dinsdag 14 augustus 2012

Jan Willem Anker, 'Een beschaafde man' (BOEK)


Iedere tegenslag trotseerde hij
Lord Elgin? Die naam doet wereldwijd een belletje rinkelen. Hij was de man die het Parthenon op de Akropolis van Athene stripte van zijn mooiste beeldhouwwerken. Tweehonderd jaar na dato zijn het de topstukken van het British Museum die de meeste bezoekers trekken. Nog altijd halen de Elgin marbles de krant als Griekenland weer een poging doet zijn kunstschatten terug te krijgen.
Thomas Bruce, de zevende graaf van Elgin, zal blij zijn met deze postume roem, mag je afleiden uit de roman Een beschaafde man die Jan-Willem Anker schreef over zijn leven. Geboren in een verarmde adellijke familie en al vroeg wees geworden, zon hij van jongsaf aan op een mogelijkheid om zijn naam te vestigen. Toen hij ambassadeur werd in Constantinopel zag hij zijn kans schoon.
De Britse kunst vooruit helpen door de hoogtepunten van de Griekse beschaving naar Londen te brengen, was niet eens zijn eigen idee. En ook de beslissing om geen genoegen te nemen met kopieën, werd hem ingefluisterd. Maar toen hij de stap zette, hield hij hardnekkig aan zijn droom vast. Een geamputeerde neus. Schulden. Een scheiding. Buitenlandse aanbiedingen. Iedere tegenslag trotseerde hij.
Anker heeft de tragiek van dit leven in zijn toegankelijk geschreven roman haarscherp vastgelegd. Je kan bijna niet geloven dat het een debuutroman is, zo doelgericht heeft hij de cruciale gebeurtenissen in een zinvol verband gebracht zonder dat ooit het geraamte van het verhaal door het proza heen schemert. Alleen zou hij iets minder oubollige gezegden van het type ‘alles liep op rolletjes’ mogen gebruiken.

Jan-Willem AnkerEen beschaafde man (366 p.) – De Arbeiderspers, € 21,95, ISBN 978 90 295 8322 0
(Eerder gepubliceerd in BOEK 4, 2012)

Meer historische romans:

maandag 13 augustus 2012

Boekhandel Wever begint internetboekhandel voor Friese boeken (Boekblad)


Boekhandel Wever in Franeker start half september met de internetboekhandels Frieseboekhandel.nl en Fryskeboekhannel.nl. Op deze sites zijn alle boeken in het Fries en boeken over Friesland bij elkaar gebracht.

Initiatiefnemer Peter Wever vindt de gespecialiseerde webshop net zo voor de hand liggend als het klinkt. Toch kwam de internetboekhandel voor Friese boeken er nooit omdat het stuk liep op de distributie. ‘Veel kleine uitgeverijen doen alles zelf. Bellen zelf als er een nieuwe titel uitkomt, brengen dat zelf langs. Boekverkopers moesten vrij veel moeite doen om een compleet overzicht te krijgen, waardoor de voorraad Friese boeken in Friese boekhandels nooit optimaal waren.’ Ook de pogingen van alle betrokken partijen om er gezamenlijk iets aan te doen werkte averechts. ‘Er was geen gesloten front.’
Wever heeft nu zelf initiatief genomen om een volledig assortiment op een coherente manier aan te bieden. Hij selecteert uit het CB-bestand op NUR en trefwoorden de relevante titels. Daarnaast heeft hij samenwerkingsverbanden gesloten met alle Friese uitgeverijen die niet via CB leveren. Een grote als Stichting Afûk, die de Friese taal en Friesland promoot, die een up to date databestand levert en bestellingen dagelijks zelf afhandelt. En talrijke kleine uitgeverijen, die een deel van hun voorraad bij Wever in het magazijn leggen.
Een harde commerciële doelstelling heeft Wever niet. ‘Wij zijn naast twee duidelijk aan onze winkels in Harlingen en Franeker gelieerde sites, die gebruik maken van het Intres-model, internetboekhandel.nl begonnen. Met een eigen systeem, eigen dedicated server, eigen betalingsmogelijkheden, noem maar op. Dat systeem zetten we nu in voor Frieseboekhandel.nl – en binnenkort voor een aantal andere webwinkels. We hoeven dus geen tonnen te investeren. We gaan nu kijken hoe groot de behoefte hieraan is en over een jaar trekken we conclusies. Er zullen ook wel copycats komen, maar dat geeft niet, omdat er ook een ideële doelstelling achter zit.’
Frieseboekhandel.nl en Fryskeboekhannel.nl zijn al online, maar dat is alleen om geïnteresseerden een beeld te geven van de site. Pas half september, bij de start van de Maand van het Friese boek, moeten de sites volwaardig operationeel zijn. Zo zijn er tegen die tijd e-boeken op de webwinkel te vinden. En dan gaat Wever ook ‘op de trom slaan’, onder meer met een radiospotje op Omrop Fryslân en de start van een verhalenwedstrijd. Ieder ingestuurd Friese verhaal voor de wedstrijd zal ook als epub-bestand te koop worden aangeboden.
Een speciale doelgroep die Wever hoopt te bereiken zijn Friezen buiten Friesland. ‘Ook zij vinden nu voor het eerst alle boeken bij een site met een voor de hand liggende naam bij elkaar.’ In reguliere boekhandels elders in Nederland staan geen Friestalige boeken. Online via Bol zijn alleen die titels te krijgen die via CB worden gedistribueerd, legt Wever uit. ‘En wie uit het buitenland bijvoorbeeld Afûk mailt, moet maar afwachten of die het naar, zeg, Canada wil sturen. Wij zijn volledig geoutilleerd om alles te versturen naar de hele wereld.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 10 aug 2012)

zondag 12 augustus 2012

Des romans français: Eric Fottorino, 'Le dos crawlé'


De belevingswereld van een jongetje van dertien jaar, daar verplaatst Eric Fottorino zich in in Le dos crawlé. Een riskante onderneming van de oud-hoofdredacteur en -directeur van Le Monde en Prix Femina-winnaar (voor Baisers de cinéma, 2007). Want een jongetje kan denken dat hij van Lisa houdt, maar denkt hij echt: Sa mère elle m’obsède mais je l’aime pas. Of denken volwassenen dat hij zo denkt? Maakt het wat uit? Fottorino lijkt die aanname te weerspreken.
Kent een kind de betekenis van geobsedeerd zijn? Maakt hij het onderscheid tussen liefde en seksuele obsessie? Volgens mij vermoedt de schrijver slechts dat een kind zo doet en denkt. Toch is dat niet storend of ongeloofwaardig. Het lukt Fottorino consequent in de huid te kruipen van een baasje dat de wereld van de liefde aftast, fantaseert over verre reizen, zijn ontluikende seksuele gevoelens een plek probeert te geven, soms misschien in wat volwassen bewoordingen, dan weer echt als een kind.
Marin verblijft gedurende de zomervakantie aan de Atlantische kust bij zijn oom Abel. De dagen zijn lang en warm en hij slijt ze voornamelijk aan het strand, bij voorkeur in het bijzijn van Lisa, een meisje van tien op wie hij verliefd is. Met grote regelmaat wordt Lisa voor de deur bij oom Abel afgezet door haar vader of moeder, die niet eens de moeite nemen om uit te stappen, maar direct weer verder rijden. Vaak blijft ze logeren en wordt ze pas dagen later weer opgehaald. Marin worstelt met zijn verliefdheid voor Lisa en zijn fascinatie voor Lisa’s moeder, die een decennium eerder de plaatselijke missverkiezing won.

Comme je l’aime Lisa. Et comme je peine à lui dire. Mais quand je ferme les yeux pour penser à elle c’est sa mère que je vois en cuisses dorées de 1964 et elles se ressemblent si fort qu’on croirait une pomme coupée en deux.

Tegelijkertijd krijgt hij stukje bij beetje te horen hoe onsympathiek en zelfs gemeen Lisa’s moeder tegen haar dochter kan zijn.

Elle dit que je salis la glace quand je me regarde dedans.

Marin kan niet veel meer dan luisteren en er een relativerende draai aan geven wanneer Lisa huilend van woede en verdriet het bovenstaand nader toelicht.

Tout à l’heure la mer était très loin. Le sable était sec sous nos pieds. On entendait à peine les vagues. Maintenant on est presque dans l’eau. Le chagrin de Lisa a inondé la plage. Des enfants jouent. Des enfants comme nous mais on est plus des enfants moi et Lisa.

Fottorino beschrijft zeer realistisch de langzame kindertijd uit de jaren zeventig, de jaren dat hij zelf tiener was. Op knappe wijze lukt het hem de onbezonnen jeugdjaren van Marin hier en daar te perforeren met elementen uit het leven van volwassenen, en te laten zien hoe een kind dat op z’n eigen manier verwerkt.
Net als aan een lange trage vakantie komt ook aan het boek plotseling een einde, door een op het eerste gezicht onverwachte ontknoping die later toch her en der bleek aangekondigd. En ook dat is knap gedaan door Fottorino.

Sur les vagues après les bouées deux baigneurs glissaient dans le soleil. Le bras tendus ils nageaient le dos crawlé. Moi et Lisa on les buvait des yeux et on les aurait regardés toute la vie.
(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl)

zaterdag 11 augustus 2012

Boekenmusea: Tijl Uilenspiegel, held van velen (Knack)


Aflevering 6. Het Tijl Uilenspiegelmuseum belicht de literaire held vanuit alle invalshoeken. Dus ook de extreem rechtse.

Kinderen kunnen hun lol op in het Tijl Uilenspiegelmuseum in Damme. Een lachspiegel laat hen zien hoe de held uit de Middeleeuwse volksverhalen de mens naar zichzelf wil laten kijken. Op zolder kunnen ze moderne kinderboeken lezen die op Tijls avonturen zijn gebaseerd. En zich laten fotograferen als de schelm in een van zijn beroemdste streken: het verhaal waarin Tijl achterop bij zijn vader op een paard zit en iedereen zijn achterste laat zien. Omdat iedereen hem daarom naroept, toont hij zijn vader hoe hij onterecht wordt uitgescholden.
De voor een letterkundig museum ongewone aandacht voor kinderen is niet het enige opvallende pluspunt. Het Tijl Uilenspiegelmuseum is een voorbeeldig museum. Het geeft aandacht aan alle aspecten van het archetypische personage: de ontstaansgeschiedenis, de historische context, de drukgeschiedenis, de twee belangrijkste schrijvers Hermann Bote en Charles De Coster, verwante auteurs en de vele manieren waarop Tijl is geclaimd. Het laat originele uitgaven zien en moderne verbeeldingen van de verhalen. Er zijn video’s te zien en spelletjes te spelen. En dat alles aantrekkelijk en hedendaags vormgegeven.
Behalve volledig is het museum ook eerlijk. Zoals sommige biografen hun held soms te veel vereren, doen ook musea gewijd aan één persoon of personage dat. Maar het Tijl Uilenspiegelmuseum heeft er geen enkele moeite mee te erkennen dat de werkelijke nar niet in Damme is begraven, zoals men eeuwenlang dacht. Evenmin verbloemt het dat de belangrijkste impuls voor het voortbestaan van de Tijl-mythe tegenwoordig een commerciële is. Precies zoals in Damme gebeurt: hoeveel kroegen en restaurants zetten Lamme Goedzak of Nele niet in om toeristen te lokken?
De grootste groep bezoekers zijn allicht de liefhebbers van oude boeken, die toch al in groten getale naar het boekendorp boven Brugge trekken. Het museum bezit veel mooie exemplaren. Fragmenten uit een vijftiende eeuwse uitgave. Een Deense editie waaraan de vertaler eigen verhalen heeft toegevoegd. Een bewerking van Neerlands’ beroemdste kinderboekenschrijver J.C. Kievit. En natuurlijk de zogeheten Valse Broer Jansz-uitgave uit 1628, waarin Tijl Uilenspiegel voor het eerst een Dammenaar heet te zijn.
De meeste aandacht gaat naar de beroemdste Belgische bewerking van Tijl Uilenspiegel: de in het Frans geschreven roman van Charles De Coster, waarvan het museum veel documenten toont. In zijn La Légende et les Aventures héroïques, joyeuses et glorieuses d'Ulenspiegel et de Lamme Goedzak au pays de Flandres et ailleurs – zoals de officiële titel luidde in 1867 – veranderde de schelm in een vrijheidstrijder tegen onrecht en verdrukking ten tijde van de Spaanse overheersing. In kleine kring was zijn werk een sensatie, maar de grote doorbraak kwam pas na zijn dood in 1879.
Voor een breder publiek is de uitgebreide collectie, soms hoogst curieuze Uilenspiegeliana minstens zo interessant. Nadat De Coster van Tijl dé Vlaamse held bij uitstek maakte, probeerde iedere politieke stroming hem voor hun karretje te spannen. Zo werd Tijl communist, flamingant, nationaal socialist en – bij Hugo Claus’ bewerking uit 1965 – nihilist, die het failliet van de moderne waarden aankondigt. Een satirisch tijdschrift in DDR, met een oplage van 600.000 exemplaren, heette naar de schelm, maar het blad van de jonge nationaal socialist net zo goed.
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 10 aug 2012)

vrijdag 10 augustus 2012

Guus Bauer brengt boek met augmented reality-omslag (Boekblad)


Guus Bauer presenteert op Manuscripta zijn novellebundel Dichter en Bauer met een augmented reality-omslag. De kopers van het boek kunnen interactief dwalen op de zolder van de auteur.

Het omslag van Dichter en Bauer is gebaseerd op het schilderij Der arme Poet van Carl Spitzweg uit 1839. Het laat Bauer zelf zien op zijn bed met een slaapmuts op en een laptop op schoot, temidden van zijn spullen: boeken, een racefiets, een trommel enzovoort. Wie het boek koopt, kan met zijn smartphone, iPad of webcam de marker scannen en deze wereld betreden. Het is dan mogelijk om op zijn laptop interviews te lezen die Bauer zelf af heeft genomen, en recensies en manuscripten te openen. Mogelijk kan men ook Bauer heen en weer laten lopen en op zijn trommeltje laten slaan – de exacte functionaliteiten staan nog niet vast.
Een vriend van Bauer die een jaar geleden een 3D-studio is begonnen, heeft de zolder van Spitzweg nagebouwd, de auteur gescand en hem in de afbeelding aan het werk gezet. ‘Dan worden er duizenden opnamen van je gemaakt,’ zegt Bauer. ‘Doordat het omslag driedimensionaal is, is het mogelijk om alles vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Nadien is de zolder driedimensionaal uitgeprint: als een moderne kijkdoos. Met hulp van onder meer een in Frankrijk wonende Nederlander, betrokken bij The Matrix, is een animatie gemaakt. Alles bij elkaar zou dat tienduizenden euro’s hebben gekost, maar voor mij hebben ze dat gratis gedaan. Ik ben betrokken bij een innovatieteam. Ik schrijf teksten voor hen, zij hebben dit project aangepakt als testcase en gebruiken dat weer om er opdrachten mee binnen te halen.’
Het omslag – volgens Bauer ‘zou het zomaar een wereldprimeur kunnen zijn’ – trekt veel belangstelling, vertelt hij. Toen CPNB-directeur Eppo van Nispen, zelf door zijn tv-verleden bekend met augmented reality, ervan hoorde, vroeg hij hem gelijk om Dichter en Bauer op Manuscripta te presenteren. Verschillende tv-programma’s hebben de auteur uitgenodigd om er in de week na Manuscripta over te praten. ‘En daarna ga ik boekhandels in het land af. Ik heb ook een proef laten zien in boekhandel Scriptum in Schiedam voor zo’n 100 mensen: 92 hebben erop ingetekend. Dat is wel bittersweet. Bitter omdat ze niets van de inhoud weten, het gaat hen om de gimmick. En toch ook sweet omdat het er zoveel zijn.’
Dichter en Bauer dat 62 dubbele pagina’s telt en bij Hoogland & van Klaveren verschijnt, bevat twee novellen of in de woorden van de auteur: ‘zwerfverhalen’. ‘De grap is dat ik dat combineer met de allermodernste technieken. Voor mij is het ook een sleutelboekje. Ik heb er teksten uit mijn oude boeken in verwerkt en verwijzingen naar een aantal nieuwe romans, waaronder Het geheim van Treurwegen dat eind dit jaar verschijnt bij Signatuur. Ook heb ik titels verwerkt van zo’n tweehonderd van de rond de twaalfhonderd interviews met schrijvers die ik inmiddels heb gemaakt.’
Bauer is van plan dezelfde augmented reality-techniek te gebruiken voor Het geheim van Treurwegen. ‘Dat speelt in de Eerste Wereldoorlog. Ik heb daar allerlei materiaal van, zoals een originele kopie van het verdrag van Versailles. Dat kun je dan laten zien.’ Moet Bauer dan wel betalen? ‘Misschien wel, dat weet ik nog niet.’
(Eerder gepubliceerd op Boekblad.nl, 10 aug 2012)

maandag 6 augustus 2012

Bibliotheek Midden-Brabant distribueert schoolboeken (Bibliotheekblad)

Nu het schoolboekenseizoen weer begint dit verhaal. Sinds twee jaar distribueert Bibliotheek Midden-Brabant de schoolboeken voor ongeveer 5000 leerlingen in Tilburg en omgeving. Het eerste jaar was wennen, het tweede jaar was succesvol. ‘Het idee dat we met z’n allen iets nieuws gaan doen, zorgt voor veel dynamiek in de organisatie’. Projectleider Inge van Dongen legt uit.

Lange rijen jongeren achter de balie van de bibliotheek Tilburg Centrum op een filmpje van Omroep Brabant. En veel gemopper. Vroeger kregen de duizenden leerlingen van het Theresialyceum en scholengemeenschap 2College hun schoolboeken thuis bezorgd en nu moesten ze helemaal naar een filiaal van Bibliotheek Midden-Brabant, in de rij staan, zeulen met zo’n zware doos op de fiets. Of, wanneer je met de auto kwam, extra kosten maken voor het parkeren.
‘Dat was vorig jaar toen we voor het eerst de distributie van schoolboeken deden’, zegt projectleider Inge van Dongen. ‘En ouders waren nog kritischer dan leerlingen. Toen vreesde ik echt voor imagoschade voor de bibliotheek. Maar deze zomer was het gemopper aanzienlijk minder. De scholen hebben goed uitgelegd waarom ze geld besparen door boeken niet thuis te sturen, dat steken ze liever in het onderwijs. En wij hebben de dienstverlening op veel punten verbeterd.’

Het idee om schoolboeken te gaan distribueren ontstond bij de toenmalig sectordirecteur publieke dienstverlening Saskia Leferink van de Bibliotheek Midden-Brabant. Zij hoorde dat de middelbare scholen door de invoering van gratis schoolboeken leermiddelen moesten aanbesteden. Het Theresialyceum vroeg zich af: moeten we ingekochte boeken dan ook laten verdelen door de leverancier, het weer zelf doen of het uitbesteden aan een derde partij. De bibliotheek rook direct een kans.
‘Wat is immers het verschil tussen het gewone bibliotheekwerk en schoolboekdistributie,’ zegt Van Dongen. ‘Je bestelt boeken, verwerkt ze, labelt ze en in plaats van in de kast leg je ze in een doos, waarna je ze - voor een heel schooljaar - uitleent. We weten inmiddels wel dat het niet zo simpel is: het distributieproces is veel omvangrijker en moet in een korte periode plaatsvinden. Maar het werk sluit wél heel goed aan. Zo is kennis van boeken van groot belang. Die is hier zeker aanwezig.’
De strategische voordelen zijn duidelijk. ‘Voor de bibliotheek was het een mogelijkheid om de samenwerking met scholen te intensiveren. Ook konden we middelbare scholieren – van oudsher een moeilijke doelgroep – binnenhalen. In ieder geval twee keer per jaar, als ze hun oude boeken brengen en als ze hun nieuwe ophalen. En de helft die nog geen lid was, is dat nu wel door de gecombineerde bibliotheek- en schoolpas. Ook laten we onze opdrachtgever zien dat we ondernemend zijn.’
Bovendien kon de bibliotheek een goedkopere prijs per pakket rekenen dan Iddink, de bestaande schoolboekendistributeur van de betrokken scholen – al wil Van Dongen niet zeggen welke prijs. ‘Het goedkopere zit hem vooral in het feit dat wij tussen de herfstvakantie en half april eigenlijk geen kosten hebben. Alleen een helpdeskfunctie voor leerlingen van wie de tas is gestolen of die van profiel wisselen. Iddink moet het hele jaar een distributiecentrum en personeel betalen.’
Daarbij heeft de bibliotheek geen winstoogmerk. ‘De winst zit hem in het behoud van de uren van medewerkers die door afnemend gebruik van de bibliotheek minder te doen hebben gekregen, of – in de backoffice – door verschuiving in de dienstverlening, bijvoorbeeld door meer kant en klare levering van materialen. Voorlopig heeft het ook vooral geld gekost, bijvoorbeeld door investeringen in bijvoorbeeld de aanpassingen van de ict-systemen. De scholen hebben hier wel financieel aan bijgedragen.’

In het eerste jaar gebruikte de bibliotheek de aula van het 2College Durendael in Oisterwijk als distributiecentrum. Vakantiekrachten, zo veel mogelijk van de scholen zelf, verdeelden de 120.000 boeken – toen nog nieuw ingekocht bij Iddink – over de dozen. ‘Het was vooral prettig dat zij de schoolboeken kennen en daarom over het algemeen fouten snel signaleren. Zo van: dit boek kan niet voor die klas zijn bedoeld. En omdat zij dit jaar ook bij het uitdelen hielpen, konden ze vragen goed beantwoorden.’
In het tweede jaar huurde de bibliotheek van 1 juni tot eind september een eigen ruimte: een leegstaande supermarkt vlakbij de vestiging Tilburg Centrum, waar 135.562 materialen zijn verwerkt (waarvan 73.622 nieuw) voor in totaal 4855 pakketten. ‘Het nadeel van de aula was dat we er maar zo kort in konden. Zes weken. Nu konden we vóór het inleveren van de oude boeken al de nieuwe boeken laten komen, van RFID-chips voorzien, enzovoort. We konden het werk beter spreiden. Vorig jaar moesten we ook ‘s avonds werken.’
Het is maar één van de verbeteringen. Zo zijn er niet langer aparte interne en externe projectgroepen, maar is er één projectgroep zodat de scholen meer participeren. Ook is helderder gemaakt wie wat wanneer doet. De scholen moeten begin februari de bestellijsten aanleveren. De bibliotheek controleert en bestelt alles, zodat ze het overzicht houdt – de meeste werkboeken krijgen ieder jaar een nieuw ISBN, waardoor die niet altijd goed in de databases van scholen en leverancier staan.
‘Het eerste jaar was de foutmarge redelijk hoog. In de eerste week kregen we direct een mailbox vol vragen en klachten. Nu waren het in totaal maar zo’n stuk of zeventig. Uiteindelijk was 98 procent van de boeken geleverd in de eerste week van het schooljaar – ruim boven het door ons gestelde doel van 95 procent gebleven. Wel meldde 15 procent van de leerling een verkeerd, ontbrekend of beschadigd boek. De helft van het eerste jaar, maar dat moet nog drastisch omlaag. Gelukkig kunnen we nu beter zien bij wie de fout ligt: de school, wij of de leerling, en dus gerichter verbeteringen doorvoeren.’
Ook de leerling is medeverantwoordelijk gemaakt. Hij moet bij het ophalen zijn doos controleren, zodat ze direct aan de bel kunnen trekken als een boek ontbreekt of verkeerd is ingepakt. ‘Leerlingen zijn anders zo makkelijk. Dat ze in december opeens zeggen: dit boek heb ik nog niet. Ook laten we hen nu meer gespreid over de week komen. Vorig jaar wilden we de nadruk leggen op de ruime openingstijden van de bibliotheek en lieten hen daarom vrij. Maar daardoor kreeg je te veel pieken.’

Bijna alle afdelingen van de Bibliotheek Midden-Brabant zijn bij het schoolboekenproject betrokken. Van de front-office die leerlingen in de bibliotheek ontvangt en het schema coördineert van welk leerjaar op welke dag kan komen, tot VUBIS-specialisten, de afdelingen ict en marketing & communicatie. ‘Ook zaten een aantal mensen met bibliotheekervaring in de commissie die de verschillende plan van aanpak vaststellen’, zegt Van Dongen.
Voor een deel konden de medewerkers het extra werk doen binnen bestaande uren. ‘Maar niet alles natuurlijk. Ict kan niet zomaar 80 uur extra inplannen. Maar dan had het wel op een andere manier synergievoordeel. Je gaat niet voor zo’n korte periode aparte computers aanschaffen, maar ict weet wel wanneer welke hardware aan vervanging toe is en kan de aanschaf daarvan iets naar voren halen. Dat is het voordeel als je zo’n grote organisatie hebt.’
Minstens zo belangrijk als de financiële voordelen is het effect op de organisatie, vindt Van Dongen: ‘Het idee dat we met z’n allen iets nieuws gaan doen, zorgt voor veel dynamiek in de organisatie. Iedereen wordt geprikkeld om nieuwe dingen te bedenken. Ook voor bijvoorbeeld de front-office, die nog wat meer gestimuleerd moet worden om ieder bezoek van een leerling als een kans te zien om hem actief te benaderen. Want iedere keer als een leerling een nalevering moet ophalen, komt hij weer bij ons.’

Het schoolboekenproject met het Theresialyceum en 2College loopt vier jaar. Tegen die tijd moet het zo’n succes zijn, hoopt Van Dongen, dat alle betrokkenen door willen gaan. Voor de bibliotheek heeft het in ieder geval al wat opgeleverd. De samenwerking ís intensiever: zo loopt er nu een mediawijsheidproject met het Theresialyceum. En de betrokken middelbare scholieren gebruiken de bibliotheek meer – al heeft de bibliotheek daar nog geen concrete cijfers over.
Ook tijdens hun verblijf in de verschillende bibliotheekvestigingen probeerde de bibliotheek de leerlingen te verleiden. Het eerste jaar vooral met thematafels – ook voor ouders die met hun kinderen mee kwamen. Dit jaar was er een chilllounge, waar ze konden wachten of hun pakketten konden controleren, een twitterfountain, een quiz (ook via twitter) en een wedstrijd voor wie zijn oude pasje inleverde. ‘Er werd zo veel getwitterd dat schoolboeken zelfs even trending topic was.’
Van Dongen zelf wil nu nog een handleiding schrijven voor andere bibliotheken die ook schoolboeken willen distribueren. Daarna draagt ze de leiding van het project over aan een interne medewerker van de Bibliotheek Midden-Brabant. ‘Sommige bibliotheken vragen zich misschien af of het nog wel zin heeft gezien de digitalisering van het onderwijs. Maar dat gaat echt niet zo snel. Ik denk dat deze vorm van dienstverlening nog zeker tien jaar nodig is.’
Bibliotheek Midden-Brabant hoopt de distributie de komende jaren verder te verbeteren en dan te groeien –  het liefst naar alle leerlingen in het werkgebied. Dat zou een vervierdubbeling zijn naar circa 20.000 pakketten. ‘Scholen uit andere  regio’s verwijzen we door naar bibliotheken in hun gebied. Maar niet iedere bibliotheek is even groot. Niet alle specialisaties zijn van oudsher aanwezig bij collega-bibliotheken. In dat geval is er over samenwerking natuurlijk te praten.’

(Eerder gepubliceerd in Bibliotheekblad 2, 2012)

zaterdag 4 augustus 2012

Boekenmusea: Filip De Pillecyn was meer flamingant dan schrijver (Knack)


Aflevering 5. Wie zijn favoriete schrijver een museum gunt, moet het ook goed doen. Luk Buyle deed dat zeker voor Filip De Pillecyn.

Een privémuseum – dan verwacht je niet dít. Dan heeft iemand in een hoekje van zijn huis een paar kasten vrijgemaakt om zijn collectie paperassen, foto’s en relikwieën te tonen. Vooruit, laat het een hele kamer zijn als de eigenaar veel spullen heeft verzameld. Maar als Luk Buyle voorgaat naar de ruimte waar het Documentatiecentrum Filip De Pillecyn & Edward Poppe is gevestigd – de schrijver en de later zalig verklaarde priester die in Hamme klasgenoten waren – kom je terecht in een goed uitgeruste, moderne museumruimte. Perfect licht, aangenaam klimaat en bij iedere vitrine een flat screen waarop dia’s en video’s in een loop zijn te zien.
De 68-jarige Buyle houdt zich al zijn hele leven bezig met de auteur van Monsieur Harwarden, Soldaat Johan en Mensen achter de dijk. In 1966 was hij lid van het comité dat het monument voor Filip De Pillecyn oprichtte bij de monding van de Durme in de Schelde. Pas nadat hij twee jaar geleden zijn vijf fabrieken heeft overgedaan aan zijn zoon, stortte hij zich energiek op zijn grote stadsgenoot. Hij voltooide de lijvige Filip De Pillecynkalender die Fernand Van de Velde was begonnen en bracht veel materiaal bij elkaar voor dit museum, onder meer van De Pillecyns dochter. Omdat hij geen personeel wil aannemen, is bezichtiging alleen mogelijk op afspraak.
Het is goed mogelijk dat Buyle alle parafernalia bezit van de flamingant, die de IJzerbedevaart mee oprichtte en na de Tweede Wereldoorlog tot vijf jaar gevangenis werd veroordeeld wegens collaboratie. Er is zo veel. En tijdens de rondleiding zegt hij voortdurend dingen als: Ik heb alle 186 brieven die hij aan zijn vriend Leo De Nayer stuurde. Of: De Pillecyn schreef tussen 1918 en 1936 honderden artikelen in Ons volk Ontwaakt – ik heb ze allemaal. Aan het eind laat hij ook, als om te bewijzen, de afgesloten boekenkasten zien waarin al die brieven en journalistieke artikelen naast De Pillecyns officiële oeuvre worden bewaard.
Die rondleiding is geen overbodige luxe. Bij iedere vitrine hangt een bord waarop die periode uit het leven van de schrijver wordt samengevat. Alle geëxposeerde voorwerpen zijn voorzien van een minimale toelichting. Maar wie weinig bekend is met de hoogte- en dieptepunten in De Pillecyns bestaan en de geschiedenis van de Vlaamse beweging, verliest gauw het overzicht. Vermoedelijk geldt dat voor de meeste mensen. De Pillecyn is geen veelgelezen auteur meer. Sterker: er is al jaren vrijwel niets meer van dit jaar de vijftig jaar geleden overleden schrijver te krijgen. Alleen antiquarisch. Of online: via de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren is zijn verzameld werk integraal te lezen.
Onbedoeld wekt het Filip De Pillecynmuseum ook het idee dat het schrijven maar bijzaak was. De nadruk van de strikt chronologische presentatie ligt op zijn inzet voor de Vlaamse strijd. De Pillecyns Vlaamse leeuw is er te zien. Een originele ets van Joe English. Vlugschriften tegen de eerste repressie na de Eerste Wereldoorlog. Exemplaren van de VNV-krant Volk en staat. De aandacht voor het literaire werk steekt daar maar bekaaid bij af. Slechts een enkel exemplaar ligt in de vitrines. Alleen voor Mensen achter de dijk, over het armoedige Hamme van de schrijvers jeugd, heeft Buyle een uitzondering gemaakt. Dat boek heeft een ereplaats gekregen aan het begin van het privémuseum.
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 3 aug 2012)

Eerdere afleveringen zijn hier te vinden.

vrijdag 3 augustus 2012

Johan Faber - 'Wende' (BOEK)


Alles draait om de informatie
De vrouw die de jonge Peter Hemel in 1989 in beweging zet heet Wende. De val van de Muur en de ineenstorting van het communisme in hetzelfde jaar, de gebeurtenissen die centraal staan in de debuutroman van Johan Faber, wordt in het Duits die Wende genoemd.
Een roman waarin de personages zulke veelbetekenende namen hebben, lees je met scepsis. Legt de auteur het er niet te dik bovenop? Zeker als het niet blijft bij Hemel en Wende. De allemansvriend en politicus heet Lodewijk Vriend. De kille minnares van Hemel heet Tanja Staal.
In het eerste deel verdient Faber het voordeel van de twijfel. Met een aangenaam prikkelende stijl zet hij op een vlotte manier een intrigerend plot op. Als Wende na twintig jaar opnieuw in het leven van Hemel komt, wordt hij al snel onder druk gezet door haar broer Lodewijk, die inmiddels minister is.
Maar dan komt de onvermijdelijke flashback. Hoe leerde Hemel Wolf kennen, van wie Wende een kind heeft? Wat is er in 1989 gebeurd toen Hemel politieke en culturele filosofie ging studeren aan een nog altijd door marxistische theorieën gedomineerde faculteit?
Faber gebruikt een mooie vorm: de handeling wordt onderbroken met fragmenten uit een brief waarin hij op die handelingen reflecteert. Maar hij maakt twee fouten. Op de cliffhanger volgen te saaie herinneringen. En hij houdt te veel van wat nog moet komen ongewis. Dat is funest voor de interesse van de lezer.
Als Faber vervolgens de draad van het eerste deel oppakt, is te laat. Ook de ontknoping is een teleurstelling. ‘De informatie’ waar Lodewijk Vriend op jaagt, zou verklaren waarom de geschiedenis niet ophield, zoals Francis Fukuyama in 1989 betoogde, maar op 11 september 2011 doorging. Dat hij dat niet weet, drijft Lodewijk gek.


Johan FaberWende (318 p.) – Nijgh & van Ditmar, € 19,95, ISBN 978 90 388 9517 8
(Eerder gepubliceerd in BOEK 4, 2012)

Zie ook:



donderdag 2 augustus 2012

De b-reader: opschudding over een proefballon (Bibliotheekblad)

Even was de openbare bibliotheek landelijk nieuws. Tot aan het Financieele Dagblad meldde de media de aanstaande lancering van de b-reader. Ondanks dat het een sleutelproject is in de officiële branchestrategie bleek het een proefballon. Waarom? ‘Waarom niet,’ zegt Christine Kempkes. Als er maar over dit idee wordt gediscussieerd.

Dinsdag kwam het nieuws naar buiten. ‘In goed overleg met de Nederlandse uitgeefwereld en in samenwerking met een toonaangevende producent van consumentenelektronica komt de Bibliotheek met de B-reader’, staat er in de vernieuwde branchestrategie. ‘Deze e-reader draagt ons beeldmerk en biedt leden allerlei voordelen (korting op aanschafprijs e-reader, voorgeladen collectie e-books, toegang tot primeurs). Hieraan gekoppeld zetten we nieuwe abonnementsvormen in de markt.’ Het doel van de reader is: het vergroten van de landelijke merkbekendheid van de bieb.
Een dag later gaf Christine Kempkes, directeur van Amstelland Bibliotheken en voorzitter a.i. van de ocmmissie strategie en public affairs.van de VOB, in Boekblad toe dat het een proefballon is. ‘Deze strategienota is 7 juni unaniem aangenomen door mijn collega’s’, zei ze. ‘Maar de tekst was saai en zakelijk. De afgelopen weken hebben [Chris Wiersma] en ik de tekst dus herschreven. De baas van het bedrijf dat voor de redactie en vormgeving zorgde zei in die fase: als je echt vernieuwend wil, moet je met een B-reader komen.’
Meer uitgewerkt dan wat in de branchestrategie staat is het idee niet. ‘We stonden onder grote tijdsdruk,’ zegt Kempkes nu. Chris Wiersma, directeur van de bibliotheek Almere en namens het VOB-bestuur lid van de commissie strategie en public affairs, stond op het punt op vakantie te gaan. Daarvoor móést de nota af. ‘We hebben er twee keer over gepraat en gedacht: we gooien het erin. Als ik mezelf hoor praten, klinkt dat wel heel vrijblijvend. Zo is het ook niet. Maar we hebben niet een hele middag aan de tekentafel het idee uitgewerkt.’
Maar waarom gebruiken Kempkes en Wiersma een officieel vastgestelde nota voor het lanceren van een nieuw idee? ‘Ik snap wel dat het over het algemeen niet zo gaat. Normaal stel je een branchestrategie vast en gaat iedereen vier jaar hard werken om die te realiseren. Maar soms komen dingen op je pad en besluit je er iets mee te doen. We willen echt het gesprek hierover aanwakkeren. En of we dat nu over een paar weken op een andere manier doen of nu via de strategienota, dan krijg je dezelfde discussie. Op deze manier misschien zelfs meer.’
Op de social media werd het idee over het algemeen negatief onthaald. In de reacties op berichtgeving hierover bij ereaders.nl schrijft ene Bumba: ‘Daar zijn ze rijkelijk laat mee, dit had je enkele jaren geleden moeten doen toen e-readers nog >200 euro kostten. Wie trek je nog over de streep met zo'n B(keuze)-reader als je al een Sony voor nog geen 120 euro hebt.’ En George: ‘Te naief voor woorden. Toegevoegde waarde t.o.v. andere hardware? Ontwikkelen in goed overleg met de uitgeefwereld. HHAH... Yeah right, daar zit kennis. (...) Onvoorstelbaar, de branche der wanhopigen.’
Ook mensen uit de sector zetten vraagtekens. ‘In een markt waar de strijd tussen de giganten op het gebied van readers en tablets al in volle gang is (en de prijzen dus dalen, de kwaliteit toeneemt, enz) maak je met eigen hardware alleen een kans als je een apparaat hebt dat de andere overklast of op z'n minst evenaart,’ schrijft Edwin van Mijnsbergen op zijn blog. ‘Dat kost veel geld. Voor het bieden van een mooi pakket van toegankelijke content is de hardware zeker geen randvoorwaarde.’ K. van Hensbergen vraagt zich af of readers uitlenenen niet beter is dan verkopen.
Juist het feit dat een ogenschijnlijk serieus plan dat zo uitgevoerd leek te kunnen gaan worden, slechts een proefballon was, leek kwaad bloed te zetten. ‘Wat je van een B-reader mag vinden, ach...,’ schreef Eric-Jan Dol, ‘maar wat ik veeeeeel erger vind is dat Sleuterprojecten dus gewoon maar proefballontjes zijn, bladvulling vanwege een of andere opmerking van een directeur van een of ander bedrijf. Wat moeten subsidie verstrekkers wel niet denken?’ Ton de Kruyff en Jeroen de Boer schreven er satirische stukjes over.
Ondanks de scepsis, kritiek en ergernis zegt Kempkes, die de online discussies op de voet volgt, niet ontevreden te zijn met de eerste reacties. ‘Ik zeg maar: The beauty is in the eye of the beholder. Ik heb toch het idee langzaam stemmen opgaan om de ballon ook in de lucht te zien. Ik sprak ook vice-voorzitter Charles Noordam van de VOB. Die was positief. Hij zei: laten we dan eind augustus ook echt snel aan het werk gaan om te zien wat de voor- en nadelen zijn.’
(Eerder gepubliceerd op Bibliotheekblad.nl, 27 jul 2012)

woensdag 1 augustus 2012

De schuer van K. Schippers

K. Schippers, Op de foto. Op pagina 168 (van de eerste druk) staat: ‘Het is een mooi huis en toch ziet het er nogal slordig uit, er zit een schuer in het behang.’
Schuer!
Zulke zetfouten ergeren me doorgaans, omdat ze me nodeloos uit het verhaal halen. Ik ben blij met iedere fout waar ik overheen lees. Dan storen ze tenminste niet. Maar in het geval van K. Schippers twijfel ik.
Zoals vaker in zijn oeuvre keert hij in zijn elfde roman terug naar het thema van de onkenbaarheid en ongrijpbaarheid van de werkelijkheid. Onder veel meer richt hij zijn pijlen op de taal. Kun je met de taal de werkelijkheid wel zo precies schrijven?
De taal telt, in het Nederlands, ook maar 26 letters. Misschien moet er wel een 27e bij. Op het moment dat een kunstenaar indirect dat idee oppert, raakt een groot deel van de samenleving in de ban van dat idee.
Zo is daar Margriet, de helft van een tweeling die nog op de lagere school zit. Zij ontwerpt de ‘oks’: een x met een wieletje eronder, waarmee je kunt aangeven of je binnen of buiten bent.
Is ‘scheur’ dus een zetfout of opzettelijk zo bedoeld? Om aan te geven hoe makkelijk er scheuren in de taal kunnen optreden? Hoe makkelijk dan ook de betekenis verloren gaat?
Na enig wikken en wegen concludeer ik toch: het eerste. Schippers heeft hier geen bedoeling mee, omdat hij er daarna niet meer op terugkomt. De fout is te toevallig.
Maar zeker weten doe ik het niet.