessimisme kun je leren heb ik er zestig, van Eeuwige vertraging dertig. Maar soms heb je geen flauw idee. Dimitri Verhulst komt ook, van hem is een bundel leverbaar. Maar wat hij zou gaan verkopen? Ik had er twaalf ingekocht.'

Het Tuinfeest en de Boekenmarkt vormen het hoogtepunt van de week?
'Het hoogtepunt van het jáár. Mijn vakantie wordt er altijd omheen gepland. Of erna, of ervoor – maar dan er ruim voor, zodat ik in de week voorafgaand de puntjes op de i kan zetten.'

Wat doet Praamstra tijdens de Deventer Boekenmarkt?
'Vroeger hadden we een kraam. Sinds we zijn verhuisd naar onze huidige locatie niet meer. We zitten hier goed in de loop van het station naar de kop van de Brink, waar de markt begint. Wij zetten daarom om 9 uur de deuren wagenwijd open. Niet dat dan iemand binnenkomt, maar mensen registreren wél dat wij open zijn. In de loop van de dag krijgen we vervolgens veel bezoekers. Want je hebt de absolute freaks die al om zes uur 's ochtends naar de markt gaan, bij veel mensen is de boekenliefde toch minder heftig. Zij stellen het na een tijdje struinen op prijs om ook een geordend aanbod te zien. Daar hebben wij een heerlijke winkel voor.'

Hou verhoudt de omzet zich tot andere dagen?
'Het is een extra zaterdag. Geen zaterdag in de Boekenweek of in december, maar: een zaterdag in augustus.'

Sinds vier jaar hebben jullie zelf een antiquariaat in huis: En passant. Heeft dat invloed gehad op jullie rol op de Boekenmarkt?
'Eigenlijk niet. Wij hebben het antiquariaat ook niet overgenomen. Juridisch is het een shop-in-shop. Rolph van de Wouw, de eigenaar, is er uiteraard wel. Hij heeft drie kramen en doet er ieder jaar goede zaken.'

Wat heeft het inpandig antiquariaat jullie gebracht?
'De omzet ervan is niet spectaculair. Zeker niet. Maar het zorgt er wel voor dat veel echte boekenliefhebbers ons weten te vinden. Ons aanbod is door En passant, dat een kwart van de tweede verdieping vult, extra rijk geworden. Daarom maakte ik destijds ook de bewuste keuze voor een antiquariaat. Andere boekhandels hebben als antwoord op de afnemende interesse in lezen en boekhandels bezoeken cadeauartikelen in het assortiment opgenomen. Ik wilde van Praamstra een boekenpaleis maken. Dat horen we ook terug van bezoekers: dat wij een echte boeken-boekhandel zijn.'

Cadeauartikelen en spellen was misschien gunstiger voor de omzet geweest.
'Ik weet het niet, want ik heb het niet gedaan. Je moet het immers wel slim doen en met dat aanbod iets toevoegen in de stad. Ik weet alleen dat onze keuze de boekhandel aantrekkelijk heeft gehouden.'

Het heeft lokaal het imago versterkt: voor boeken moet je bij Praamstra zijn?
'Ja. Ik heb het nooit gemeten, maar ik heb daar wel aanwijzingen voor. Mensen, ook als ze van verder weg komen of uit de Randstad, die ons vertellen dat ze hier zo lekker kunnen sneupen. Klanten die je kunt helpen door te zeggen: "misschien heeft het antiquariaat het" – wat soms het geval blijkt te zijn. We hebben in het antiquariaat ook een plankje 'lezen voor de lijst', waarop De Aanslag en dergelijke staan tegen een heel leuk prijsje. Scholieren komen daar echt op af.'

Betekent deze keuze ook dat Praamstra meer inzet op bijzondere titels, zoals je die kunt vinden op de Boekenmarkt, en niet op bestsellers à la De zeven zussen?
'Integendeel. We mikken niet op één soort consument. Er zijn er meerdere. Lezers van literatuur, voor wie een nieuwe uitgave van uitgeverij Vleugels een ontdekking kan zijn. Dat leggen we neer zonder dat omloopsnelheid een doorslaggevend argument is. Maar ook de lezers van De zeven zussen, waarvan we met veel genoegen enorme aantallen verkopen. Een aantal van hen zwerft vervolgens door de winkel en komt wie weet wat voor bijzonders tegen. We willen iedereen die van boeken houdt bedienen. Dat is de kern van de keuze om een boekenpaleis te zijn.'

Hoe gaat het nu met Praamstra?
'Beter dan het in tijden is gegaan. Sinds de crisis krompen we ieder jaar met een, twee procent. Niet dramatisch, maar de trend was onmiskenbaar. Vorig jaar boekten we een piepklein plusje. Dit jaar noteren we eindelijk een substantiële plus.'

Hoe komt dat?
'Belangrijk was de beslissing om iedere zondag open te gaan. We hebben het lang nagestreefd. Pas vorig jaar gaf de gemeente groen licht. Dat is niets bijzonders voor de Randstad, maar voor ons bleek dat een groot succes. Door onze plek in de stad komen hier veel dagjesmensen, maar ook mensen uit de wijken: tweeverdieners die doordeweeks geen tijd hebben om te winkelen anders dan 's avonds op de bank online. Dat betekende voor ons een andere mindset. We moeten hier iedere zondag zijn. Voor een deel lossen we dat op door verdunning van de bezetting doordeweeks. En voor een deel moet je maar denken: dan maar vrij op maandag of dinsdag.'

Het moet erg prettig zijn: na al die moedeloze jaren de trend doorbreken.
'Dat mag je gerust zo stellen. Als ondernemer moet je steeds bedenken: Wat kun je doen voor de stad? Wat om je bedrijf weer te laten groeien? En als je daar dan eindelijk in slaagt. Heel fijn. We hebben er wel flink aan moeten sleuren, met heel veel lezingen, boekpresentaties etcetera, zodat wanneer de mensen eindelijk weer geld willen besteden, ze ons op het netvlies hebben staan.'

Helpt de trendbreuk bij het zoeken naar een opvolger?
'Ik ben bijna 68. Dit speelt, ja. En het maakt het inderdaad makkelijker om de winkel over te dragen. Maar het belangrijkste is dat de tijd die ik hier nog werk, met meer plezier is gevuld dan, zeg, vijf jaar geleden. Ook Praamstra heeft zijn portie gehad van alle veranderingen in het vak. Denk aan: het wegvallen van de omzet studieboeken, die ooit heel groot was, en de b2b-verkoop. Dan is het met de huidige omstandigheden een stuk relaxter om hier te werken.'

Tot slot: ben je vandaag de hele dag in de winkel?
'Nee. Ik heb de bezetting zo geregeld dat ik verspreid over de dag een aantal uur heb om zelf een rondje te maken over de Boekenmarkt. Ik zal bekenden tegenkomen, maar ik heb ook een hobby: grafiek – vogelprenten met name. Ik wil weleens tegen iets aanlopen op de Boekenmarkt. En ik zal me ook weer ergeren aan de verkoop van zogenaamde beschadigde courante boeken, ook door gerenommeerde uitgevers, waardoor de waardebeleving van nieuwe boeken echt wordt aangetast.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 4 augustus)

donderdag 8 augustus 2019

'Mooi doodliggen' van A.F.Th. van der Heijden (Ons Erfdeel)

Komt het door het neerhalen van vlucht MH17, waarbij 298 mensen omkwamen, en andere spectaculaire aanslagen? De Russische financiering van rechts-populistische politieke partijen in het westen en manipulatie van verkiezingen? De door het Kremlin groots opgezette dopingprogramma's? Hoe het ook zij: Rusland fascineert Nederlandse schrijvers mateloos. Kort na elkaar verschenen drie romans die in het Rijk van Poetin zijn gesitueerd en alle de bestsellerlijsten haalden: Tsjaikovskistraat 40 van Pieter Waterdrinker, Foon van Marente de Moor en Mooi doodliggen van A.F.Th. van der Heijden.
Van deze drie gaat alleen de laatste daadwerkelijk in op de politieke ontwikkelingen van de laatste jaren. Bij De Moor is Rusland slechts achtergrond bij thema's als de ontluistering van ouder worden. Waterdrinker maakt dankbaar gebruik van de radicale transformatie van het land in de afgelopen decennia en de talloze absurditeiten die hij als gevolg daarvan heeft meegemaakt om een aanstekelijke schelmenroman te schrijven. Van der Heijden staat daarentegen uitgebreid stil bij het nieuws dat iedere dag in de krant staat – tot de relatie van 'President Tsaar', zoals hij Poetin heeft gedoopt, met president Trump aan toe.
Mooi doodliggen is uiteraard geen geopolitieke roman. Het gaat over de persoonlijke implicaties van de moordaanslag op zijn eigen leven die de gevluchte Russische journalist Grigori Moerasjko – net als Arkadi Babtsjenko, op wie hij is gebaseerd – op 29 mei 2018 met de Oekraïense geheime dienst in scène heeft gezet. Hoe komt hij tot zijn ingrijpende daad? Hoe beleeft hij die uren dat hij voor de buitenwereld, op uitsluitend de direct betrokkenen na, dood was? Wat voor gevolgen heeft deze daad voor de relatie met zijn vrouw die korte tijd in de waan was de liefde van haar leven te hebben verloren?
Maar de actualiteit is nooit ver weg. Hoe kan het ook anders? Moerasjko, die in deze als memoires vormgegeven roman zelf het woord neemt, is een kritische journalist die het zijn persoonlijke missie heeft gemaakt om de waarheid boven tafel te krijgen die de criminele kliek uit het Kremlin kan verjagen. Hij heeft cruciale gebeurtenissen, zoals de inval van Rusland op de Krim, van dichtbij meegemaakt. En hij doet samen met de Nederlandse fotograaf annex journalist Natan Haandrikman onderzoek naar de ware toedracht van de ramp met de MX17. Het geeft Van der Heijden volop de gelegenheid om zijn mening over de Russische leiders en hun leugens te ventileren.

Het is bewonderenswaardig dat de auteur zo kort na de gebeurtenissen waardoor hij zich heeft laten inspireren, met een zo omvangrijke roman voor de dag komt. Toch is dat een manco aan Mooi doodliggen. Het gaat van der Heijden om de verhouding tussen liefde en dood. Als Moerasjko doet alsof hij wordt neergeknald, is iedereen woedend. Zijn vrouw omdat hij haar ten onrechte de pijn van intense rouw bezorgde. Zijn collega's omdat hij zich inliet met het verspreiden van nepnieuws. Maar als hij later écht wordt vermoord, zorgt dat voor herstel. In ieder geval bij zijn vrouw, die hem dan kan vergeven en zichzelf weer toestaat van hem te houden. Bij deze mooie opzet zitten de echte feiten danig in de weg.
Het verhaal dwingt Van der Heijden namelijk om ook het toekomstig nieuws te verzinnen. Tot aan grofweg september 2018 kon hij zijn plot larderen met alles wat hem iedere dag door de krant wordt aangereikt – en dat doet hij ook, tot opmerkingen over het optreden van de Nederlandse minister in de VN Veiligheidsraad aan toe. Voor het deel daarna moest hij zelf de ontwikkelingen uitdenken. En dat blijkt te veel gevraagd. Althans, hij heeft die moeite maar beperkt genomen. Dat betekent dat het verhaal, waarvan je sterk voelt dat het is ingebed in de grote geschiedenis, dat opeens nauwelijks meer is. Dat heeft als effect dat de roman als een nachtkaars uit lijkt te gaan.
Temeer daar Van der Heijden Moerasjko's zelfopgelegde bijna-doodervaring aanvankelijk minutieus beschrijft. De gewaarwordingen in aanloop naar de geënsceneerde aanslag, de morbide nacht als levende in een mortuarium, het gevoel waarmee hij de met holle lof geïmpregneerde necrologieën leest, de verbijstering als de omgeving niet zo blij verrast is als verwacht. Dat verhoogt het contrast met de laatste honderd pagina's. Alsof Van der Heijden daarvoor weinig meer heeft gedaan dan een schemaatje met verder plotontwikkelingen invullen met wat er in de tussentijd aan gedachten en observaties voorbijkwamen die hem toevallig interesseerden.
Hij dwaalt zelfs ver af in bijzaken. Te ver, getuige een volledig hoofdstuk over Jane Fonda – wat mij betreft het dieptepunt van Mooi doodliggen. Waarom laat Van der Heijden in godsnaam zijn Moerasjko uitwijden over Fonda's behandelingen met botox, haar vroegere activisme, en haar laatste film (Book Club)? Als dat thematische relevantie heeft, anders dan de gemakkelijk opgeworpen vraag of er nog kunstenaars zijn die protesteren tegen de Russische methoden om zijn macht uit te breiden, zie ik het niet.

Ook is het spijtig dat Van der Heijden anders dan De Moor en Waterdrinker nooit in Rusland heeft gewoond. In Foon en Tsjaikovskistraat 40 neem je het land met al je zintuigen gewaar. Je gelóóft de personages. In Mooi doodliggen krijg je nooit het idee dat Moerasjko iets anders is dan een als Rus vermomde Nederlander. Zeker: hij heeft Dostojevski en Tsjechov gelezen en gooit er af en toe een Russische uitdrukking door. Maar minstens zo vaak verwijst hij naar Nederlandse literatuur of de illusionist Hans Klok. Allemaal van zijn Hollandse vriend Natan geleerd, staat er keurig bij, maar vreemd is wel.
Van der Heijdens personages zijn door de bloemrijke taal, waarmee iedereen zich uitdrukt, toch al weinig realistisch. Dat is ook niet zijn eerste doel. Maar omdat hij zijn klassieke tragedie situeert in een voor iedereen al te herkenbare werkelijkheid, wreekt het zich dat de personages niet even herkenbaar zijn. Door hen daarentegen te stofferen met wat hemzelf in Amsterdam aan literatuur, film en filosofie te binnen is geschoten, verworden zijn Russen en Oekraïners tot zetstukken in een zorgvuldig uitgedacht drama. Ze zijngeen karakters van vlees en bloed meer, maar personificaties van filosofische standpunten.
Bij ieder ander zou je bij zoveel kritiek concluderen: matig uitgewerkt plot, overbodige zijpaden, onrealistisch decor, ongeloofwaardige personages – snel vergeten, deze roman. Maar gelukkig is Mooi doodliggen geschreven door Van der Heijden. Met zijn originele vergelijkingen en treffende beelden, en vooral zijn verbluffend associatief vermogen, waarin hij kleine details en grote mythologische verhalen vanzelfsprekend aan elkaar verbindt, weet hij wél diep in de ziel door te dringen van een journalist die iets unieks heeft meegemaakt: hoe het is om te doen alsof je bent vermoord. Dat zijn tenminste prachtige pagina's geworden.
(Eerder gepubliceerd in Ons Erfdeel)

dinsdag 6 augustus 2019

Immer-app lanceert volgende maand tweede pilot (Boekblad)

In januari lanceerde Niels 't Hooft de Immer-app waarmee hij het digitaal lezen wil verbeteren. Nu staat hij aan de vooravond van de lancering van een tweede pilot. Dit najaar zet hij de eerste stap naar commercialisering.

De app ging van start met slechts één titel: Goede mannen van Arnon Grunberg. 't Hooft kijkt er zeer tevreden op terug. 'Er was veel aandacht voor van de media, met name uit de techhoek: van Nu.nl-tech tot de techpodcast van NOS op 3, maar ook bijvoorbeeld van Dagblad van het Noorden en Viva. Ook maakte Apple het App van de dag. Het is gelukt een vrij algemeen publiek ermee te bereiken, die de app hoog waardeerden. Het gemiddeld rapportcijfer is een 8,5.'
Harde cijfers houdt 't Hooft voor zich. Maar: de conversie bleek hoog. 'Van de mensen die Immer in de appstore bekeken, heeft 54% hem ook gedownload. Normaal is dat ongeveer een kwart. En van de downloaders, die het eerste hoofdstuk gratis konden lezen, heeft 3% vervolgens de hele roman gekocht. Normaal doet 1 tot 2% in-appaankopen. En dat voor een product dat relatief duur is: 10,99 euro in de eerste weken, 12,99 euro daarna.'
Het belangrijkste was echter: de vernieuwende aspecten van Immer werden zeer gewaardeerd. Zo loopt de tekst van Goede Mannen niet eindeloos door, maar is hij opgeknipt in logische fragmenten zodat je steeds een afgerond stuk tekst op je scherm ziet. '83% van de gebruikers vond dat fijner lezer dan een gewoon e-boek. En tweederde vond het zelfs fijner lezen dan een papieren boek. Vooral dat laatste had ik niet verwacht.'
Ook de nieuwe manier om progressie te meten werd geapprecieerd – via drie ringen, die respectievelijk aangeven hoe ver je bent in het hoofdstuk, het deel en het boek. 'Wel minder unaniem', zegt 't Hooft. 'Het enige wat uiteenlopende meningen losmaakte, was de muziek. Je kan tijdens het lezen naar het Canto Ostinato van Simeon ten Holt luisteren. Sommigen vinden dat tof, anderen lezen liever in stilte of zetten hun eigen muziek op.'
Op 5 september – als alles volgens plan gaat – lanceert 't Hooft een tweede pilot. Dat is een afzonderlijke app, omdat deze anders door alle bijbehorende muziek te zwaar wordt. Deze keer draait het om 't Hoofts eigen novelle Lotus – die tegelijk in het Nederlands en Engels uitkomt. 'Dat is het project waarmee het eigenlijk allemaal mee begon en waarvoor ik subsidie heb gekregen van het Nederlands Letterenfonds en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.'
In deze app past 't Hooft meer vernieuwingen toe. 'Er zit bijvoorbeeld animaties in die bij het verhaal horen. De overgangen tussen de acht hoofdstukken zijn anders: met een bloem die zich blad voor blad uitvouwt. Er wordt meer gedaan met achtergrondkleuren. En de achtergrondmuziek is geen bestaand stuk, maar een game-achtig audiolandschap, waarbij de muziek afhankelijk van waar je bent in het verhaal verandert, aanzwelt en wegzakt.'
De volgende stap is een app waarin de gebruiker een zeer groot aanbod aan titels kan vinden, zodat hij functioneert als online boekhandel. 't Hooft: 'Daarvoor willen we ook de ervaring rondom het lezen verbeteren. Denk aan: hoe kies je een boek uit het aanbod? Hoe begin je vervolgens met lezen? Hoe hou je bij hoe ver je bent in verschillende boeken? Wanneer kies ervoor om een boek uit te lezen of hem terzijde te leggen?'
Ook dit traject begint met een pilot – 'van tientallen tot honderd boeken'. Daarvoor heeft 't Hooft content nodig. Hij wil daarvoor samenwerken met een klein aantal uitgeverijen. En natuurlijk: geld. 't Hooft werkt aan een pitch deck, waarmee hij durfinvesteerders hoopt te interesseren. 'In die fase zoek ik angel investors, die heel vroeg instappen. Ik overweeg dit te combineren met een aantal subsidie-aanvragen.'
Het streven is om deze pilot volgend jaar te lanceren.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 1 aug)

zondag 4 augustus 2019

Interview Emile Op de Coul van uitgeverij Condor over zijn grootste hit: Dog Man (Boekblad)

Condor zette zichzelf vorig jaar op de kaart door een mini-boekje van haar eerste uitgave via Donald Duck te verspreiden: Dog Man van Dav Pilkey. Deze week herhaalde de jongste uitgeverij van WPG Kindermedia deze grote marketingactie. En Dog Man is inmiddels echt een succes, vertelt uitgever Emile Op de Coul.

Hoe was je week?
'Het was een week waarin we met mooie nieuwe plannen en boeken bezig waren, maar vooral uitkeken naar het verschijnen van de nieuwe Donald Duck. De gehele oplage van 210.000 exemplaren bevatte – voor de tweede keer – een mini-boekje met een preview van het nieuwe Dog Man-boek. Zo'n marketingactie, uitzonderlijk groot voor een individuele titel, staat maanden in de planning. Dan is het bijzonder als het eindelijk zo ver is.'

Geen last gehad van de hitte?
'Nee hoor. Ik reis met de trein, daar was het nog het warmst. Op Amsterdam Amstel zag ik ook mensen massaal schuilen in de restauratie om te profiteren van de airco daar. Maar op kantoor is het lekker koel. Het is eerder een reden om langer hier te blijven.'

Je hebt elke avond tot tien uur overgewerkt – en zo de kosten van de airco terugbetaald?
Ironisch: 'Zeker.'

Terug naar Donald Duck. Waarom heeft Condor vorig jaar dit medium gebruikt om met een mini-boekje een toen nog volslagen onbekende serie te promoten?
'Een uitgeverij richt zich vooral op de boekhandel. Die moet een titel opmerken, goed inkopen, er aandacht in de winkel aan besteden. Maar we wilden in dit geval graag ook de kinderen zelf bereiken. Wat werkt dan beter dan een voorproefje in het populairste kinderblad?'

Condor moest zo groot aanpakken om een plek te veroveren in de overvolle graphic novel-markt voor middle grade lezers?
'Inderdaad. Er is heel veel naast de succesvolle series zoals Leven van een loser en De Boomhut in x verdiepingen. Dan moet je meer doen dan alleen een boek uitbrengen. Een dergelijke actie helpt om je te onderscheiden. En met succes: we zagen vorig jaar direct na verschijnen van het mini-boekje een piek in verkoop en naamsbekendheid. We merken ook dat kinderen die op bezoek zijn bij de uitgeverij, Dog Man na Dolfje Weerwolfje en De Gorgels het best herkennen. En dat voor een personage waarvan pas sinds juni 2018 boeken verkrijgbaar zijn. Heel erg leuk om te merken.'

Is de piek hoog genoeg om de investering te rechtvaardigen?
'Wij denken van wel. Er zijn van drie verschenen delen bij elkaar inmiddels ruim 30.000 exemplaren verkocht. En de potentie is groot als je kijkt naar het succes elders. In Pilkeys thuisland Amerika kende het laatste deel – deel 6, dat afgelopen december uitkwam – een startoplage van 5 miljoen exemplaren. Een astronomisch aantal. Maar ook buiten Amerika slaat het aan, waar de oorspronkelijke uitgever Scholastic veel moeite voor doet.'

Maar de Bestseller 60 haalde Dog Man nog niet.
'Nee, maar het derde deel haalde wel de top 10 kinderboeken: in week 25 stond het op nummer 10. En als ik daarentegen naar de GfK-cijfers kijk, blijkt dat  Dog Man en de gekloonde kat de afgelopen weken steevast bij de tien best verkochte kinderboeken hoorde.'

Een nieuw mini-boekje in Donald Duck moet het laatste zetje geven?
'Hopelijk! We hebben het mini-boekje voor het derde deel dit keer bewust niet direct na de release verspreid. We wilden eerst zien wat Dog Man en de gekloonde kat op eigen kracht kon. Heel veel, zo bleek. We moesten voorafgaand aan de actie met het mini-boekje twee drukkers inschakelen voor een herdruk om de voorraad op peil te houden. Ik ben benieuwd naar het effect de komende weken.'

Hoe kon het dan eigenlijk dat een nieuwe uitgeverij de rechten op Dog Man wist te verwerven?
'In dit geval was het een voordeel dat Condor onderdeel is van WPG Kindermedia – nog altijd marktleider in Nederland. En soms is het een kwestie van timing. Toen ik naar de rechten informeerde, nu een kleine twee jaar geleden, was Dog Man net bezig groot te worden.'

Is de markt voor graphic novels nog niet verzadigd?
'Integendeel, die blijft groeien. Zeker internationaal, waar bijvoorbeeld naast Scholastic – die al de aparte imprint Graphix heeft voor auteurs als Dav Pilkey en Reina Telgemeier – ook Random House en HarperCollins een nieuw imprint voor dit genre beginnen. Het genre was altijd al populair bij kinderen die niet veel lezen. Nu er ook kleur bij komt, geldt dat nog meer. Dog Man is geheel in kleur, Leven van een loser en De Boomhut in x verdiepingen niet. Daar zit nog veel potentie.'

Graphic novels in kleur is over, zeg, vijf jaar de norm?
'Dat denk ik niet. Maar als je kijkt naar de veranderingen in de beeldcultuur en in hoe kinderen met hun vrije tijd omgaan, maakt kleur een boek erg toegankelijk voor kinderen. Dus als kleur iets toevoegt aan een boek en het past bij de stijl, heeft dat absoluut meerwaarde.'

Hoe gaat het, los van Dog Man, met uitgeverij Condor?
'Erg goed. Ik vond het al een eer om het fonds van VI Kids, waaruit Condor is voortgekomen, te mogen verbreden tot een volwaardig kinderboekenfonds. Maar als je dan ook nog dankzij Dog Man en een aantal andere succesjes de wind mee hebt, is het heel fijn werken. We kunnen en mogen heel veel dingen doen.'

Andere succesjes?
'Dat zit vooral in de erkenning. Dog Man zat bij de laatste drie van de Kinderjury. Dromen van succes van Barbara Barend en Marlies van Cleeff won de Hotze de Roos-prijs. Dat betekent heel veel voor een nieuwe uitgeverij. Ook beleven we veel plezier aan series als Wombat & Vos van Terry Denton en de serie waar we dit najaar mee beginnen: Hilda van Stephen Davies, op basis van de gelijknamige strip van Luke Pearson. Ook die gaan we groots in de markt zetten.'

Directeur Dineke Kuijpers zei in januari al dat Condor 'de verwachtingen overtreft'.
'Inderdaad. We hebben de gestelde verkoopdoelen vorig jaar overtroffen, en ook dit jaar zitten we boven begroting. Dog Man springt er uiteraard uit, maar ook in de breedte lukt het om een plekje in de toch volle markt te veroveren.'

Wat ga je vandaag doen?
'We gaan woensdag op vakantie. Daar ga ik me vandaag op voorbereiden: tassen inpakken, de dakkoffers op de auto schroeven, vakantieboeken uitzoeken. Ik neem in ieder geval de thriller Buiten bereik van Iris Boter mee. Ik heb haar ontmoet tijdens een etentje na de Kinderjury, ik ben er zeer benieuwd naar. Het gaat over een zoon die op vakantie gaat met zijn vader, maar alleen terugkomt. Toepasselijk ook, om in de vakantie te lezen – al hoop ik dat na onze vakantie iederéén thuis komt.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 28 jul)

vrijdag 2 augustus 2019

Interview: Felicitas von Lovenberg over de verantwoordelijkheid van het boekenvak voor leesbevordering (Boekblad/Boekenpost)

Ook een uitgeverij heeft de verantwoordelijkheid om lezen te promoten, vindt Felicitas von Lovenberg. De Duitse uitgeefster schreef Lezen in tijden van Netflixom argumenten aan te dragen in de strijd tegen ontlezing.

Felicitas von Lovenberg koestert geen illusies. De uitgeefdirecteur van Piper Verlag weet ook wel dat een boek over het belang van lezen alleen wordt gelezen door mensen die daar toch al van zijn overtuigd. Toch is het volgens haar belangrijker dan ooit om Lezen in tijden van Netflix te publiceren. 'Het is goed om onszelf eraan te herinneren waarom we lezen, zodat we daar gewapend met argumenten met anderen vaker over kunnen praten.'
In het eerste deel van haar boek, dat vorige maand in Nederlandse vertaling verscheen en de aanleiding was voor een debat tijdens Bookstore Day in boekhandel Broese (Utrecht), somt ze alle goede redenen op. Lezen is goed voor je gezondheid. Lezen stimuleert je kritisch vermogen. Lezen heft je eenzaamheid op. Enzovoort. In de andere twee delen geeft ze enkele persoonlijke bespiegelingen op vragen als waar te lezen, of je moet kiezen voor papier of digitaal, en waarom het bezit van een eigen bibliotheek zo'n genot geeft.
'De oorspronkelijke titel in het Duits is Gebrauchsanweisung fürs Lesen ('Gebruiksaanwijzing voor het lezen'), vertelt ze aan de telefoon vanuit München. 'Dat komt omdat het onderdeel is van een serie waarvan de delen allemaal zo heten. Deze serie van Piper bestond vorig jaar veertig jaar. We wilden voor het jubileum een bijzonder deel brengen. Toen ik dit idee kreeg, besefte ik onmiddellijk hoe noodzakelijk het is dit boek te maken. Juist in deze tijd.'

Want ook in Duitsland is de ontlezing enorm. Een jaar geleden presenteerde de overkoepelende branchevereniging Börsenverein des Deutschen Buchhandels daarover een rapport met de veelzeggende titel Boekenkopers – Quo vadis?. Daaruit bleek dat het percentage Duitsers dat A-boeken kocht, was gedaald van 54% van de bevolking in 2012 naar 41% in 2017. Anders gezegd: de boekhandel verloor in zes jaar tijd 7,3 miljoen klanten.
'Iedereen wist wat de olifant in de kamer was', zegt Von Lovenberg. 'Iedereen heeft er namelijk ervaringen mee. Ik ook. Een jaar of acht geleden was het nog heel normaal om tijdens diners te praten over boeken en naar huis te gaan met ideeën voor wat je nu wilde gaan lezen. Nu praat men alleen over tv-series, politiek, opera's. Ook al zit je met z'n tienen aan tafel: het gaat niet over boeken. Door de studie kon iedereen opeens de olifant zíén.'
De studie zette daarom een proces in gang om het boek terug op de kaart te zetten – een proces waar Von Lovenbergs boek in zekere zin onderdeel van is. 'Van het ontwikkelen van digitale hulpmiddelen om mensen te helpen bij het vinden van hun volgende boeken tot het aanboren van nieuwe doelgroepen door boekhandels, er werd opeens van alles in gang gezet door uitgeverijen, boekhandels en de branchevereniging', prijst zij de spirit in het vak.
Met succes. In 2018 groeide het aantal boekenkopers met 300.000 mensen, een stijging van 1%. 'Al heeft dat ook te maken met een groeiend besef bij mensen dat, zoals Zadie Smith schreef, sociale media meer kapot heeft gemaakt aan de cultuur dan in de eeuwen daarvoor is opgebouwd. Steeds meer mensen beseffen dat ze een bevredigender leven leiden als ze hun telefoon op z'n minst een paar uur per dag terzijde leggen en opnieuw een boek pakken.'

Von Lovenberg wil het boek terugbrengen als cultureel kompas door aan te sluiten bij de hedendaagse zoektocht van zelfverbetering. 'Er is zoveel aandacht voor het verbeteren van je gezondheid, fitheid, levensverwachting en meer. Waarom niet laten zien dat boeken hetzelfde doen – wat nog maar een paar jaar uit onderzoek bekend is? Zodat mensen eerst na de sportschool gaan voor hun fysieke gezondheid en daarna een boek pakken voor hen geestelijke gezondheid.'
Er is ook kritiek op die redenering denkbaar, zoals in Nederland Arie Storm die uit in zijn pas verschenen essay Het horrortheater van de Nederlandse literatuur. Hij verzet zich hierin tegen leesbevorderaars als CPNB en Stichting Lezen omdat ze in zijn ogen zo ver op de knieën gaan om mensen aan het boek te krijgen, dat de aandacht voor literatuur als kunstvorm erdoor verdwijnt. En als het niet meer uitmaakt wat men leest, is de literatuur ten dode opgeschreven.
'Dat geluid ken ik in Duitsland ook', reageert de uitgeefster, die tot 2016 zelf criticus bij de Frankfurter Allgemeine Zeitung was. 'Vooral journalisten maken dit punt. Maar als we massaal lezers verliezen, waarom zouden we dan roepen: je mag geen thrillers lezen, je moet van poëzie genieten? Velen die toch al moeite hebben in hun gefragmenteerde levens om tijd te vinden een boek ter hand te nemen, moet je niet wegjagen met een oordeel over die boeken.'
Beter dan te wijzen op de zeggingskracht en schoonheid van poëzie, kun je mensen overtuigen een boek te proberen door uit te leggen dat lezen helpt ter voorkoming van depressies. 'Dat zal hen eerder over de streep trekken om toch dat boek te pakken – ook al is het een thriller. En als een paar mensen die daarom de gewoonte oppikken vervolgens ook de diepte en het plezier van poëzie ontdekken, wat altijd een minderheid zal zijn, is dat meegenomen.'
Daar komt bij dat mensen veel meer dan vroeger bewust zijn van wat ze lezen op welk moment. 'Zoals je soms naar een restaurant met misschien wel een Michelin-ster gaat en soms gewoon een Frankfurter Bockwurst wil bij een kiosk. Zo wil men de ene keer een lekkere thriller, de andere keer een goed boek waar je moeite voor moet doen. Dat kiest iedere lezer helemaal zelf. Het idee dat er een bepaalde hiërarchie is waaraan je je hebt te houden, is verdwenen.'

Het belangrijkste vindt Von Lovenberg dan ook dat mensen het plezier van lezen (opnieuw) ontdekken. Dat begint al op school, dat niet te veel nadruk moet leggen op het analyseren van meesterwerken uit de canon die voor veel leerlingen nog te moeilijk zijn. Geef leerlingen de ruimte om hun eigen gang te gaan. 'Ik had zelf het geluk leraren te hebben gehad die mijn verbeelding en creativiteit stimuleerden. Dat heeft zo'n groot verschil gemaakt.'
Gelukkig ziet ze dat ook in Duitsland veranderen. Te beginnen op de school van haar zevenjarige zoon. 'Die is nog maar net begonnen met lezen. Hij heeft via school toegang gekregen tot Antolin: een computersysteem waarin duizenden boeken zijn opgenomen. Hij kan die lezen, daarna een quiz daarover doen, maar ook een eigen leesplank bijhouden. Hij vindt het geweldig. Dus ja, zo krijgt hij vanzelf gevoel en liefde voor het product boek.'
Maar ook uitgeverijen als Piper Verlag hebben een verantwoordelijkheid, vindt ze. Om te beginnen door hun werk goed te doen: geweldige boeken maken en daar een zo groot mogelijk publiek voor vinden. 'Dat klinkt vanzelfsprekender dan het is', legt ze uit. 'Boeken hebben bijvoorbeeld tegenwoordig maar een kort leven. Verkopen ze niet direct, dan verdwijnen ze na een paar maanden uit de winkel. Dus je moet veel beter dan vroeger uitkienen wanneer je een titel brengt.'
Daarnaast dienen uitgeverijen te experimenteren met de inhoud – om aansluiting te vinden bij de moderne consument. Als die door Netflix en digitale leesplatformen gewend raakt aan respectievelijk series en kortere teksten, moet je de mogelijkheden onderzoeken van serialization en shortform fiction. 'Alleen: niet om het experimenteren zelf. Je moet als uitgever brengen waar je zelf echt in gelooft, anders prikt de consument daar direct doorheen.'
Vervolgens heeft de uitgeverij de verplichting meer marketinginspanningen te doen dan voorheen. Niet alleen voor het eigen fonds. 'Zo hadden we in München, de stad met de hoogste concentratie uitgevers van Duitsland, een soort open deur-week. Zeven avonden op rij nodigde steeds één uitgeverij lezers uit om met hen kennis te maken. Van licentieverkopers tot omslagontwerpers: iedereen vertelde wat hij deed. Dat was erg leuk en succesvol, met zo'n honderd bezoekers per avond.'

Natuurlijk heeft Piper ook e-boek- en luisterboekversies van haar titels in de catalogus. Vooral luisterboeken promoten het lezen, denkt Von Lovenberg. 'Ze vergroten de mogelijkheden om te lezen. Je kunt immers luisteren tijdens het koken of autorijden. Voor het eerst in de geschiedenis kun je multitasken tijdens het lezen. En al is dat niet hetzelfde als lezen: als je naar Madame Bovary luistert, heb je wel degelijk dat verhaal meegekregen.'
Maar het sterkste argument voor het luisterboeken is: luisteraars zijn minder kritisch dan lezers. 'Vergelijk de online recensies van consumenten van de papieren versie en het luisterboek van dezelfde tekst. De eerste zijn altijd wat negatiever. Dat komt omdat lezen een grotere inspanning vereist. Je vraagt je daarom sneller af: is dit boek wel deze moeite waard? Maar door de positieve ervaring van het luisteren, ga je het ook sneller nog een keer doen.'
Of het e-boek een soortgelijke marktverbredende kracht heeft, betwijfelt ze. De keuze voor analoog of digitaal, schrijft ze in Lezen in tijden van Netflix, valt in het voordeel van de eerste uit. Wie van papier leest, begrijpt de tekst beter en onthoudt hem ook langer. Bij gebrek aan fysiek object, inclusief persoonlijke vingerafdruk vanwege de achtergelaten gebruikssporen als een vlek of ezelsoor, vervluchtigt de inhoud razendsnel. Wil je dan nog meer lezen?
'Bovendien blijkt dat kinderen die een eigen bibliotheek aanleggen, later ook lezers worden. Of een e-boekbibliotheek hetzelfde effect zal hebben, is moeilijk te zeggen. Maar het risico bestaat wel dat de huidige e-boeken, net als de VHS-banden van weleer, ooit onleesbaar worden. Nee, wat betreft is de gunstigste ontwikkeling van e-boeken dat uitgeverijen daardoor hun papieren uitgaven mooier zijn gaan maken. Zodat een eigen bibliotheek nog begeerlijker wordt.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad magazine, juni 2019 – en in Boekenpost)