vrijdag 17 juni 2016

Interview vertaalster Marlene Müller-Haas: Hopelijk geeft de Frankfurter Buchmesse dit jaar een impuls aan vertalers Nederlands-Duits (Boekblad)

Het Nederlands-Vlaamse gastlandschap op de Buchmesse van 1993 gaf een enorme impuls aan de vertaalcarrière van Marlene Müller-Haas. Het gastlandschap dit jaar kan hetzelfde betekenen – voor haar en een nieuwe generatie vertalers.

Het Vertalershuis in Amsterdam, vlak achter het Concertgebouw, is vertrouwd terrein voor Marlene Müller-Haas. ‘Sinds het begin in 1994 of 1995’, denkt de vertaalster Nederlands-Duits hardop, ‘heb ik ieder jaar wel een maand hier gezeten.’ Heeft ze daarom kamer 1 – met afstand de grootste van alle verblijven? Of is die voor de beste vertaler? ‘Ik geloof dat ze die aan oude of gehandicapte vertalers geven’, zegt ze met een gepijnigde blik van: ik ben verdorie al 67 jaar.De vertaalster van Thomas Rosenboom, Charlotte Mutsaers, Armando en vele anderen komt hier graag. Weg van alle verplichtingen in Berlijn kan ze rustig en geconcentreerd doorwerken. Maar niet alleen dat. Met auteurs die ze vertaalt, overlegt ze makkelijker. Ze krijgt in boekhandels een goed overzicht van wat er verschijnt in Nederland. Ze discussieert met collega’s die tegelijk in het Vertalershuis zitten. Ze haalt contacten aan met uitgevers. ‘Amsterdam is echt het centrum van de uitgeverij bij jullie. In Duitsland zijn uitgeverijen verspreid over het land en moet ik meer per mail en telefoon afhandelen.’
Deze maand werkt ze aan de Duitse versie van Ik kom terug van Adriaan van Dis – alweer het vijfde boek dat ze van hem doet. Het zal rond de Frankfurter Buchmesse verschijnen als Das verborgene Leben meiner Mutter. ‘Hij zat bij Hanser. Echt een literaire uitgeverij met allemaal Nobelprijswinnaars. Dit verschijnt bij een publieksuitgeverij: Droemer Knaur. Misschien krijgt Van Dis, ook door de commerciële trekkracht van de titel, dan eindelijk een bestseller. Het gebeurt me niet vaak dat mijn vertalingen bestsellers worden.’
De dag voor het interview heeft ze zich nog tweeëneenhalf uur met de Libris Literatuur-prijswinnaar over de vertaling gebogen. Heel prettig. ‘Van Dis beheerst het Duits niet perfect, maar ik kan hem wel duidelijk maken wat de mogelijkheden zijn. Hij vindt klank en ritme heel belangrijk. Ik zoek daarom oplossingen die ook voor hem goed klinken.’

De carrière van Müller-Haas loopt bijna synchroon met de opkomst van de Duitse belangstelling voor Nederlandse literatuur. Ze had na haar studies kunstgeschiedenis, Duits en Nederlands, waarvoor ze ook enige tijd in Amsterdam heeft gewoond, altijd vertaald. Maar: nooit professioneel. Het waren bijvoorbeeld teksten van professoren die langskwamen aan de Freie Universität Berlin waar ze werkte. Of gastschrijvers die naar dezelfde universiteit kwamen.
Pas rond de tijd dat Nederland en Vlaanderen, in 1993, gastland in Frankfurt waren, durfde ze het aan om de zekerheid van een vaste baan op te geven. ‘Helga van Beuningen [vertaalster van o.a. Nooteboom en Van der Heijden, md] moedigde me altijd aan te gaan vertalen, maar ik wilde graag een ordelijk bestaan met iedere maand mijn salaris. Tot ik werd gevraagd, als een van de vijf, om een proefvertaling te maken van Harry MulischDe toekomst van gisteren. Ik kreeg de opdracht. Daarna volgde Tralievader van Carl Friedman. Zo begon het te lopen.’
Door de enorme gretigheid naar alles wat uit Nederland kwam, was er werk genoeg. ‘Ik dacht: ik geef mezelf vijf jaar. Is het dan niet gelukt, dan ga ik wel in het volwassenonderwijs werken. Maar er waren altijd nieuwe boeken. Het is alleen jammer dat mijn vaste auteurs niet veel publiceren. De vertalers van bijvoorbeeld Arnon Grunberg en A.F.Th. van der Heijden zijn altijd verzekerd van nieuwe opdrachten. Ik weet niet altijd hoe het verder gaat.’

De winnares van de Else Otten Übersetzerpreis in 2002 voor Kirschenblut van Charlotte Mutsaers moet soms veel inspanningen verrichten om een titel die zij de moeite waard acht, onder te brengen bij een Duitse uitgeverij. Voor haar vertaling van de biografie van Helene Kröller-Müller door Eva Rovers heeft ze zelfs zelf allerlei fondsen moeten aanboren – inclusief privésponsor – om de uitgave mogelijk te maken. Het duurde vijf jaar voor Athena Verlag binnenkort de vertaling publiceert.
‘Uitgevers vinden plot vaak belangrijk’, zegt Müller-Haas. ‘Of als een boek een andere kijk op een thema heeft. Zo was Duitsland lang gefascineerd door de poldercultuur. Alles is in Nederland denk- en bespreekbaar. Zo heb ik een keer een non-fictieboek over euthanasie voor Mabuse Verlag kunnen doen. Nederlandse schrijvers zijn ook omgangstaliger. Dat is lastig in discussie met Duitse redacteuren, die de taal soms mooi glad willen maken. Maar juist Nederlandse non-fictie wordt door de losse omgang met taal toegankelijker dan Duitse. Dat maakt ze gewild.’
Het is prettig, vindt de vertaalster, dat het nieuwe gastlandschap van Nederland en Vlaanderen de belangstelling voor onze literatuur een nieuwe impuls geeft. Dat was zo langzamerhand nodig, het aantal vertalingen liep terug. Nu krijgt een volgende generatie een kans. ‘David van Reybrouck, Peter Terrin, Peter Verhelst, Yves Petry’, somt ze op – geen van allen auteurs van haar. ‘Ik heb wel lang aangedrongen om Petry te doen, maar juist De maagd Marino wilde ik niet. Te confronterend, die roman.’
Van haarzelf verschijnen dit jaar zes boeken in het Duits. ‘Vorig jaar maar een: Post voor mevrouw Bromley van Stefan Brijs. En nu is er opeens ruimte voor bijvoorbeeld IV van Arjen Lubach en de Kröller-Müllerbiografie. Twee boeken waar ik erg trots op ben. Maar het blijft afwachten hoe het na de Buchmesse verder gaat. Welke Nederlandstalige auteurs worden echt opgepikt in Duitsland? Zelf heb ik nog maar een nieuw project staan: een selectie van de brieven van Van Gogh.’
Dus om te zeggen: er zijn veel meer nieuwe vertalers Duits-Nederlands nodig? Nee. ‘Dankzij de zomercursussen van het Expretisecentrum Literair Vertalen zijn er de laatste jaren goede nieuwe vertalers bijgekomen. Zij krijgen dankzij de Frankfurter Buchmesse dit jaar kans om te laten zien wat ze kunnen. De beste daarvan zullen de nieuwe auteurs die aanslaan in Duitsland kunnen blijven doen.’

Sinds Müller-Haas toch voor het onzekere bestaan van vertaler koos, is de honorering iets verbeterd. ‘Maar zo goed als in Nederland is het niet, waar je vanaf het eerste exemplaar ook royalty krijgt. Je moet vooral over de honorering per bladzijde goed onderhandelen. Ik ben daar slecht in. Ik zit op het gemiddelde volgens de enquête van de Verband deutschsprachiger Übersetzer van 20 euro per bladzijde. Er zijn die meer krijgen. Al blijft het te weinig voor literarisch anspruchsvolle Bücher.
Subsidies zijn er nauwelijks. De VdÜ deelt beurzen uit, maar de kans dat een aanvraag wordt gehonoreerd is zo klein dat Müller-Haas er nooit meer één indient. ‘Dat kost me een week werk. Dan vertaal ik liever. Het geeft ook niet. Ik vertaal regelmatig teksten over kunst, voor catalogi en zo. Dat betaalt véél beter. Daarmee zit ik gemiddeld op een acceptabel inkomen. En zolang ik er plezier in blijf hebben – en dat wordt ook niet minder, omdat ik iedere keer zo veel bijleer – ga ik ermee door.’
Ze hoopt dan ook nog vaak naar het Vertalershuis te komen. Maar dan het liefst in kamer 5. ‘Voor het licht en de grotere rust. Vijf zit aan de achterkant.’

Zie ook:

donderdag 16 juni 2016

NUV pleit voor invoering van uitgeversrecht (Boekblad)

Het Nederlandse Uitgeversverbond (NUV) pleit voor invoering van een uitgeversrecht. Bestaande intellectuele eigendomsrechten bieden onvoldoende bescherming om investeringen te kunnen terugverdienen.

Het NUV schrijft dat in een brief aan eurocommissaris Günther Oettinger voor digitale economie en samenleving in het kader van een Europese consultatie over het auteursrechtstelsel. De brancheorganisatie pleit concreet voor invoering van een recht van uitgevers op billijke compensatie voor het kopiëren uit boeken en artikelen, en voor betere wettelijke mogelijkheden om piraterij te bestrijden.
Uitgevers verrichten belangrijke maatschappelijke en culturele taken, schrijft het NUV. Zij kunnen die alleen blijven uitvoeren als ze investeren in personele, financiële en technische middelen – en als die investeringen worden beschermd. Dat is nu onvoldoende het geval. Knipsel- en aggregatiediensten, die 'zelf geen bijdrage leveren aan de totstandkoming van content', parasiteren daarom op uitgeversinvesteringen.
'Dergelijke modellen gaan ten koste van de mogelijkheden van uitgevers om innovatieve en hoogwaardige producten en diensten te ontwikkelen', vervolgt het NUV. 'Meer rechtszekerheid ten aanzien van de reikwijdte van investeringsbescherming zorgt voor een eerlijke marktcompetitie en de mogelijkheid om meer te investeren in onderzoek en productontwikkeling.'
De positie van uitgevers is toch al kwetsbaar omdat ze afhankelijk zijn van het verkrijgen van rechten van oorspronkelijke makers – die zij zelden bezit, maar vrijwel altijd in licentie exploiteert. 'Doordat uitgevers veel samenwerken met de in totaal 50.000 freelancers die werkzaam zijn in de uitgeefsector, beschikken zij in veel gevallen niet over eigen wettelijke auteursrechtelijke beschermingsrechten.'
Het gebrek aan billijke compensatie voor kopiëren is daar in feite een voorbeeld van. Het Europese Hof van Justitie verklaarde onlangs, in de zaak van printerfabrikant HP tegen Vlaamse auteursrechtorganisatie Reprobel, dat alleen auteurs recht hebben op een dergelijke compensatie – omdat dát in de wet staat. Een Duitse rechter veroordeelde daarop uitgevers tot het terugbetalen van miljoenen euro's aan kopieervergoedingen.
'De uitspraken zullen vermoedelijk ook in Nederland grote gevolgen hebben voor de aanspraak op reprorechtvergoedingen door uitgevers', schrijft het NUV. '[Deze] rechtspraak miskent [echter] dat uitgevers een belangrijke bijdrage leveren aan de totstandkoming van werken en daarmee ook in de waarde daarvan. [...] Ook uitgevers worden geschaad in hun exploitatiemogelijkheden door [het maken van] kopieën.'
Daarnaast wil het NUV betere instrumenten om piraterij te kunnen bestrijden. De aanpak van illegale uploaders kost nu extra veel geld aan administratie en proceskosten omdat uitgevers zich alleen kunnen baseren op bestaande, niet zelden verouderde auteurscontracten. Als dan procesvolmachten niet volledig blijken te zijn afgedekt 'kan dat resulteren in forse proceskostenveroordelingen ten laste van de uitgever'.
Het NUV benadrukt wel dat invoering van uitgeversrechten niet ten koste mag gaan van huidige afspraken met auteurs en gebruikers. 'Bestaande auteursconctracten, waarin bijvoorbeeld afspraken worden gemaakt over de verdeling van opbrengsten en verlening of overdracht van rechten, blijven nu en in de toekomst van groot belang voor een succesvolle exploitatie van werken.'
Over het leenrecht voor e-boeken – een hot issue in het kader van de Europese herziening van het auteursrechtstelsel – schrijven de uitgevers niet. Of het moet de opmerking zijn dat invoering van het uitgeversrecht 'geen rechtvaardiging vormt voor verdere wijzigingen aan het auteursrechtstelsel'. Met andere woorden: e-boeken mogen niet onder het leenrecht vallen.
Bibliotheken willen dat leenrecht juist wel – om ook in het digitale tijdperk alle inwoners maximale toegang te kunnen geven tot informatie. De Vereniging van Openbare Bibliotheken heeft daarom een zaak tegen Stichting Leenrecht aangespannen om dat via jurisprudentie gedaan te krijgen. Een dezer dagen doet het Europees Hof van Justitie een eerste uitspraak daarover.
Ook is het ministerie van OCW onlangs een onderzoek gestart naar het functioneren van het leenrecht anno 2016. Naast het leenrecht voor e-boeken speelt hier onder meer ook de explosieve groei van het aantal schoolbibliotheken. Omdat die zijn uitgezonderd van de wettelijke verplichting tot het compenseren van auteurs, klagen auteurs over een forse daling van hun inkomsten uit het leenrecht.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 13 jun)

Zie ook:

woensdag 15 juni 2016

Publiek kapitaal. Crowdfunding in de uitgeverij (Inct)

voordekunst.nl
Crowdfunding heeft een grote vlucht genomen. Uitgeefprojecten lijken daar weinig van te profiteren. Zijn ze niet geschikt voor deze manier van financieren? Natuurlijk wel. Het is alleen zaak je zo goed mogelijk te verdiepen in de eisen die crowdfunding stelt.

Altijd al in bad willen lezen zonder bang te zijn dat het boek nat wordt? Sinds oktober biedt Bibliobath daarom waterbestendige leesboeken: serieuze literatuur van Mark Twain, W.B. Yeats, William Shakespeare en Sun Zi. De verhalen van Twain zijn het goedkoopst (18,99 euro), The Art of War van Sun Zi, alleen in een limited edition uitgebracht, is het duurst (29,99 euro).
Bibliobath is gelanceerd dankzij crowdfunding. De initiatiefnemers – de Nederlander Jasper Jansen en zijn Chinese vriendin Wing Weng – maken er geen geheim van. 'Funded with Kickstarter', staat er goed zichtbaar op de homepage. In juni 2015 haalde Bibliobath via dit Amerikaanse platform 10.521 euro op. 262 'Backers' doneerden een bescheiden bedrag in ruil voor 1 of meer waterdichte boeken.

Hoe uitzonderlijk is het verhaal van Bibliobath? Crowdfunding heeft de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. In 2015 haalden meer dan 3500 succesvolle gecrowdfunde projecten bij elkaar 128 miljoen euro op. Dat was het vierde jaar op rij dat dit bedrag verdubbelde. Logisch dus dat het aantal platforms razendsnel groeit. Een platform als Voordekunst, opgericht in november 2010, geldt al als een oudje.
Toch lijken er weinig uitgeefprojecten te vinden zijn op deze platforms. Alles wordt gecrowdfund: boekhandels (meerdere oud-Polarewinkels), een tweedehands e-boekplatform (Tom Kabinet), literaire prijzen (J.M. Biesheuvelprijs), boekverfilmingen (Wiplala), restauratie voor oude boeken en zelfs een boete voor illegaal uploaden. Al bleek dat laatste illegaal. Maar uitgeefprojecten? Spaarzaam.
Nog niet zo heel lang geleden leek crowdfunding een belangrijke nieuwe bron van inkomsten te worden – zeker voor de algemene boekenmarkt. Het befaamde TenPages zou deze wereld opschudden. Auteurs konden fans verleiden geld te doneren met een fragment van hun boek. Als ze voldoende geld hadden ingezameld zou een reguliere uitgeverij het professioneel op de markt brengen.
(Wordt vervolgd in Inct, juni 2016)

Zie ook:

maandag 13 juni 2016

En of de whatsapper de regels van het Nederlands kent (Taalunie:Bericht)

Een gemiddeld whatsappbericht van een jongere zou je niet de indruk geven dat ze enig benul van grammatica hebben. Toch is dat het geval, blijkt uit nieuw onderzoek.

Wat is dat voor taal waarmee scholieren elkaar whatsappen? Hoooooj, de film is nu eg fat mja ben wieder weg kom strx nog trug mzzzzzl (hoi, de film is erg goed maar ik ben weg, ik kom straks terug, de mazzel). Ik heb twee pwen deze week, fml (ik heb twee proefwerken deze week, fuck my life). Ha ha, lmfao (ha ha, laughing my fucking ass off). Is dat nog wel Nederlands?
De kromme zinnen lijken het vooral begrijpelijk te maken dat de middelbare school zoveel laaggeletterden aflevert. De berichten hebben nauwelijks hoofdletters en leestekens, zodat je amper weet waar de ene zin eindigt en de volgende begint. De spelling is een fonetische weergave van de uitspraak en dus uitsluitend per ongeluk correct. En dan is de helft van de tekst soms ook nog Engels.
Het is logisch dat het gebruik van textese – zoals de taal van whatsapp en andere moderne sociale media in academische kringen wordt genoemd – tot zorg leidt, vindt ook taalkundige Elma Blom, verbonden aan de Universiteit Utrecht. 'Je trekt al snel de voorbarige conclusie dat iemand die zulke whatsappberichten stuurt ook een matige taalkennis en taalvaardigheid heeft.'

Voorbarig, ja. Want de zorg is niet terecht. De vele onderzoeken die wereldwijd zijn uitgevoerd naar het verband tussen textese en spel- en leesvaardigheid laten in 'grote meerderheid' duidelijk 'een positief verband' zien, vertelt Blom. Met andere woorden: hoe meer textisms een jongere in zijn digitale communicatie hanteert, hoe béter zijn score in spel- en lees- en schrijftests.
Blom voegde daar recent een onderzoek aan toe naar de grammaticakennis van de whatsapper, waar nog weinig bekend over is. Ook uit deze studie onder een groep 10- tot 13-jarigen, onlangs gepubliceerd in PLOSone, bleek een significant positief verband. Hoe meer woorden een whatsapper weglaat in zijn berichten, hoe beter hij scoort op grammaticatoetsen.
Samen met haar collega’s analyseerde Blom de whatsappberichten van kinderen aan de hand van hun antwoorden die de kinderen stuurden op een berichtje vol textisms, hun reacties in bepaalde scenario’s en door privéberichtjes te verzamelen. De grammaticakennis werd getest door lange zinnen voor te lezen die de proefpersonen moesten herhalen. Omdat de zinnen te lang waren om te onthouden is kennis van zinsstructuur nodig.
'Het is alleen de vraag wat precies het verband is', zegt Blom. 'Wij gaan ervan uit dat een kind dat hele dag whatsapp-berichten stuurt, actief met taal bezig is. Hij laat niet willekeurig woorden weg. Hij beslist voortdurend wélke woorden hij weglaat. Om die keuzes te kunnen maken heb je kennis van grammatica nodig. Op die manier werkt het schrijven van berichten als een training.'
Maar het kan ook andersom werken: Iemand die de grammaticaregels goed onder de knie heeft is beter in staat woorden in zijn whatsappcommunicatie weg te laten. Blom: ‘Het is eigenlijk een kip-en-ei situatie. Er is meer onderzoek nodig. Maar het is niet eenvoudig om te bepalen of whatsapptraining zorgt voor een betere grammaticakennis, of dat een betere grammaticakennis zorgt voor meer textese. Misschien gaat het hand-in-hand.’

Blijft de vraag: waarom passen kinderen in whatsapp hun grammaticakennis niet toe als ze die wel degelijk bezitten? Dat volgt uit de aard van het communicatiemiddel, legt Blom uit. Whatsapp is een geschreven variant van een gesprek. Whatsappers willen op elkaar reageren als in een conversatie. Snelheid is daarom belangrijker dan correct taalgebruik. 'Daar komen al die reducties uit voort.'
Dat betekent dat functiewoorden verdwijnen die niets bijdragen aan de betekenis, maar een zin wel grammaticaal maken. Denk aan: lidwoorden, voegwoorden, persoonlijke voornaamwoorden. De snelheid verklaart ook alle afkortingen in het Engels – een taal die zich beter dan het Nederlands leent voor het creëren van textisms. En omdat een whatsapp-conversatie een gesprek moet zijn, vertegenwoordigen letterherhalingen, rijen uitroeptekens en emoticons het non-verbale aspect.
Whatsapp is daarmee niet anders dan weer een manier om taal in te zetten – zonder dat je conclusies kunt trekken over de kwaliteit van de taal. Zie alleen al het verschil tussen whatsapp en sms. Blom: 'In een sms paste een beperkt aantal tekens. Een bericht versturen was ook duur. Dus je wilde zo veel mogelijk informatie in een bericht stoppen. Daaraan zie je hoe dynamisch en flexibel taal zich laat gebruiken.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 7 jun)

zondag 12 juni 2016

Aantal bibliotheekleden zal groeien met Nationale Bibliotheekpas (Boekblad)

Het aantal bibliotheekleden gaat de komende jaren groeien. Dat kan niet anders getuige een enquête onder niet-leden over hun behoefte aan een Nationale Bibliotheekpas.

Maar liefst een op de drie niet-leden overweegt lid te worden van de bibliotheek als de sector een landelijke bibliotheekpas invoert, blijkt uit een representatieve steekproef van 1063 Nederlanders uitgevoerd door Ipsos. Dat liet de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) trots weten in een persbericht. Wanneer bibliotheekleden overal van alle bibliotheekdiensten, inclusief het e-boekaanbod op Bibliotheek.nl, gebruik kan maken, is afhankelijk van zijn lokale bibliotheek, vertelt woordvoerder Francien van Bohemen.
Vooral jongere en hoogopgeleide niet-leden overwegen lid te worden als ze een landelijke bibliotheekpas kunnen krijgen – 42 % respectievelijk 44 % neemt 'zeker' of 'waarschijnlijk' de stap. Van de bestaande leden is 43 % meer geneigd het lidmaatschap te verlengen. Een meerderheid van 54 % wilde toch al lid blijven, terwijl 3 % hoe dan ook wil opzeggen. Als belangrijk voordeel van de pas geldt de mogelijkheid boeken in een andere bibliotheek terug te brengen dan waar deze zijn geleend. Zeven op 10 Nederlanders is het daarmee eens.
De bibliotheeksector besloot al jaren geleden een landelijke bibliotheekpas in te voeren. Omdat de openbare bibliotheken niet allemaal dezelfde automatiseringsystemen en abonnementsmodellen gebruiken duurt het veel langer dan destijds gedacht om de pas daadwerkelijk beschikbaar te stellen. Wel is in januari eindelijk begonnen met een eerste proef. Sindsdien hebben 916 'gastleners' een pas waarmee ze in andere bibliotheken materialen kunnen lezen. Deze materialen moeten wel in dezelfde bibliotheek worden teruggebracht. Hun eerste ervaringen zijn positief.
Er komt geen grote landelijke launch van de Nationale Bibliotheekpas, vertelt Van Bohemen. De reden hiervan is dat iedere lokale bibliotheek zelf bepaalt wanneer hij wordt aangesloten op het landelijke netwerk. De bibliotheek moet eerst zijn systemen op orde brengen, wat weer afhankelijk is van zijn leverancier, en kan dan besluiten de eigen pas te upgraden tot landelijke pas. Een klant moet daarom in de nabije toekomst zelf achterhalen of zijn gewenste gastbibliotheek is aangesloten op het landelijke netwerk.
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 7 jun)



zaterdag 11 juni 2016

De schrijver volgens Paul Verhoeven

Een scène uit Elle, de nieuwe film van Paul Verhoeven. Richard Casamayou, een schrijver, vertelt zijn ex (hoofdpersoon Michèle Leblanc) dat de affaire met Hélène voorbij is. Waarom? Hij had in bed gevraagd wat ze zijn beste boek vond. Toen noemde Hélène iets met 'populier' in de titel. Van ene Pierre Casamayou. Hij wist niet dat er nog een schrijver was met dezelfde achternaam, zei Richard. Hij schijnt nog getalenteerd te zijn ook, voegde hij eraan toe.
Het is misschien een cliché: de schrijver die zo ijdel is dat hij meteen de relatie verbreekt als zijn liefje zijn werk zó slecht kent. Maar omdat Verhoeven het ingetogen brengt, moest ik er toch om lachen. Ik vond het sowieso een goede, intrigerende film.

vrijdag 10 juni 2016

FF offline, deel 10 van 'Leven van een loser', krijgt nog hogere startoplage (Boekblad)

Het succes van Jeff Kinneys Leven van een loser wordt alleen maar groter. Deel 10 FF offline, dat morgen uitkomt, heeft weer een hogere startoplage van deel 9 Gedumpt.

'De serie is onverminderd populair', zegt uitgever Joris van de Leur van De Fontein, die niet zegt wat de startoplage van FF offline precies is. 'Met name de nieuwe delen gaan als een speer: we moeten ieder deel sneller herdrukken. Alleen de verkoop van de eerste delen stagneert, maar dat komt omdat we van deel 1 inmiddels tussen de tweehonderd- en driehonderdduizend exemplaren hebben verkocht. Bij elkaar zitten we al over de anderhalf miljoen exemplaren.'
Feitelijk hoeft De Fontein voor de marketing van FF offline dan ook niet meer te doen dan laten weten dat het is verschenen – wat onder andere gebeurt met een tv-campagne op NPO3. 'Het is dat we het zelf zo spannend vinden om iedere keer iets nieuws te bedenken. Zeker nu het een jubileum is. We maken daarbij dankbaar gebruik van de best practices uit Amerika en Duitsland waar dit deel is gepubliceerd. Een partypakket voor de boekhandel met slingers, ballonnen en wat niet al komt uit Duitsland. Ook hergebruiken we materiaal als trailers en persberichten.'
Wat Van de Leur betreft kan het succes nog jaren aanhouden. 'Het concept is echt nog niet uitgewerkt. Anekdotisch, met veel beeld, korte avonturen van één mislukking die een korte concentratiespanne vergen – dat vinden met name jongentjes van een jaar of tien met leesvrees of kinderen met dyslexie gewéldig. Zij herkennen zich in de antiheld Bram Botermans. En dan moet je de humor van Jeff Kinney niet vergeten. Ik heb hem nu een paar keer ontmoet: dat zit echt in hem. Dat zie je ook heel goed in hoe hij met kinderen omgaat.'
Bijzonder is dat De Fontein niet alleen hét succesnummer in dit genre heeft, maar ook alle spinoffs: wel zeven series in totaal, inclusief Dagboek van een muts en Niek de Groot. Ook die verkopen uitstekend. Zelfs van een minder bekende serie als De loserlijst zijn al meer dan 20.000 exemplaren verkocht, blijkens de zomercatalogus van De Fontein. Normaal heeft één uitgeverij de megaklappervan het niveau E.L. James, zoals Prometheus een paar jaar geleden, en pikt de concurrentie vervolgens een graantje mee. Erotische series van Sylvia Day enLucinda Carrington zaten bij andere uitgeverijen.
'Dat is te danken aan mijn slimheid', zegt Van de Leur. 'Sorry dat dat een beetje aanmatigend klinkt. Maar toen ik Wimpy Kid leerde kennen waren er al signalen uit Amerika en Duitsland dat het heel groot ging worden. Het deed me ook denken aan Pudding Tarzan van Ole Lund Kirkegard. Toen ik in de jaren tachtig voor de klas was dat ook razendpopulair bij precies dezelfde jongens. Dus ik ben naar New York gegaan en heb de uitgevers daar gevraagd: wat gaan jullie doen om in te spelen op het succes van deze serie. Ik kocht toen gelijk Dagboek van een Muts en Niek de Groot.'
Een gok waar De Fontein bijzonder veel profijt van heeft. Van de Leur ontkent het niet: 'We eten hier goed van, absoluut. You changed my career, zei ik ooit tegen Kinney. Waarna iemand van Abrams, de oorspronkelijke Amerikaanse uitgever, die erbij stond. zei: You changed our entire company. Maar het belangrijkste blijft voor mij dat die jongens met leesvrees eindelijk iets hebben dat ze echt leuk vinden en zo een eerste stap kunnen zetten in hun leesontwikkeling. Een serie die toch lezers van hen maakt.'
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 7 jun)


Zie ook:

donderdag 9 juni 2016

15-jarige uitgeverij DaVinci expandeert naar Brazilië (Boekblad)

Vijftien jaar nadat Liesbet van Oosten educatieve uitgeverij DaVinci oprichtte, introduceert het bedrijf haar producten voor het basisonderwijs op de Braziliaanse markt. De stap over de grens markeert een nieuwe stap in de expansie van de laatste jaren.

Van Oosten startte DaVinci in 2001 omdat reguliere uitgeverijen geen interesse hadden in de methode wereldverkenning die zij – destijds juf en student Pedagogische Wetenschappen en Onderwijskunde – voor haar eigen klas had ontwikkeld. De kern daarvan is dat het zaakvakken voor het primair onderwijs combineert in thema's. Toen een andere school haar vroeg of ze deze methode ook konden gebruiken, benaderde ze uitgeverijen. Deze wilden echter vasthouden aan traditionele werkboekjes per vak. 'Dat doen ze nog steeds, ook in digitale leeromgevingen,' zegt Van Oosten.
'Stel het thema is Egypte', legt ze haar methode uit. 'Dat is niet alleen geschiedenis. Dan gaat het ook over piramiden bouwen: techniek. Over de woestijn: aardrijkskunde. Over dieren en planten daar: biologie. Over de gedachte achter piramides: levensbeschouwing. Zo haken alle kinderen aan, omdat ieder kind wel in een aspect ervan is geïnteresseerd. De juf besteedt dan een uur per week aan het vak en kan de vrijgekomen tijd gebruiken voor individuele vragen van leerlingen. Zij werken die vragen uit met een werkstuk. Dat hoeft niet geschreven te zijn, maar kan bijvoorbeeld ook een moderne piramide zijn.'
Lang verkocht Van Oosten haar methode aan een beperkt aantal scholen. Ze wilde alleen eigenlijk alleen leveren aan scholen die goed onderwijs bieden, zoals in haar ogen de Montessorischolen, die al vakoverstijgend werkten – níet de gemiddelde school die heel klassiek de leerstof naar inhoud in aparte vakken verdeelden. 'Ik was eigenwijs', zegt ze. 'Gelukkig werken tegenwoordig steeds meer scholen vakoverstijgend.'  Ook associeerde ze grote bedrijven met managers die hun zakken vullen over de rug van hun werknemers. DaVinci kon beter een klein bedrijf blijven.
Pas toen Van Oosten het 'persoonlijk inzicht' kreeg dat je een groter bedrijf helemaal niet op die manier hóéft te leiden, vertelt ze, ontstond ruimte voor expansie. Tegen die tijd gebruikte driekwart van de Montessorischolen haar methode. 'Er was altijd al vraag vanuit andere scholen. Wij hebben toen een variant van de methode voor alle scholen gemaakt. Daar kwamen veel christelijke scholen op af. Hen raadde ik de methode af, er staat zoveel oerknal en dino in. Daarop heb ik met een pastoor, dominee en later rabbijn en imam een christelijke variant gemaakt.'
De methode wereldverkenning voor groep 1 tot en met 8 is verrijkt met talrijke additionele leermaterialen, zoals tijdlijnen en overzichten (van bijvoorbeeld het dierenrijk of de geschiedenis van Nederland). Ook is er een digitale leeromgeving, waar de methode is verrijkt met rekenlessen en lessen computational thinking (denk aan programmeren en mediawijsheid). En nog is de expansie lang niet klaar. De methode is vanaf volgend jaar uitgebreid met lessen taal. Daarnaast geeft de in 2014 gestarte De DaVinci Academie trainingen aan juffen en meesters.
Dankzij het World Trade Center in Hengelo zet DaVinci nu ook de stap naar Brazilië. 'Ik moest eerst lachen dat Hengelo een WTC kreeg. Is dat dan de wereldstad tussen Londen en Berlijn? Maar de directeur die ik toevallig leerde kennen, stimuleerde me om te kijken wat de internationale mogelijkheden zijn. Omdat een juf uit een klein Latijns-Amerikaans land de methode ooit wilde hebben, keek ik naar dat continent. Zo leerde ik iemand van het WTC in Brazilië kennen die van onze methode was gecharmeerd omdat het een van de weinige is die 21st Century skills erin heeft verwerkt.'
Na een verkennende reis in maart hakte Van Oosten de knoop door. 'Brazilië kent dure privéscholen waar ouders tot 4000 euro per maand voor betalen. Toch hangt daar niets in de muur. Daarom brengen we nu eerst additionele producten op de markt. We hebben al een lokale drukker en marketing & salesbedrijf. Daarvoor is geen toestemming van de overheid voor nodig. Als dat goed gaat en we er ook al wat geld verdienen, vragen we de toestemming aan om ook boeken uit te brengen. Dat is een lang traject. In oktober reizen we er weer heen.'
De internationale expansie is een mooie kroon op het derde lustrum. DaVinci viert dat 22 september met een groot feest voor klanten en zakenrelaties in Amsterdam. 'Er komen inspirerende sprekers en gekke, kleine optredens. Een beetje Parade-achtig', zegt Van Oosten. Maar eigenlijk is het feest al het hele jaar aan de gang. 'We geven ook feesten op scholen met wie wij wat bijzonders hebben gedaan. Het gaat immers om de klanten. Een van onze motto's is niet voor niets: Help de juf. Zorg dat die in haar kracht staat, goede materialen en competenties heeft, dan komt het met kind ook goed. Dat is trouwens ook iets waar we leerkrachten in Brazilië mee kunnen helpen.'
(Eerder gepubliceerd in Boekblad, 6 jun)