zaterdag 14 juli 2012

Boekenmusea: Spinoza dwingt een bedevaart af (Knack)


Aflevering 2. Er zijn geen relikwieën nodig om een historisch figuur tot leven te brengen. De eerste drukken van zijn werk is voor Spinoza voldoende.

Het Spinozahuis in Rijnsburg, waar de filosoof woonde van 1661 tot 1663, bezoek je niet, daar ga je heen op bedevaart. Je pakt het niet even mee als je in Leiden of Den Haag bent, je moet er gericht naar op zoek in het onooglijke Zuid-Hollandse dorp, waar de bescheiden daglonerswoning ligt verstopt tussen lelijke nieuwbouw. Je vindt het pas als je recht voor de ingang staat. Richtingaanwijzers zijn er nergens in Rijnsburg, dat toch niets anders heeft om trots op te zijn. Het gemeentebestuur wil die niet plaatsen omdat er zo weinig bezoekers komen.
Toch weten adepten van Benedictus de Spinoza (1632-1677) uit de hele wereld zijn voormalige woning te vinden. Alleen al sinds de heropening eerder dit jaar, na een meer dan drie jaar durende restauratie, hebben bezoekers uit Stockholm, Amerika, Venetië, Leipzig, Angola, Turkije en talrijke andere verre streken hun naam achtergelaten in het gastenboek. Het is het tweede gastenboek van het Spinozahuis. Het eerste ging precies honderd jaar mee en bevat handtekeningen van onder meer Albert Einstein, Menno ter Braak, Harry Mulisch en Leon de Winter.
Vroeger was het museum piepklein. Na het overlijden van de laatste huisbewaarder die het grootste deel van het pand bewoonde, is het gewoon klein. Hoeveel details origineel zijn is onbekend. Veel zal het niet zijn, in 350 jaar is er veel vertimmerd aan het huis dat Spinoza in het jaar van de oplevering betrok. De donkerrode plavuizen, het houtwerk, de Delfts blauwe tegels die dienen als plint, en het doorkijkje naar de bij de renovatie ontdekte kelder geven niettemin het gevoel dat Spinoza hier lenzen sleep, aan zijn ‘Ethica’ werkte en vrienden ontving.
Hoe museum oogt toepasselijk kaal. De ongehuwd gebleven denker liet niets anders achter dan zijn werk en een notariële inventaris van zijn bezittingen, die werden verkocht om zijn begrafenis te bekostigen. Er stond niets meer op dan wat meubelen, linnengoed, een paar kleine dingen en 159 boeken. Spinoza leidde een uiterst sober bestaan. Ondanks zijn roem in een kleine kring bewonderaars en een fatsoenlijk inkomen had hij weinig nodig. Waarom zou je zijn museum dan optuigen met spullen die alleen maar uit zijn tijd afkomstig zijn?
De aanwezige boeken zijn meer dan voldoende om hem dichtbij te wanen. Een boekenkast bevat een reconstructie van Spinoza’s bibliotheek. Dankzij de opvallend gedetailleerde inventaris zijn in de beginjaren van het museum precies dezelfde edities bijeen gebracht. Het jaar en de plaats van uitgave en de uitgever zijn hetzelfde. In die tijd waren de oplages niet zo hoog. Het is dus mogelijk dat Spinoza hetzelfde exemplaar bezat, maar niet één boek bevat een aantekening van zijn hand die dat zou bewijzen. En toch: kon je ze maar uit de kast halen en in alle stilte bestuderen.
Dat geldt nog meer voor de eerste drukken van zijn eigen werk en snel daarna verschenen vertalingen in het Frans en Engels die elders in vitrines liggen – naast een brief van president van Israël David Ben-Gurion en andere memorabilia als het oude biljet van duizend gulden waarop Spinoza is afgebeeld. Het enige boek dat tijdens onder zijn leven onder zijn naam is verschenen: de ‘Principia philosophiae cartesianae’. De beroemde werken zoals de ‘Tractatus theologico-politicus’, die zogenaamd is gepubliceerd in Hamburg om vervolging te voorkomen. Het doet je hart sneller kloppen.
(Eerder gepubliceerd op Knack.be, 13 jul 2012. Eerdere aflevering staat hier.)

Geen opmerkingen: