donderdag 22 december 2011

Abdelkader Benali keert terug op tv op gunstiger tijdstip (Boekblad)


Abdelkader Benali is vanaf zondag 26 februari weer op televisie te zien met een tweede reeks van Benali Boekt. Ditmaal richt hij zich op klassiekers uit de Nederlandse literatuur. Ooit maakten ze furore, hoe kijken we er nu op terug?
Anders dan vorig jaar heeft ‘Benali boekt’ een veel gunstiger tijdstip gekregen: 19.50 uur. Dat moet hogere kijkcijfers garanderen, waardoor mogelijk meer mensen na de uitzending naar de boekhandel gaan om het besproken boek te kopen. Vorig jaar trok de best bekeken uitzending – steeds vanaf 22.55 uur – 220.000 kijkers. Gemiddeld stemden 170.500 mensen op de uitzending af. Ter vergelijking: naar ‘Breingeheim’, afgelopen zondag om 19.43 uur, keken 329.000 mensen.
In tegenstelling tot vorig jaar, toen de reeks begon in april, valt de serie nu samen met de Boekenweek. De laatste uitzending is op 1 april. Dat kan betekenen dat het publiek al is afgestemd op ‘het boek’ en dus eerder geneigd is te kijken. Aan de andere kant is er dan juist al veel aandacht voor ‘het boek’ en dus wellicht sprake van een overkill die de kijkcijfers negatief beïnvloedt. En – belangrijker – de uitzending zal dan minder een extra prikkel geven de boekhandel te bezoeken.
Behalve de kijkcijfers is er nog een indicator voor het mogelijke effect van het programma in de boekhandel: de aandacht in andere media voor ‘Benali boekt’. Volgens reclamebureau Herrie, verantwoordelijk voor de free publicity voor dit tv-programma, was de mediawaarde van alle artikelen die verschenen over dit programma 1,6 miljoen euro. Ook verschenen online 338.000 artikelen.
De boeken die Benali in de nieuwe serie behandelt zijn achtereenvolgens Turks fruit van Jan Wolkers (26 feb), Een vlucht regenwulpen van Maarten ‘t Hart (4 mrt), De renner van Tim Krabbé (11 mrt), De tweeling van Tessa de Loo (18 mrt), Eenzaam avontuur van Anna Blaman (25 mrt) en Herenschimmen van Bernlef (1 apr). Net als vorig jaar wordt de reeks ondersteund door een magazine voor de iPad en een Twitter-account. Nieuw is dit jaar een Facebook-account.
Voor zover bekend is ‘Benali boekt’ het enige boekenprogramma dat op korte termijn op televisie is te zien. Voor Theater van de geest, een initiatief van een aantal uitgeverijen waarvoor in mei een pilot is opgenomen, is nog altijd geen omroep gevonden, vertelt Iris de Lau van productiemaatschappij De Haaien. ‘We zijn wel in gesprek met een omroep, maar besluitvorming in televisieland gaat heel langzaam. Zeker tegenwoordig. Ook denken we over een theatertour, zonder opnames, maar ook dat is nog niet concreet. Wel is het fijn om te merken dat steeds meer uitgeverijen zich aansluiten bij de Stichting in oprichting achter Theater van de geest.’
Voor ‘Benali boekt’ maakte de schrijver in 2010 al een zesdelige serie over het literaire klimaat in een aantal Nederlandse en Vlaamse steden. De uitzendingen, ook toen laat op de avond, trokken gemiddeld 130.667 kijkers.

(Gepubliceerd op Boekblad.nl, 21 dec 2011)

woensdag 21 december 2011

Jozias van Aartsen is de juryvoorzitter van de AKO Literatuurprijs 2012

Jozias van Aartsen wordt de voorzitter van de jury van de AKO Literatuurprijs 2012. Oud-minister. Burgemeester van Den Haag. En dus weer een politicus: de vierde die ik meemaak na Guy Verhofstadt, Femke Halsema en Ernst Hirsch Ballin. Hij heeft bovendien op dezelfde middelbare school gezeten als ik. Maar dan vele jaren voor mij. De overige juryleden zijn Kathy Mathys, Toef Jaeger, Karl van den Broeck, Fleur Speet en ikzelf.

Het zal ook niet lang meer duren voor de eerste dozen arriveren. Integendeel, nog voor de kerst moeten ze hier zijn. Natuurlijk ben ik wel al begonnen met lezen. Dit boek zal dit jaar meedingen naar de prijs. En deze, deze, deze, deze, deze, deze en deze. Ik schat dat ik minimaal veertig, vijftig inzendingen al heb gelezen - zij het niet allemaal van kaft tot kaft.

dinsdag 20 december 2011

Oostenrijkse uitgeverij Ueberreuter verhuist naar Berlijn (Boekblad)


De grootse uitgeverij van Oostenrijk verhuist per 1 maart 2012 van Wenen naar Berlijn. Verlagsgruppe Carl Ueberreuter hoopt zo de omzet weer omhoog te stuwen. Het Oostenrijkse boekenvak begrijpt er niets van.
Stel dat Lannoo of Standaard Uitgeverij zou verhuizen naar Amsterdam. Het ongeloof zou net zo groot zijn als begin november in het Oostenrijkse boekenvak toen uitgeverij Ueberreuter bekendmaakte de kantoren zevenhonderd kilometer naar het noorden te verplaatsen. De uitgeverij was opgericht in 1946 met geld van de familie Salzer, al eeuwen eigenaars van papierfabrieken en drukkerijen, en had zich in 65 jaar opgewerkt tot de grootste uitgeverij van het land. Met 300 nieuwe titels per jaar, voornamelijk kinder- en jeugdboeken en algemene non-fictie, is Ueberreuter goed voor 13 miljoen euro omzet per jaar.
De verhuizing is ingegeven door de al een paar jaar aanhoudende crisis bij de uitgeverij. De omzet liep jaar na jaar terug. Uitgever Fritz Panzer noch crisismanager Silvia de Sordi konden het tij keren. De verkoop van dochterbedrijf Tosa, gespecialiseerd in modern antiquariaat, aan XXL in Frankfurt, bracht wel geld binnen, maar geen structurele oplossing. In mei van dit jaar kreeg Klaus Kämpfe-Burghardt de kans van de familie Salzer, die de uitgeverij liever zelfstandig wilden laten voortbestaan dan in te gaan op de interesse van verschillende Duitse concerns. Twee jaar geleden bouwde Kämpfe-Burghardt een reputatie op als saneerder toen hij de Patmos-groep opknipte in stukjes en onderbracht bij moederbedrijf Das Bibliographische Institut. Hij bedacht dat Ueberreuter in Berlijn hoort te zijn.
‘Juist voor de categorie kinder- en jeugdboeken is vestigingsplaats Wenen in toenemende mate een concurrentienadeel omdat Duitsland de hoofdmarkt is’, zei Kämpfe-Burghardt tegen het vakblad Börsenblatt. Nu verdient de uitgeverij 77 procent van de omzet in Duitsland – een stijgend percentage. Vanuit Berlijn kan de uitgeverij beter contacten opbouwen met de boekhandel en zijn Duitse auteurs, aldus Kämpfe-Burghardt. ‘Je zou denken dat je dankzij internet net zo goed in Wenen kunt zitten, maar persoonlijke ontmoetingen zijn niet door telefoon of mail te vervangen. Ook met auteurs ontwikkel je andere ideeën wanneer je elkaar maar drie keer per jaar kunt zien.’
De uitgeverij verandert per 1 maart 2012 niet alleen van locatie. Ueberreuter krimpt van 27 naar 17 personeelsleden. De afdelingen redactie, productie en sales & marketing mogen mee, de afdelingen publiciteit en licentiehandel worden afgestoten. Deze taken worden geoutsourced. Tegelijkertijd wordt het profiel van de verschillende fondslijnen aangescherpt: zo zullen de prentenboeken van Annette Betz artistieker en verhalender moeten, terwijl uitgaven van non-fictieprentenboeken wordt gestaakt. Bij het jeugdboek focust de uitgeverij minder op de leeftijdsgroep 14+ en meer op de leeftijdscategorie 8 tot 12 jaar. De young adult-fantasy imprint Otherworld verdwijnt.
Het Oostenrijkse boekenvak betreurt de gang van zaken zeer – en niet alleen omdat Ueberreuter de enige uitgeverij in het land was dat die kindernon-fictie publiceerde. Volgens Gerard Schantin, directeur van de boekhandelsketen Morawa en de Oostenrijkse boekhandelsbond, is de machtsverhouding tussen Oostenrijk en Duitsland helemaal niet veranderd en kan dus geen reden zijn om voor een verhuizing naar Duitsland, zegt hij in het vakblad Buchreport. Uitgeefdirecteur Herbert Ohrlinger van Zsolnays Verlag vindt het omzetpercentage in Oostenrijk eigenlijk nog hoog, zegt hij eveneens in Buchreport.
De vraag is dan ook hoeveel omzet Ueberreuter nu in Oostenrijk gaat verliezen. Kämpfe-Burghardt heeft de intentie uitgesproken om vanuit Berlijn Oostenrijkse non-fictie te blijven maken van het genre Ôsterreich: Hinter den Kulissen der Politik en Die besten Weine Ôsterreichs. Maar willen de auteurs daar aan meewerken? De cartoonist Gerhard Haderer heeft inmiddels al gebroken met de uitgeverij – al is zijn motivatie eerder het ‘neoliberale’ besluit om zoveel mensen te ontslaan dan naar Berlijn te verhuizen. En de Oostenrijkse boekverkoopster die twittert onder de naam Flauschwolke zei niet langer meer Ueberreuter-uitgaven te bevoordelen, maar ‘betere’ Duitse alternatieven.

(Gepubliceerd in Boekblad 19, 9 dec 2011)

zondag 18 december 2011

Des romans français: Anne Wiazemsky, 'Kind van een oorlog'


Een oorlog aangrijpen om los te komen van thuis; genieten van het gevaarlijke en wrede leven in de gevechtslinie; eeuwig twijfelen over de juiste keuzes, maar wel mensenlevens redden door kordaat en doortastend optreden. Het verhaal van Mon enfant de Berlin ('Kind van een oorlog') van Anne Wiazemsky zit vol tegenstellingen.

In een levendige stijl verhaalt Anne Wiazemsky over Claire, een jonge vrouw die tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog werkzaam is aan het front als chauffeuse voor het Rode Kruis. Ze vervoert gewonden en helpt het verzet. Als de Duitsers dreigen te gaan verliezen en het front opschuift, wil ze niets liever dan mee in de strijd, om niet terug naar Parijs te hoeven, waar ze huwelijk vreest en erger nog, waar ze zal terugvallen in de rol van dochter van de beroemde schrijver François Mauriac. Tussen de fluitende kogels en verminkte lichamen gaat het om haarzelf en bekommert niemand zich om haar achternaam. En tegelijkertijd wil ze haar ouders niet teleurstellen. Ze hoopt op enig begrip, interesse zelfs, voor wat ze doet, maar uit de brieven die ze krijgt, blijkt het tegendeel. Moeder en vader Mauriac vinden dat hun dochter naar huis moet komen:

'Maman m'écrit qu'ils sont tout désepérés de mon depart aux armées. Je ne sais pas si mon devoir n'est pas de rester auprès d'eux. Pourtant, je sais que je partirai. Ils vont être malheureux et je vais en souffrir. Est ce que l'on peut être complètement heureux? Il faut toujours que quelqu'un souffre.'

De vertwijfeling van Claire wordt in rake zinnen door Wiazemsky weergegeven: gehoorzaam zijn aan haar ouders of aan haar wens om haar leven in dienst stellen van de oorlogsslachtoffers. Het is een dagboekfragment, aan het begin van het boek, waarin Claires levensvisie kort en bondig wordt samengevat.
Nadat Parijs bevrijd is en zij voor een korte periode weer thuis is geweest, vertrekt Claire naar Berlijn, waar de oorlog nog voortduurt: er zijn nog talloze vermisten en krijgsgevangen moeten gerepatrieerd worden. Eenmaal in de door de overwinnaars verdeelde Duitse hoofdstad wordt ze al snel opgenomen in een bezielde groep Rode Kruis-medewerkers. Deze mensen vormen haar familie, hier voelt ze zich thuis ondanks haar sombere buien en migraine aanvallen. Onder hen is een Frans-Russische officier. Deze Wia, zoals hij door zijn vrienden genoemd wordt, is misschien in veel dingen haar tegenpool, maar op dit moment de enige man met wie ze gelukkig zou kunnen worden, schrijft ze haar ouders.
De brieven en dagboekfragmenten, gedateerd tussen augustus 1944 en januari 1947, ontvouwen het portret van een onzeker meisje dat zoekende is en afwisselend daarmee wordt in de derde persoon het verhaal verteld door iemand die van dichtbij Claire observeert, maar ook de mensen om haar heen aan het woord laat. Daaruit komt naast de onzekere Claire ook een vrouw naar voren die dagelijks geconfronteerd wordt met het leed van de oorlog en zich daar kranig doorheen slaat. Ze leert het leven kennen in de meest onfortuinlijke omstandigheden, maar kan desondanks zelf opbloeien en haar eigen weg kiezen. De afloop laat zich al eerder raden, maar pas aan het einde wordt duidelijk wie de verteller is en waarom Anne Wiazemsky, wier familiegeschiedenis er opvallend mee verweven is, dit verhaal geschreven heeft.

(Eerder gepubliceerd op Athenaeum.nl, 15 sept 2009)

zaterdag 17 december 2011

Opkomst en ondergang van het samenwerkingsverband van zelfstandige boekhandels Colibro (Boekblad)


Colibro was een succesverhaal. Tot het aantal opzeggingen en faillissementen te groot werd en de overgebleven leden de kosten van de samenwerking niet meer konden dragen. Toch had de inkoopcombinatie de economische tegenwind wellicht kunnen overleven als de onderlinge verhoudingen niet zo verstoord waren. Daarom hebben de zelfstandige Vlaamse boekhandels goede hoop dat er een nieuwe samenwerking uit de as van Colibro kan groeien. Een vervolg op dit en dit bericht.

Colibro is dood. De consument krijgt nog regelmatig nieuwsbrieven van het samenwerkingsverband van 25 Vlaamse zelfstandige boekhandels. Alle websites zijn onverminderd in de lucht. Maar Colibro wacht alleen nog op de juridische ontvlechting. De boekhandels zijn gebonden aan contractuele opzegtermijnen. Ze bezitten 41 procent in de aandelen van de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cvba) die moeten worden verkocht. Een eventuele herstart is uitgesloten. Zeker niet onder dezelfde naam. Zeker niet met dezelfde directeur.
Wie met betrokken boekverkopers, ex-leden en bestuurders praat, kan maar één conclusie trekken: het einde van Colibro was onvermijdelijk. Het ledental was te laag geworden om de kosten te dragen. Alle potentiële nieuwe leden waren er tevergeefs benaderd. En de persoonlijke verhouding tussen sommige leden en directeur Luc Vander Velpen, die al dertien jaar samenwerkten, was te zeer verziekt.
Hoe heeft het zover kunnen komen?

De start van Colibro in 1998 was niets minder dan een wonder. Samenwerking tussen zelfstandige boekhandels in Vlaanderen leek onmogelijk. In de jaren tachtig vormden negen grotere boekhandels (met in totaal zestien verkooppunten) de Service Boekhandels. Ze kochten gezamenlijk in. Organiseerden aanbiedingsbeurzen. Brachten ieder kwartaal een magazine uit. Maar: op volstrekt vrijwillige basis. Toen de animo afnam, loste de samenwerking als vanzelf op in het niets.
Onderzoek van Intres, dat hoopte op uitbreiding naar Vlaanderen, bevestigde een paar jaar later het probleem: geen boekverkoper wilde zich committeren aan vaste afspraken. Al helemaal niet onder leiding van een eigenzinnige Nederlander als Jaap Stelloo, manager media van Intres in die jaren.
Totdat Vander Velpen op het toneel verscheen. De energieke ex-journalist van De Morgen slaagde erin meer dan twintig boekhandels te overtuigen van het nut van vergaande samenwerking – van gezamenlijke inkoop met verplichte afname tot collectieve marketingacties. Met behulp van de knowhow van Intres richtte hij Colibro op. Vander Velpen zelf, Intres en de boekverkopers kregen ieder een derde van de aandelen in de coöperatieve vennootschap.
Aanvankelijk liet Colibro mooie resultaten zien. Het economisch tij zat mee. De automatisering die toen doorbrak zorgde voor een verbetering van het rendement. Maar vooral: de zelfstandige boekhandels konden profiteren van de bonnetjesacties met kranten waardoor ketens in die jaren mooie omzetgroei boekten. Colibro ging in zee met De Morgen. Iedere week trokken duizenden mensen naar een Colibro-winkel om het bonnetje in te wisselen voor een boek.

Toen de eerste boekhandels afhaakten, begonnen de problemen. Nadat het effect van de bonnetjesacties afnam, omdat iedere krant dagelijks spullen weggaf en de consument verzadigd raakte, vroegen sommige zich af waarom ze eigenlijk lid waren. Woog het inkoopvoordeel op tegen het in hun ogen forse lidmaatschapsgeld? Voor De Boekuil, met vestigingen in Mortsel en Turnhout, was dat bijvoorbeeld 600 euro per maand, zegt eigenaar Marc Zwijsen. En profiteerden ze wel van de marketingacties?
Niet toevallig waren dat met name de literaire boekhandels in de grote steden die uit Colibro stapten: De Groene Waterman (Antwerpen), Walry (Gent), Passaporta (Brussel). Juist zij moesten in hun eigen stad concurreren met alle ketens. Niet alleen de lokale Standaard Boekhandel, maar ook Fnac en Club. Zij wilden zich in toenemende mate profileren als literaire boekhandel. Zij wilde geen acties met thrillers of magazines die ook dvds aanprezen die ze niet eens verkochten.
Vander Velpen verzon wel nieuwe acties. Een samenwerking met de Boekenkrant. Een filosofieproject als Vlaamse tegenhanger van de Nederlandse Maand van de Filosofie. Of, vorig jaar, Local Publisher: een pod-project, onlangs ook gelanceerd in Nederland, waarbij de boekhandel in zijn plaats de uitgever is voor amateurschrijvers en lokale organisaties. Veel succes had dat niet: de site van Local Publisher vermeldt drie titels. Maar Vander Velpen nam tenminste initiatief.
Ook verbreedde Vander Velpen de basis van de cvba. Naast Colibro startte hij Books2: een netwerk van inmiddels 102 perswinkels annex ‘buurtboekhandels’. De kosten van het bureau worden sindsdien over meer leden gespreid. Je kunt je misschien afvragen of één directeur voor twee totaal verschillende samenwerkingsverbanden zowel Colibro als Books2 voldoende aandacht kon geven, dankzij de inbreng van Books2 bleef de cvba financieel gezond.

Het mocht niet baten. Het aantal leden groeide niet en toen dit jaar, naast het vertrek van Walry en Passaporta, Woeste Willem (Aalst) en De Boekuil (Borgerhout) haar deuren sloot en Forum (Mechelen) failliet ging, was de draagkracht van de groep te klein. De cvba draaide alleen nog winst dankzij Books2, de samenwerking Colibro zelf was al drie jaar verlieslatend. De uitgevers, zegt Yvonne Steinberger van De Reyghere (Brugge), zagen de boekhandelsgroep bovendien niet meer als representatief.
Ondanks een laatste reddingsplan van Vander Velpen besloten de overgebleven leden Colibro op te doeken. Het is onduidelijk wat in dit plan staat – de betrokkenen spreken elkaar op punten tegen. Volgens Steinberger zou lidmaatschap gratis zijn, waarbij iedereen betaalt voor de diensten die hij afneemt. Tegelijk had Vander Velpen signalen gekregen dat uitgevers hogere korting zouden geven en afvallers terug zouden keren. En dan nog ging het plan uit van een verlies op jaarbasis van 16.000 euro. Of dit waar is of niet – Zwijsen en Stelloo, nog altijd lid van de raad van bestuur, bevestigen dat de twijfel aan de geloofwaardigheid van het plan te groot was.
Het reddingsplan werd dan ook niet geaccepteerd. De cvba, nog altijd Colibro geheten, gaat nu alleen nog door met het samenwerkingsverband Books2.

Toch speelde er meer dan alleen het financiële verhaal. De persoonlijke verhoudingen waren verrot. Het vertrouwen in Vander Velpen was bij veel leden tot het minimum gezakt. ‘Hij kan de dingen mooier voorstellen dan ze zijn,’ aldus Zwijsen, ‘waardoor hij bij uitgevers verwachtingen heeft gecreëerd die hij niet waar kon maken.’ Volgens Jos Baeckens van Baeckens Books heeft Vander Velpen daarom ‘momenteel meer conflicten dan wie ook in Vlaanderen.’
Ter illustratie: Baeckens Books heeft eind 2009 het lidmaatschap opgezegd van de drie kinderboekhandels (Pardoes in Antwerpen en Maasmechelen en Poespas in Hasselt). Op verzoek van Vander Velpen bleven de winkels toch deels inkopen via Colibro, vertelt Baeckens, zodat de inkooporganisatie grotere aantallen en dus hogere korting had. ‘Maar hij beschouwde dat als lid blijven en stuurde daarvoor toch facturen’. Vander Velpen bestrijdt deze visie: hij toont een document waaruit blijkt dat Baeckens Books pas in april dit jaar heeft opgezegd, Jos Baeckens weigert simpelweg rekeningen voor boeken, deelname aan media-acties en dergelijke te betalen. Over deze kwestie buigen zich nu advocaten.
Zelf weigert Vander Velpen met modder te gooien naar zijn leden. Maar Stelloo wil wel kwijt dat het laten ontploffen van Colibro ‘een vooropgezet plan was van een aantal boekhandelaren onder regie van Yvonne Steinberger’. Andere leden zou ze hebben aangespoord haar lijn te volgen, wat zou blijken uit identiek verwoorde opzegbrieven. ‘Zij hadden een dubbele agenda die een aantal leden van de raad van bestuur onbekend was.’ Al begin vorig jaar zou Steinberger met een SWOT-analyse gekomen zijn, ‘gebaseerd op suggesties, insinuaties en dat soort dingen’, vermoedelijk bedoeld om Vander Velpen te lozen.
Stelloo beweert dat Steinberger, de eerste voorzitter van de raad van bestuur, en Vander Velpen ‘een tegengestelde persoonlijkheidsstructuur’ hebben. In zijn beleving heeft hij altijd tussen hen moeten bemiddelen en ze on speaking terms gehouden. Toen Intres zijn aandelen aan hem verkocht, verkocht hij hen allebei een deel, zodat Steinberger en de boekhandels samen én Vander Velpen allebei 41 procent hadden. Pas nu, na dertien jaar, heeft deze strijd Colibro kapot gemaakt.

Juist door de persoonlijke conflicten betreuren alle betrokkenen dat het samenwerkingsverband is opgedoekt. Het geeft hen het gevoel dat het einde van Colibro niet nodig had hoeven zijn. Wat als Vander Velpen, zeg, drie jaar geleden was opgestapt? Niet om te zeggen dat hij onmiskenbaar schuldig is aan de conflicten, maar het is eenvoudiger als de directeur opstapt dan dat de ontevreden boekhandelaren hun zaak verkochten aan iemand die nog wel met Vander Velpen wil werken.
Misschien had iemand met frisse energie en het volle vertrouwen van de leden hen er ook van kunnen overtuigen hun samenwerking te intensiveren. In de dertien jaar van zijn bestaan is de naam Colibro nooit ingeburgerd bij het grote publiek. Vander Velpen slaagde er niet in de boekhandels te laten meer te doen voor het collectief. Sommige boekhandels zetten niet eens het logo op de etalage.
Nu beginnen de Colibro-boekhandels zelf opnieuw. Niet helemaal van nul: in de Colibro-jaren hebben ze elkaar goed leren kennen. Ze zien elkaar niet meer automatisch als concurrenten, maar ook als collega’s die een gemeenschappelijk belang hebben in het Vlaamse boekhandelslandschap dat nog altijd wordt gedomineerd door één keten. Maar ze moeten alles opnieuw bedenken: van de formule waarmee ze gezamenlijk kunnen inkopen tot de noemer voor gemeenschappelijke acties.
Daarbij komt dezelfde vraag weer boven als in de jaren voor Colibro: hoever durven de boekhandels zich aan elkaar te committeren? Als een nieuw samenwerkingsverband dezelfde vrijblijvendheid heeft als indertijd de Service Boekhandels, lijkt die gedoemd om als gevolg van per definitie uiteenlopende belangen een zachte dood te sterven. Eigenlijk zou er weer een energieke man (m/v) van buiten moeten komen die de zelfstandige boekhandels op sleeptouw neemt.

(Gepubliceerd in Boekblad magazine 19, 2011)

vrijdag 16 december 2011

Educatieve uitgeverijen pakken illegaal kopiëren van copyshops aan (Boekblad)


De educatieve uitgeverijen Pearson en Noordhoff hebben een aantal copyshops met succes juridisch vervolgd voor het illegaal kopiëren van studieboeken. De uitgeverijen gaan actiever beleid voeren om copyshops met soortgelijke plannen te ontmoedigen.
De uitgeverijen hebben inmiddels vier copyshops aangepakt die zich op een grootschalige manier bezig hielden met het verkopen van gekopieerde studieboeken. Vorig jaar ging het om Delta Copiers in Enschede, dit jaar om drie copyshops in Groningen. Op dit moment loopt nog een onderzoek naar een vijfde copyshop.
‘In 2010 kregen wij voor het eerst een tip van een copyshop die met menulijsten achter de balie werkte,’ vertelt Eric Razenberg van Pearson, ‘en op bestelling producten afleverde tegen een zwaar gereduceerde prijs waar wij noch de boekhandel mee kunnen concurreren. Omdat Noordhoff en wij vijftig procent van de HBO-markt hebben en het dus overwegend om onze producten ging, hebben wij juridische stappen gezet.’
Bij alle copyshops hebben Noordhoff en Pearson een deurwaarder de overtreding laten vaststellen, waarna de rechter de copyshops in een verkorte procedure dwong hun activiteiten per direct te staken. Vervolgens kwamen de uitgeverijen met de copyshops een financiële regeling overeen ter genoegdoening van de gederfde inkomsten en de juridische kosten.
Waarom copyshops opeens zo vaak studieboeken illegaal kopiëren, kan Razenberg niet verklaren. ‘Misschien kwam het vroeger minder aan het daglicht. Misschien gaat het economisch minder met copyshops en zijn ze op zoek naar additionele bronnen van inkomsten. Dit is in dat geval niet de goede weg.’
De educatieve uitgeverijen laten het er dan ook niet bij zitten. Ze willen actiever misbruik opsporen. Hoe, weten ze nog niet. Mogelijk huren ze controleurs op freelance basis in die copyshops in studiesteden gaan bezoeken. Ook het persbericht waarmee Pearson en Noordhoff vandaag naar buiten kwamen, is bedoeld als waarschuwing aan copyshops. Het onderwerp staat eveneens op de agenda bij de Groep Educatieve Uitgeverijen (GEU).
Vraag is wel of de copyshops draagkrachtig genoeg zijn om de gemaakte kosten van de uitgevers te compenseren. Razenberg verzekert van wel: ‘Afgezien van de juridische kosten betalen ze een bedrag dat voor de betrokken zaken voldoende pijnprikkel is.’
Ook heeft de strijd tegen copyshops voldoende zin nu steeds meer lesmateriaal digitaal wordt, vindt Razenberg. ‘Het gaat ook om de belangen van auteurs die anders geen geld verdienen aan hun werk, en die van de boekhandel om de hoek die door oneigenlijke concurrentie getroffen wordt.’

(Gepubliceerd op Boekblad.nl, 15 dec 2011)

woensdag 14 december 2011

Lees ik wat iedereen leest?

In de Bestseller 60 van deze week: een kerstklassieker. Kerstmis van Dick Bruna komt ieder jaar terug in de lijst. Afhankelijk van de week waarin kerst valt, is het sinds 2004 vaste prik: in week 50 of 51 behoort dit schitterende boekje uit 1963 tot de zestig bestverkopende titels in de Nederlandse boekhandel. Een week later handhaaft Dick Bruna zich, en daarna is het weer voor een heel jaar verdwenen. Het enige kinderboekenkarakter dat in zijn spoor kan blijven is Dikkie Dik van Jet Boeke. Ook daarvan staat een special kerstuitgave sinds 2008 in de lijst. Daarvoor stond een gecombineerde Sint- en Kerstuitgave van Dikkie Dik in de top 60. Schiepen Bruna en Boeke de geliefdste kinderboeken voor de kerst? Of zijn er niet zo veel thema-uitgaven op de markt? Het themaboekje van Jip en Janneke van Annie M.G. Schmidt over de decemberfeesten is alweer uit de lijst verdwenen. Kennelijk ziet men dat meer als Sinterklaascadeau.


3 Peter Buwalda - Bonita Avenue

5 Reid, Geleijnse & Van Tol - Het afzien van 2011

6 Ravelli - De vliegenvanger

9 Jamie Oliver - Jamie in 30 minuten

10 Anna Enquist - De verdovers

12 Marente de Moor - De Nederlandse maagd

24 Karina Schaapman - Het muizenhuis

25 Adriaan van Dis - Stadsliefde. Scènes uit Parijs

56 Dick Bruna - Kerstmis

dinsdag 13 december 2011

Eindelijk beeld en geluid in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (Knack)


De DBNL heeft zijn digitale bibliotheek voor het eerst uitgebreid met video: dertig uur materiaal van dichters die werk van hun voorgangers voorlezen. Met, hier, interviews door mij.

Andy Fierens die met veel smaak enkele hoogtepunten uit het oeuvre van Gust Gils tot leven brengt. Peter Holvoet-Hanssen die zijn lievelingsgedichten van Paul Van Ostaijen voordraagt. De blinde en besnorde Friese bard Tjêbbe Hettinga die zijn voorganger Obe Postma eer bewijst. Of de integrale lezing van ‘Karel ende Elegast’ door Karel Eykman. Het is sinds vandaag te zien en horen op dbnl.org/delangstedag.
In elf jaar bouwde de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) een gigantisch corpus aan teksten uit de Nederlandse en Friese literatuur op. Ondanks veler verzoek ontbrak beeld en geluid. De rechthebbenden achterhalen en de rechten aankopen, veelal bij tv-omroepen, zou te veel tijd en geld kosten. ‘Voor je het weet ben je jaren verder’, zegt hoofdredacteur René van Stipriaan.
Daarom organiseerde de DBNL vorig jaar bij wijze van jubileumfeest zijn eigen opnamesessie. Op het festival ‘De Langste dag’ traden meer dan 75 dichters in vier zalen op die werk van hun bewonderde voorgangers voordroegen. Al die optredens zijn opgenomen en nu – precies een jaar later – online gezet. Zo mogelijk in combinatie met de tekst van de vertolkte gedichten.
Geen van de hoogtepunten van het festival ontbreekt. Ilja Leonard Pfeijffer die zijn grote held Lucebert interpreteert. F. Starik die Willem Kloos en J.C. Bloem gebruikt om te laten zien wat voor een fantastische voordrachtskunstenaar hij is. Of het post scriptum van Gerrit Komrij bij zijn bloemlezing uit negen eeuwen Nederlandstalige poëzie. Inclusief Vondel en Slauerhoff.
Hoewel de DBNL zich hoofdzakelijk op de Nederlandse literatuur richt, traden ook Vlaamse dichters op. Naast Fierens en Holvoet-Hanssen zijn dat Eva Cox, Luuk Gruwez, Stefan Hertmans, Mark Insingel, Delphine Lecompte en de halve Vlaming Joke van Leeuwen. Vooral zij smokkelden de Vlaamse poëzie de site in. De Coninck, Claus, maar ook de Antwerpse Anna Bijns ontbreekt niet.
Naast de optredens bevat de subsite van de DBNL ook negen korte interviews met de mensen achter de schermen van het festival en enkele dichters. Daarin legt Holvoet-Hanssen uit wat hem zo aanspreekt aan Van Ostaijen. ‘Hij is mijn meester tout court. Hij heeft vorm en klank zo speciaal gemaakt dat hij zelf achter zijn muziekdoosmelodiëen is verdwenen. Een woordentovenaar.’

(Gepubliceerd op Knack.be, 12 december 2011)

maandag 12 december 2011

Remco Campert over zijn eenmanszaak

‘Nu sta ook ik in het handelsregister. Ik ben directeur van een eenmanszaak geworden, mijn bedrijf telt één werkzaam persoon en mijn naam is een handelsnaam geworden. Ik herken mezelf niet meer. Ik ben opgehouden schrijver te zijn, in plaats daarvan doe ik aan de ‘beoefening van scheppende kunst’. Vreugdeloze begrippen die verslagenheid en woordbloedarmoede teweegbrengen. Wat wil je later worden? Lid van de Kamer van Koophandel. Arme kleine.’

(Uit: Remco Campert, Mijn eenmanszaak, De Bezige Bij, 2010)


Er zijn 4448 zelfstandige journalisten ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, las ik onlangs op Villamedia. Ik ben één van hen, maar niet uit overtuiging. Als zzp’er ben je voor de belastingdienst een ondernemer en dus wettelijk verplicht om ingeschreven te staan bij de Kamer van Koophandel. Het kost me alleen maar geld: een paar tientjes per jaar. Ik krijg daar niets voor terug. Omdat ik niet echt een ondernemer ben, heb ik niets aan seminars over vestigingsbeleid, netwerkborrels met detailhandelspecialisten of brochures over importeren uit China. Eigenlijk kan ik er ook niet om lachen zoals Remco Campert die de titel van een verzameling columns ontleende aan de verplichting om zich in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Bijvoorbeeld als hij een brief krijgt van de Makro.


‘“Hartelijk gefeliciteerd met de start van: Remco Campert,” luidt de aanhef van Makro’s brief. Het gaf me het opwindende gevoel dat er een andere R.C. in mijn leven was gekomen, een energieke, jonge starter die de oude der dagen zatte R.C. van voor de KvK naar het achterplan verwees. Als een vruchtbare akker strekte de toekomst zich voor me uit. Deze akker te ontginnen zou in het vervolg mijn brandende ambitie zijn. Zeker, ik zou op moeilijkheden stuiten – keien in de grond, taaie wortels –, maar die zou ik weten te overwinnen. Uit tijdelijke tegenslagen trok ik lessen met mijn inzicht van nu. In mijn droom die ik tot werkelijkheid ging maken, verrezen talloze bedrijven die mijn naam droegen en waaruit een onophoudelijke stroom van scheppende kunst vloeide.’

zondag 11 december 2011

De AKO Literatuurprijs 2011 gloeit na


Zolang er nog reacties zijn op de toekenning van de AKO Literatuurprijs aan De Nederlandse maagd van Marente de Moor, gloeit de prijsuitreiking nog na. Het boek wordt gelezen. De auteur toert door het land (tot 19 december, zegt ze hier). En daar verschijnen online dan weer tweets, recensies en reportages over.
De positieve reacties zijn te vinden op Twitter. ‘Vrije dag goed besteed: de Nederlandse Maagd van Marente de Moor gelezen. Prachtig geschreven, meeslepend verhaal’, schrijft Jantien Niemeijer. Of: ‘Ik begrijp wel waarom Marente de Moor de AKO-prijs heeft gewonnen. Vet mooi boek. Zelfs de stukken over het schermen’, volgens Lamyae Aharouay.
Toch is niet iedereen het eens met de keuze van de jury. Kun je eufemistisch stellen. Dat bleek al direct na de uitreiking uit de reacties van professionele critici die De Nederlandse maagd natuurlijk al lang hadden gelezen. En dat werd bevestigd door diegene die er daarna vol argwaan – ‘kan het beter zijn dan Buwalda’ (of een andere persoonlijke favoriet) – aan begonnen. Een kort overzicht.
Coen Peppelenbos op Tzum: ‘Zal Janna Von Bötticher een botte, onbehouwen man blijven vinden of zal ze stiekem verliefd op hem worden? Het antwoord is voorspelbaar, zoals zo’n beetje alles in De Nederlandse maagd. De verhaallijnen zijn voorspelbaar, de karakters zijn voorspelbaar.’
Laurens van der Graaff in Propria Cures: ‘Viel er dan echt helemaal níets te lachen in De Nederlandse maagd van Marente de Moor? Nee, en dat is best knap voor een boek van 300 pagina’s.’
Opvallend zijn ook de seksistische opmerkingen. Schrijver Gerwin van der Werf concludeerde op zijn blog: ‘Marente de Moor wil schrijven over een meisje dat op Marente de Moor lijkt en dat lekker gepakt wil worden door een bonkige oude vechtjas, een huzaar, een echte kerel, met zoveel littekenweefsel dat hij pijnloos een trekhaak op zijn rug kan laten lassen.’
Hans van Eijsden schreef in Maastricht Aktueel: ‘Na het voorleesgedeelte neemt Marente ruim de tijd om voor heel wat liefhebbers haar boek te signeren en er eventueel een persoonlijke boodschap in te zetten, waarbij opvalt dat heel wat mannen met het boek huiswaarts keren.’
En op wie zou P.F. Thomése, genomineerd voor De weldoener, hebben gedoeld toen hij na de uitreiking dit zei tegen Mare? Natuurlijk vond ik het achteraf jammer dat ik niet won. Maar het geeft niet: er zaten goede boeken bij.’